Elk jaar speelt de Venlose zanger Frans Pollux op een bijzondere locatie in de regio Venlo en omstreken. Na in januari in een uitverkocht Ziggo Dome te hebben gespeeld, was het nu weer tijd voor een paar maatjes kleiner. Deze editie werd gespeeld in een klein dorpje ten zuiden van Venlo genaamd Belfeld. Omdat het dorp 700 jaar bestond, werd gekozen voor deze locatie.
Oorspronkelijk waren er drie concerten gepland maar ivm de grote belangstelling werden dit er vijf, verdeeld over vier dagen. De concerten waren midden in een bos genaamd De Patersplak. Via een lang pad liep het publiek door het bos om bij de concertlocatie te komen. Iedereen nam z’n eigen stoel mee als men wilde zitten en voor een natje en een droogje was gezorgd. Het podium was niet groot maar mooi bescheiden met een tentdoek,dat er best sfeervol uitzag. Vooraf was er voor de liefhebbers een wandeltocht georganiseerd en zorgde DJ Marco Schell met vinylplaten voor de sfeer. I.v.m. het dreigende weer was er kans dat het concert eerder begon, maar de weergoden waren Frans Pollux goed gezind, dus het concert begon netjes om 21.00 uur. Nadat de eerste nummers waren gespeeld, vroeg Frans het publiek waar iedereen vandaan kwam. De meeste uit de regio Noord-Limburg, maar toch niet heel veel uit het dorp zelf.

Tijd voor meer muziek, nu een bekender nummer ‘Hacienda’ van De Vrijbuiters en het nummer ‘Ech Waor’ van de band waar Frans jarenlang zanger was, genaamd ‘Neet oet Lottum’. Een nummer dat wel bij het weer paste, was een Limburgse versie van ‘Tis weer voorbij die mooie zomer’ die in Nederland het bekend is geworden door Gerard Cox. Een van de bandleden was Eindhovenaar en gitarist Eric van Dijsseldonk, die zijn eigen nummer ‘Eindhoven’ zong. Daarin beschreef hij de lelijkste kanten van zijn stad. De bandleden die Frans begeleide waren op multi-instrumentalist Emil Zcarkowicz, Toetsenist Rob Geboers, gitarist Vincent van Reen, Alexander Op Het Veld en op de drums Sjors Franssen die speelde met een gebroken sleutelbeen door een eerder ongeluk. Eerdergenoemde Vincent was ook geblesseerd aan zijn hand en kon niet zijn gitaar bespelen, maar wel wat andere instrumenten.

Aangezien Belfeld niet ver van het dorp Reuver ligt, kon het in 2001 geschreven nummer ‘Oppe Ruiver’ niet worden overgeslagen.Frans attendeerde het publiek erop dat dit jaar de negende keer was dat hij op een bijzondere locatie concerten gaf. Zo ook een keer aan de Maas in het dorp Velden. En daarop klonken de klanken van het liedje ‘Nao de Maas toe’.

Na ‘t Raegent in New York’ verdween de zon was het tijd voor een quiz met het publiek. Met veel humor won uiteindelijk een vrouw en kreeg van Frans Pollux een vinylplaat van ‘Pollux duit Springsteen’ uitgereikt.
Tijdens ‘Klingelberg’ en ‘Veur ôs mam’ van De Vrijbuiters en ‘Mestreech’ van Neet oet Lottum was het bos mooi verlicht en gevuld met de muziek van de band. Het enthousiaste publiek zong mee en genoot van het geheel.

De twee nummers ‘America’ en ‘Same’ werden samen gezongen met Emil Zcarkowicz.
Een paar nummers volgden, o.a. ‘Sperjusveld’ en ‘Zien ’t dien auge’, een Limburgse vertaling van Koos Alberts’ ‘Zijn het je ogen’. De band bedankt zich voorzichtig, maar zonder het meest bekende nummer van Neet oét Lottum komt de band niet weg en keerde terug op het podium. Met ‘Hald mich ens vas’ stond het publiek op de benen en zongen luidkeels mee.
Het einde was toch gekomen met het laatste nummer ‘Bookends Boerderieke’, ook weer een Limburgse variant van Bruce Springsteen’s ‘My Oklahoma Girl’. Iedereen ging voldaan naar huis, terug over hetzelfde donkere paadje in het bos.
Foto’s (c) Eus Driessen
