De Skatalites namen zondagavond de kleine zaal van 013 in Tilburg mee naar de oorsprong van de Jamaicaanse ska. De band, die in de jaren zestig de basis legde voor het genre en later ook grote invloed had op rocksteady, reggae en de Britse two-tonebeweging, speelde een set waarin historie en muzikaliteit samenkwamen.
Zonder groot entree verschenen de muzikanten één voor één op het podium. De bassist Val Douglas kwam in een rolstoel het podium op, waarna de overige leden zich rustig bij hem voegden. Toetsenist Ken Stewart nam vervolgens het woord en liet het publiek op geheel eigen Skatalites-wijze aftellen van tien naar één. De uitkomst was toepasselijk: “Freedom”.
Met ‘Freedom Sounds’ werd direct duidelijk waar de avond om draaide. Na afloop van het nummer bedankte de band het publiek in het Nederlands en vertelde dat dit nummer sinds 1964 een herkenbaar onderdeel van het Skatalites-geluid was gebleven. De combinatie van warme blazers, een ontspannen ritme en de typische Jamaicaanse swing vormde de basis voor de rest van de avond.
‘Musical Store Room’ bracht een meer rocksteady sfeer, waarbij vooral de saxofoon ruimte kreeg om uitgebreid te soleren. De band kondigde daarna twee nieuwe nummers aan die recent waren opgenomen. Een 45-toeren single met deze nieuwe muziek was na het concert verkrijgbaar. Met ‘Dance Away’, ‘Ska Train’ en ‘El Pussycat’ verschoof de nadruk weer richting de klassieke ska-klanken.
Tijdens ‘Rock Fort Rock’ werd het tempo verder opgebouwd. De band kondigde het nummer aan als reggaetijd en liet horen hoe natuurlijk de overgang tussen ska, rocksteady en reggae binnen het repertoire van de groep verliep. Drummer Mannic Williams uit Montego Bay kreeg daarbij de ruimte voor een lange drumsolo, terwijl de overige muzikanten tijdelijk het podium verlieten. Een rondzingend geluid in de zaal zorgde even voor een onderbreking, maar na een aantal minuten drumwerk en een bassinterlude als afleiding om de rondzinger er technisch uit te filteren, kon het nummer worden afgerond.
Daarna kreeg bassist Val Douglas zijn eigen moment. Na een introductie volgde een bassolo, waarna de band verderging met ‘Real Rock’. Met ‘Skaloween’ keerde de groep terug naar de traditionele ska, gevolgd door klassiekers als ‘Guns of Navarone’ en ‘Bridge View’. Ook ‘King Salomon’ kreeg een plek in de set, een nummer dat verbonden is met de geschiedenis van de oorspronkelijke Skatalites-drummer.
De huidige bezetting liet tijdens de avond horen hoe verschillende muzikale achtergronden samenkwamen. De Franse trombonist Gilles Le Croissec, trompettist Olivier Dulon, saxofonist Anand Pradan uit New York, gitarist Aurélien Metz, toetsenist Ken Stewart, drummer Mannic Williams en bassist Val Douglas vormden samen een hechte ritmesectie met veel ruimte voor improvisatie.
In ‘Latin Goes Ska’ kwamen Jamaicaanse ritmes samen met bekende Latijnse invloeden, waarbij het publiek de herkenbare melodielijn van ‘Ai ai Dolores’meekreeg. Daarna volgde ‘Music Is Occupation’, waarmee de zaal volledig werd betrokken bij het optreden. De wisselwerking tussen band en publiek gaf het nummer een gezamenlijk karakter.
Aan het einde van de avond verlieten de muzikanten het podium op dezelfde rustige manier waarop ze waren begonnen. De afsluiting kreeg opnieuw de vorm van een aftelmoment van tien naar één, waarna de band terugkeerde voor ‘Freedom Sounds (Reprise)’. De Skatalites bewezen in 013 dat hun muziek nog altijd draait om ritme, samenspel en de kracht van een stijl die ruim zestig jaar na het ontstaan nog steeds herkenbaar klinkt.
