Inspectah Deck geldt al drie decennia als een van de meest technisch begaafde maar tegelijk onderschatte MC’s uit de Wu-Tang Clan. Waar groepsgenoten als Method Man en Ghostface Killah als solo-artiest een breed publiek bereikten, bleef Deck vooral gewaardeerd binnen de harde kern van hiphopliefhebbers, ondanks verzen die tot de scherpste van de hele Clan worden gerekend. Met ‘Dragon’s Breath’, zijn zesde soloalbum, lijkt hij een moment te grijpen waarin alles samenkomt: de aankondiging van de plaat valt samen met de laatste data van de Final Chamber tour van Wu-Tang Clan en hun aanstaande opname in de Rock and Roll Hall of Fame. De titel verwijst nadrukkelijk naar de rode draad in zijn carrière, van de Shaolin-fundamenten van de 36 Chambers-mythologie tot de comic-achtige wereld van zijn project Czarface, en weer terug.
Die spanning tussen herkomst en heden is meteen voelbaar op ‘Day in the Life’, de openingssingle met een bijdrage van Baegod op de hook. Het nummer combineert een soulvolle, bijna nostalgische productie met verzen die zonder omhaal draaien om hard werken en het najagen van geld, verteld met de directheid die Deck al dertig jaar kenmerkt. ‘Shaolin Rebel 2′, de tweede single met Siahlaw, opent met een regel die bijna als een missieverklaring klinkt en bouwt van daaruit een dicht, gelaagd vers op vol schaakmetaforen en de kenmerkende Wu-Tang-hardheid. Het is een van de nummers waarop Deck’s precisie het duidelijkst naar voren komt, elke regel doordacht, niets aan het toeval overgelaten.
De gastenlijst van ‘Dragon’s Breath’ leest als een reünie van Decks eigen geschiedenis. Raekwon en Cappadonna, beiden vaste namen uit de Clan, verschijnen naast Czarface, het project dat Deck jarenlang deelde met 7L & Esoteric, terwijl namen als Skyzoo, Che Noir en KXNG Crooked de plaat verbinden met een jongere generatie technisch onderlegde MC’s die zich duidelijk door Deck laten inspireren. Die combinatie van oude bondgenoten en nieuwe stemmen past bij het idee van een artiest die een cirkel rond maakt, zonder daarbij terug te vallen op pure nostalgie.
Wat opvalt aan de eerste twee nummers is hoe weinig Deck lijkt in te boeten aan scherpte. Waar veel rappers van zijn generatie inmiddels vooral op reputatie leunen, klinkt hij hier nog altijd alsof hij iets te bewijzen heeft, ook al is dat allang niet meer nodig. Dat gebrek aan bombast, in combinatie met de dichte, verhalende stijl die zijn handelsmerk is geworden, maakt ‘Dragon’s Breath’ een album dat recht doet aan zijn reputatie als een van de sterkste technische stilisten binnen de Wu-Tang-familie.
Met ‘Dragon’s Breath’ levert Inspectah Deck een plaat af die past bij een jaar waarin alles voor hem samenkomt. Het is geen album dat zich richt op massale herkenning, maar wel een bevestiging van klasse, pure klasse. (8/10) (Urban Icon Records / DNA Music Group)
