Green Jellÿ trok voor een van de weinige keren in de bandgeschiedenis naar Nederland, en Café The Jack greep de kans om die avond meteen te koppelen aan het eigen jubileum. Het optreden was pas de tweede keer dat de Amerikanen in de kroeg speelden, de vorige keer was jaren geleden, en dat de band opnieuw langskwam gold als een buitenkans: groot in Europa komt Green Jellÿ niet vaak, en Nederland al helemaal niet. De zaak zat er dan ook stampvol voor. White Boy Wasted mocht de avond openen, een vertrouwd gezicht op het rockpodium aan het Stratumseind. Het Eindhovense drietal speelde zijn speedrock in de traditie van Peter Pan Speedrock en gooide er merkbaar met plezier nog een schepje bovenop.
Wie voor het eerst kennismaakte met de band uit Amerika, kreeg direct een lawine aan gekkigheid over zich heen. Tientallen zwembadnoodles vlogen door de zaal, een handjevol mensen uit het publiek werd van tevoren naar backstage gehaald om bij aanvang tussen het publiek terug te keren in enorme maskers, en er kwamen zwembanden, strandballen en een opblaasbare Big Brown Beaver het publiek in geworpen. Chaos compleet. Binnen tien seconden vloog de eerste stekker al uit een van de plafondlampen, en door het gegooi sneuvelden in de loop van de avond tientallen glazen op en achter de bar. Niemand leek zich daaraan te storen.
Zodra de set begon, trok tweede zanger Acë zijn shirt uit en deed frontman Bill Manspeaker hetzelfde met zijn broek, om de rest van de avond grotendeels in onderbroek door te brengen. Manspeaker sprak, of eerder schreeuwde, het publiek voortdurend toe en ook de geluidsman moest het ontgelden. Aan schuttingtaal en beledigingen ontbrak het die avond in elk geval niet, en het publiek leek er alleen maar enthousiaster van te worden. En ach, geluidsman Henk van der Laars, ook wel bekend als mede-oprichter van de legendarische powermetalband Elegy, is in alle jaren wel meer gewend en genoot zichtbaar van de verwensingen.
Muzikaal is Green Jellÿ vooral een kluwen van fragmenten waar met moeite een touw aan vast te knopen valt, en het leek er soms op alsof de band dat zelf ook niet precies wist. Alleen bij ‘Three Little Pigs’ klonk herkenning door de zaal, en de biggetjesstemmen werden massaal meegezongen. Op de plaat werden die ooit ingezongen door Primus-frontman Les Claypool en komiek Pauly Shore, naast Maynard James Keenan, die de band destijds verliet om samen met voormalig Green Jellÿ-drummer Danny Carey Tool op te richten. Beide heren hebben er sindsdien niet slecht aan gedaan: Keenan richtte ook A Perfect Circle en Puscifer op, en Carey speelde onder meer bij Pigface en toert tegenwoordig met BEAT, de jaren-tachtig-spinoff van King Crimson met Tony Levin, Adrian Belew en Steve Vai. Niet de minste namen voor een band die ooit als grap begon.
Op enig moment werd op verzoek van Manspeaker de gehele bar leeggehaald zodat een deel van de bandleden erop kon spelen, en gitarist Jella Lugosi en bassist Kasper Vox Staxx liepen op een gegeven moment zelfs de zaal uit om buiten een frisse neus te halen, spelend voor de verbaasde voorbijgangers op straat. Meerdere keren tijdens het optreden riep Manspeaker het publiek op tot een grote poolnoodle-moshpit, groter eigenlijk dan de zaal kon verdragen en beter passend bij een festival als de Zwarte Cross. Het maakte van het optreden een avond waarin muziek eigenlijk bijzaak was, en de chaos zelf het hoofdgerecht.
De grote hit uit 1992, ‘Three Little Pigs’, werd uitgesmeerd tot een versie van ruim twaalf minuten en gold als hoogtepunt van de avond. Er passeerden fragmenten van Queens ‘We Will Rock You’ en ‘We Are the Champions’, gevolgd door Pink Floyds ‘Another Brick in the Wall (Part II)’ en ‘In the Flesh?’, en Ian Dury’s ‘Sex & Drugs & Rock & Roll’. Manspeaker bouwde er zelfs een rustpunt in onder het mom van een korte yogales met een cursus zelfrespect, uiteraard op geheel eigen wijze.
Tegen het einde volgde een scène die het dichtst in de buurt komt van wat Rockbitch in de jaren negentig op het podium deed. Manspeaker, nog altijd in onderbroek, liet die zakken en overgoot zijn buik met sambuca, die vervolgens via zijn zaakje over enkele gewilligen uit het publiek liep, tot groot genoegen van de Manspeaker zelf. Niet voor iedereen weggelegd, maar wel precies wat je van een avond met deze band mag verwachten. En qua verwachten? Tsja, volgend jaar mag The Jack de band opnieuw verwachten, want The Jack mag Green Jellÿ inmiddels benoemen tot een van de grootste fans van de zaal. En andersom, dat moge duidelijk zijn.
