Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums achterblijven. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
Celine Cairo – Panacea
De Amsterdamse singer-songwriter Celine Cairo, met meer dan 45 miljoen streams, is inmiddels geen onbekende meer, brengt met ‘Panacea’ haar derde album uit, opgenomen over bijna twee jaar samen met coproducent en partner Benjamin Rheinländer, en het resultaat is een coherent en ingetogen geheel van indie-folk en kamerpop waarbij vingertoetsgitaar, strijkers van India Bourne en Wurlitzerpiano naadloos samenvloeien met Cairo’s breekbaar maar raak stemgeluid. De titeltrack en ‘Cycles’ leggen direct de toon: rustig, atmosferisch en eerlijk, zonder dat het richting het vrijblijvende glijdt. ‘Woman’, met een strijkersarrangement van Annelieke Marselje, is een hoogtepunt dat zijn kracht haalt uit eenvoud en overtuiging, terwijl ‘Paris’ verrassend intieme kanten blootlegt. Wat het album soms parten speelt, is dat enkele nummers in de middensectie de luisteraar minder bij de les houden, maar dat doet weinig af aan het geheel. ‘Panacea’ is Cairo’s meest volwassen werk tot nu toe, een plaat die ruimte geeft zonder te vervelen en raakt zonder te overdrijven. (Norman van den Wildenberg) (8/10) (Ivy)

Aaron Blommaert – Oorsprong
Aaron Blommaert brengt met ‘Oorsprong’ zijn debuutalbum uit, vijftien Nederlandstalige popnummers op Universal Music Belgium. De 23-jarige Aalstenaar is in Vlaanderen al lang geen belofte meer maar een vaste waarde, en dat erkennen we gewoon. De plaat zelf is keurig vakwerk: strak geproduceerd, zelden langer dan drie minuten per song, geen ruwe kantjes. Daar zit meteen de zwakte. Veel nummers zijn in de kern programmeerwerk van multi-instrumentalist Adriaan Persons (ex-Rondé) met zang van Blommaert eroverheen, en dat hoor je: ze kloppen, maar ze leven niet. Het verschil valt op zodra er echt gemusiceerd wordt. ‘Zonde’, met band ingespeeld, ademt. En ‘Tranen van Goud’, een duet met Zoë Livay, is gewoon een heel leuk popliedje met een goede hook en een topline die blijft hangen. Een plaat zonder bezwaar, maar ook zonder noodzaak. (Jan Vranken) (7/10) (Universal Music Belgium)

Slift – Fantasia
Slift is een Franse psychedelische rockband die met ‘Fantasia’ haar vierde studioalbum uitbrengt. Met ‘Fantasia’ gooit Slift het op een andere boeg. Waar op de voorgaande drie albums en dan met name op ‘Ilion’ (2024) de nummers leunden op hypnotiserende, herhalende soundscapes verwerkt in nummers met een gemiddelde tijdsduur van 10 tot 13 minuten, komt Slift op ‘Fantasia’ eerder to the point. De nummers zijn feller, schrijven sneller naar de kern toe en laten de langdurige opbouw achterwege. Dit zorgt ervoor dat de nummers op ‘Fantasia’ een compactere lengte van 5 tot 7 minuten hebben. Ook de thematiek is verschoven van science fiction naar magisch realisme. Ook de zangstijl van Jean Fossat is verschillend. Het leunt nu meer tegen hardcore en intense post-metal aan. Bij het verschijnen van deze recensie heeft Slift net een tweede succesvolle performance gegeven op het Roadburnfestival in Tilburg. Slift blijft niet hangen in een succesformule maar probeert grensverleggend te zijn met het bijbehorende risico om bestaande fans te verliezen. (Ad Keepers) (Sub Pop Records) (7/10)

Spacey Jane – Exit Wounds
De Australische indierockband Spacey Jane liet vorig jaar met ‘If That Makes Sense’ zien waar ze staan: het werd het bestverkochte Australische album van 2025 en domineerde Triple J maandenlang. ‘Exit Wounds’ is geen opvolger maar een EP van zes nummers die tijdens dezelfde opnamesessies in Los Angeles ontstonden, geproduceerd door Day Wave en gemixt door Lars Stalfors. Geen uitvallers of opruimwerk, maar nummers die gewoon niet in de sfeer van het album pasten en hier alsnog hun plek vinden. De toon is donkerder en compacter, met singer-guitarist Caleb Harper die openhartig zingt over relaties die langzaam uit elkaar vallen, uitstel, rouw en de ongemakkelijke vrijheid die daarna komt. ‘I Never See Her’ is het hoogtepunt: zonnige gitaren op een melancholisch verhaal, precies de tegenstelling waarin Spacey Jane het beste in is. ‘Do You Really Love Her’ leunt op eighties-geluid met INXS-achtige breedte en haalt het ook. Zes nummers, twintig minuten, geen vet, geen opvulling. Voor een band die net zo’n jaar achter de rug heeft, bewijst dit dat de tank nog lang niet leeg is. (Anton Dupont) (8/10) (Concord)

Jeff Mills – The Trip to Vega
Jeff Mills is geen onbekende voor liefhebbers van elektronische muziek. Sinds zijn debuutalbum ‘Waveform Transmission Vol. 1’ uit 1992 brengt hij met regelmaat nieuw werk uit. Op 62-jarige leeftijd voegt hij daar ‘The Trip to Vega’ aan toe, een ambitieus project waarin muziek en verbeelding nauw met elkaar verweven zijn. Voor vinylliefhebbers verschijnt deze ruim opgezette reis als een driedubbelalbum. Toch leent het album zich misschien beter voor een luisterbeurt op cd of via streaming. De uitgestrekte, kosmische sfeer komt dan beter tot zijn recht, zonder dat de luisterervaring om de twintig à vijfentwintig minuten wordt onderbroken om van plaatkant te wisselen. In de kern draait het verhaal om de gevolgen van een onomkeerbare beslissing: het voorgoed verlaten van de aarde op weg naar een nieuwe bestemming. Het is een thema dat uitstekend past bij Mills, die als pionier en grondlegger van de technomuziek als geen ander weet hoe je een meeslepende muzikale omgeving creëert. Opvallend is de manier waarop hij de percussie heeft opgebouwd. In plaats van traditionele drummachines gebruikte Mills afzonderlijke geluiden die zorgvuldig en complex zijn geplaatst. Het resultaat is een album dat op momenten weet te verrassen, waarbij het uiteindelijk aan de luisteraar is of die zich volledig aan deze kosmische reis overgaat. (Bart van de Sande) (7/10) (Axis Records)

