Funk, soul en jazz vloeiden naadloos in elkaar over tijdens een avond waarin niet alleen de hoofdact, maar ook het voorprogramma voor verrassing zorgde. De zaal NEXT van 013 was al ruim voor aanvang goed gevuld, iets wat bij een voorprogramma niet vanzelfsprekend is.
Het podium was die avond voor Secret Rendezvous, de Amsterdamse band onder aanvoering van zangeres Sietske Morsch en producer en gitarist Remi Lauw. Het tweetal leerde elkaar kennen tijdens hun studie popmuziek aan het Codarts Conservatorium in Rotterdam en richtte na hun afstuderen de band op. Hun muziek, die ze zelf produceren, combineert tijdloze soul met moderne r&b en put uit invloeden als Prince, Minnie Riperton en Frank Ocean, naast eigentijdsere namen als Cleo Sol. Eerder dit seizoen brachten ze hun album ‘In Between Dreams’ uit, een persoonlijke plaat die volgens het duo de spanning beschrijft tussen het nastreven van een muziek carrière en de wens om een gezin te stichten. Met nummers als ‘Say The Word’ en ‘Mutual’ liet Secret Rendezvous in Tilburg horen dat die persoonlijke verhalen zich prima laten vertalen naar een meeslepend liveoptreden. De Amsterdammers brachten precies wat nodig was om de zaal in de juiste flow te krijgen, en zetten zo de toon voor de avond die volgde.
De zaal NEXT van 013 was nog warm van het voorprogramma toen Candy Dulfer het podium opkwam, begeleid door de aankondiging van haar eigen band Funkalicious. Wie verwachtte dat de saxofoniste het rustig zou opbouwen, kwam bedrogen uit: ze opende met ‘Sax-A-Go-Go’, en dan niet de bekende singleversie, maar een uitgebreide, jazzy funkuitvoering die meteen duidelijk maakte waar de avond om zou draaien.
Tussen de nummers door bleek Dulfer een prater. Ze sprak over haar verlangen naar een mooiere wereld, een wereld zonder de crisissen van nu, en kondigde daarmee een nieuw nummer aan met een tekst die volgens haar wat slimmer in elkaar zit dan gebruikelijk. De tekst was geschreven door Ivan Peroti, die het nummer ook zelf zong. Niet lang daarna volgde ‘Discoball’, een stevig gogofunknummer dat qua sfeer deed denken aan ouder werk als ‘Gotcha!’.
Ze gaf zelf toe dat positiviteit niet vanzelf gaat wanneer je, zoals zij, uit Amsterdam komt en het klagen met de paplepel ingegoten kreeg. Toch volgde wat zij het meest optimistische nummer uit haar repertoire noemde: ‘Yeah Yeah Yeah’, met haar partner Rafaël Nagelkerke op sousafoon. In dat nummer klonk een knipoog naar The Jacksons terug te horen, waarmee de funkgeschiedenis even werd opgehaald.
Voor ‘Lily Was Here’ verliet een groot deel van de band het podium. Het instrumentale nummer, geschreven door Dave Stewart en Dulfer zelf, bracht ze samen met haar al jarenlang vaste gitarist Ulco Bed, die het stuk droeg met een gevoel dat klinkt als jarenlange muzikale verstandhouding. Dulfer zelf merkte na afloop op dat ze altijd mooier speelt wanneer Ulco naast haar staat.
Daarna kwam de rest van de band terug voor een nummer dat meteen moest staan, zo werd aangekondigd, en dat na een valse start van een paar seconden alsnog krachtig werd ingezet: ‘Chuckii Booker’. De show kreeg op dat moment een powerfunkkarakter dat bij La Dulfer de afgelopen jaren wat naar de achtergrond was verdwenen, en het publiek voelde dat duidelijk.
Na dit stevige funknummer ging de set een kosmischere richting in met ‘Galaxy’, compleet met een uitgesponnen toetsensolo en een drumsolo van Dulfer zelf, die daarvoor achter het drumstel plaatsnam. Gedurende de avond wisselden zanger Ivan Peroti en Camilo Rodriguez elkaar regelmatig af. Bij de bandvoorstelling kreeg het publiek even de tijd om alle muzikanten te leren kennen, voordat de show een persoonlijker karakter kreeg met een eerbetoon aan Prince, die inmiddels al tien jaar geleden overleed. Peroti zong ‘I Wanna Be Your Lover’, een van Dulfers favoriete nummers van de popicoon, waarna Rodriguez de Chaka Khan-klassieker ‘We Got Each Other’ voor zijn rekening nam.
Even later volgde een rustiger moment. Dulfer vertelde dat het nummer geschreven was in een periode waarin het niet goed met haar ging, en omschreef hoe sommige mensen pech hebben, kleine problemen groot maken, terwijl anderen met grote problemen gewoon doorgaan, en hoe iedereen wel weet hoe het is om even helemaal onderuit te zitten. Het ging om ‘The Climb’, met daarin een gitaarsolo die door merg en been sneed.
Het hoogtepunt van de avond was misschien wel het nummer dat Dulfer al speelt sinds haar twaalfde, ‘Pick up the Pieces’, in een bijna kwartier durende versie en in een arrangement dat telkens weer anders klinkt. Voor dit seizoen werd het ‘P-Funk the Pieces’ en en die versie mag Dulfer er zeker nog wel even inhouden! Tussendoor was er opnieuw ruimte voor een voorstelling van de band, voordat ze het voorprogramma bedankte en de zaal even op adem liet komen.
In de toegift trakteerde Dulfer het publiek op ‘Funky Nassau’, de cover van The Beginning of the End die ze inleidde met een persoonlijk verhaal: ze kent het nummer al sinds haar zesde levensjaar en noemde het een van haar favorieten, een waar one-hit-wonder uit de Bahama’s dat ondanks zijn jaren zeventig-oorsprong nog altijd overeind staat. Tijdens dit nummer kwam ook een deel van het voorprogramma terug het podium op om mee te zingen, waarmee de avond even helemaal rond werd gemaakt. Ze liet het publiek wegdromen naar witte stranden, bikini’s, palmbomen en een cocktail in de hand. In het nummer werd ‘Soul Makossa’ verwerkt, niet de versie van Michael Jackson maar het origineel van Manu Dibango, verwerkt in een tussenmedley waarin allerlei flarden van enkele bekende funksongs voorbijkwamen.
Met die mix van oud en nieuw, van ingetogen en uitbundig, liet Candy Dulfer in de NEXT van 013 zien dat de funk bij haar nog altijd in goede handen is. De laatste show van haar tournee alweer, maar na enkele jaren van experimenteren een duidelijk teken dat Candy terug is waar ze ooit begon, en zeker hoort te zijn!
