Er zijn liedjes die je meteen herkent aan de eerste pianotonen, en er zijn liedjes waarvan de titel zoveel jaren later nog steeds op maandagochtend door kantoren en klaslokalen schalt. ‘I Don’t Like Mondays’ is allebei. Wat begint als een luchtige, bijna speelse popsong, ontpopt zich bij nadere beschouwing tot één van de meest verontrustende nummer-één-hits uit de geschiedenis van de popmuziek. Achter de meeslepende piano en de aanstekelijke melodie schuilt een waargebeurd drama, en dat contrast tussen vorm en inhoud maakte het nummer tot een van de meest besproken singles van 1979. Dit is het verhaal van de band die het schreef, van het lied zelf, van de artiesten die het later opnieuw vertolkten, en van het album en de andere hits die eromheen ontstonden.
The Boomtown Rats
The Boomtown Rats ontstonden in 1975 in Dún Laoghaire, een plaats vlakbij Dublin. De band werd gevormd door zanger Bob Geldof, gitaristen Garry Roberts en Gerry Cott, toetsenist Johnnie Fingers, bassist Pete Briquette en drummer Simon Crowe. Aanvankelijk traden ze op onder de naam The Nightlife Thugs, maar al snel kozen ze voor een naam die veel meer indruk zou maken. Geldof haalde de naam Boomtown Rats uit het boek Bound for Glory van folkzanger Woody Guthrie, waarin een bende straatkinderen zo werd genoemd.
De band groeide op in een tijd waarin Ierland worstelde met een zekere benauwende bekrompenheid, en punk bood daar een uitlaatklep voor. Toch klonken The Boomtown Rats nooit zo rauw als de Sex Pistols of zo koud als Joy Division. Hun geluid was melodieuzer, cynischer en tegelijk toegankelijker, een mix van new wave, pubrock en radiovriendelijke poprock. Geldof ontpopte zich als een frontman met een scherpe tong en een politiek bewustzijn dat verder reikte dan het gemiddelde van de punkzanger.
Na hun gelijknamige debuutalbum in 1977 en het album ‘A Tonic for the Troops’ in 1978 braken ze definitief door met de single ‘Rat Trap’, de eerste single van een punk- of new-waveband die ooit de Britse hitlijst aanvoerde. Toen ‘I Don’t Like Mondays’ in 1979 verscheen, stond de band op het hoogtepunt van haar populariteit, en werd het nummer meteen hun grootste en meest omstreden hit.
I Don’t Like Mondays
Het verhaal achter ‘I Don’t Like Mondays’ is bijna even bekend geworden als het lied zelf. Bob Geldof bevond zich in januari 1979 in Atlanta voor een radio-interview toen hij via een telexbericht een nieuwsbericht onder ogen kreeg over een schietpartij op een basisschool in San Diego. De zestienjarige Brenda Ann Spencer had die maandagochtend vanuit haar huis tegenover de school het vuur geopend op spelende kinderen. Ze doodde twee volwassenen en verwondde acht kinderen en een politieagent. Toen haar later werd gevraagd naar haar motief, gaf ze een antwoord dat griezelig eenvoudig was, ze zei simpelweg dat ze niet van maandagen hield en dat dit de dag wat leven inblies.
Diezelfde ontregelende onverschilligheid vormde de kern van het lied dat Geldof, samen met Johnnie Fingers, binnen enkele weken schreef. Wat begon als een idee in reggaevorm, groeide via een eerste pianodemo uit tot het dramatische, bijna klassiek aandoende popnummer dat de wereld zou veroveren. De piano van Fingers geeft het geheel een haast kerkelijke zwaarte, terwijl de tekst met een koele afstandelijkheid het onbegrijpelijke probeert te vatten.
Het nummer werd uitgebracht op 13 juli 1979 als de eerste single van het album ‘The Fine Art of Surfacing’, en het sloeg in als een bom. In het Verenigd Koninkrijk stond het vier weken lang op nummer één, het tweede en laatste nummer-één-succes van de band na ‘Rat Trap’. Ook in Ierland, Australië en meerdere Europese landen bereikte de single de hoogste posities in de hitlijsten. In de Verenigde Staten lag dat anders, daar bleef het nummer steken op plek 73 in de Billboard Hot 100, wat het niettemin tot de enige Amerikaanse hitnotering van de band maakte. De ouders van Brenda Spencer probeerden nog tevergeefs de release van de single in de Verenigde Staten tegen te houden.
Muzikaal gezien viel het nummer in 1979 op tussen de disco die haar hoogtepunt voorbij was en de opkomende new wave die daarvoor in de plaats kwam. Waar tijdgenoten als Gloria Gaynor of The Bee Gees nog volop dansvloeren vulden en Blondie met ‘Heart of Glass’ een brug sloeg tussen disco en new wave, koos ‘I Don’t Like Mondays’ voor een dramatische, bijna theatrale aanpak die meer aansloot bij de balladtraditie dan bij de heersende dansmuziek. Het plaatste de Boomtown Rats in hetzelfde jaar waarin ook Pink Floyd met ‘Another Brick in the Wall’ en The Police met ‘Message in a Bottle’ lieten zien dat new wave zich uitstekend leende voor serieuze, maatschappelijk geladen thema’s verpakt in een aanstekelijke melodie.
Bon Jovi
Van een lied met zo’n herkenbare piano en zo’n aangrijpend verhaal worden zelden overtuigende covers gemaakt, maar er is één uitvoering die de geschiedenisboeken heeft gehaald. In 1995, bijna tien jaar na Live Aid, waarbij Geldof het nummer met zijn band ten gehore bracht in wat hun laatste grote optreden zou blijken, stond Bon Jovi in het Wembley Stadion. Geldof werd op het podium uitgenodigd en samen brachten ze ‘I Don’t Like Mondays’ opnieuw. Die uitvoering werd vastgelegd en verscheen later op het livealbum ‘One Wild Night Live’ 1985 tot 2001 van Bon Jovi, en ook als bonusnummer bij een heruitgave van hun album ‘These Days’.
Waar het origineel drijft op de ingetogen piano van Johnnie Fingers, gaf Bon Jovi het nummer een groter, meer stadionwaardig jasje, passend bij de arena rock waarmee de Amerikaanse band in de jaren tachtig en negentig furore maakte. Het is een mooi voorbeeld van hoe een lied zich kan aanpassen aan een andere generatie en een ander genre, zonder de kern van het verhaal te verliezen.
The Fine Art of Surfacing
‘I Don’t Like Mondays’ verscheen als de aftrap van ‘The Fine Art of Surfacing’, het derde studioalbum van The Boomtown Rats, dat op 5 oktober 1979 uitkwam. Het album werd geproduceerd door Robert John Mutt Lange, die later naam zou maken met platen van onder anderen AC/DC, Def Leppard en Shania Twain, en het werd opgenomen in de Phonogram-studio’s in Hilversum. In het Verenigd Koninkrijk piekte het album op de zevende plaats van de albumlijst, en het werd ook in de Verenigde Staten en Canada opvallend goed verkocht, iets wat destijds allerminst vanzelfsprekend was voor een Ierse band.
Naast de titelsingle bevat het album nummers als ‘Diamond Smiles’ en ‘Someone’s Looking at You’, die beiden als single werden uitgebracht en respectievelijk de dertiende en de vierde plaats in de Britse hitlijst bereikten. Muziekcritici prezen destijds vooral de veelzijdigheid van het album. Waar sommige nummers, zoals ‘Diamond Smiles’, zich verdiepen in donkere thema’s als eenzaamheid en zelfmoord, klinken andere songs, zoals ‘Nothing Happened Today’, juist licht spottend en ironisch. Die combinatie van luchtigheid en zwaarte typeerde de band en maakte ‘The Fine Art of Surfacing’ tot wat door velen wordt gezien als het commerciële en artistieke hoogtepunt van The Boomtown Rats.
Rat Trap
Wil je begrijpen waarom ‘I Don’t Like Mondays’ zo’n impact had, dan helpt het om te kijken naar de single die eraan voorafging. ‘Rat Trap’ verscheen eind 1978 en werd voor de band een absolute doorbraak. Het was de eerste single van een punk- of new-waveband die ooit de nummer-één-positie in de Britse hitlijst bereikte, iets wat destijds als een kleine revolutie werd gezien in een muzieklandschap dat nog altijd werd gedomineerd door disco en gevestigde rocknamen.
Het optreden van de band met ‘Rat Trap’ bij Top of the Pops werd legendarisch. Geldof scheurde tijdens de uitvoering foto’s van John Travolta kapot, een symbolisch afscheid van de disco die destijds als de grote vijand van punk en new wave werd beschouwd, terwijl hij bovendien deed alsof hij op een kandelaar saxofoon speelde. Het liet precies zien waar de kracht van de band zat, een combinatie van muzikale ambitie, theatrale flair en een flinke dosis branie. Waar ‘Rat Trap’ vooral een verhalend, bijna filmisch beeld schetste van het leven in de arbeidersbuurten, zou ‘I Don’t Like Mondays’ een jaar later een nog directer en confronterender onderwerp aansnijden.
Bijna vijftig jaar na het verschijnen ervan blijft ‘I Don’t Like Mondays’ één van die zeldzame nummers waarbij de melodie en de boodschap in een merkwaardige spanning met elkaar blijven staan. Het is een lied dat overal ter wereld nog altijd wordt herkend aan de eerste maten, en tegelijk een lied waarvan de geschiedenis, eenmaal gekend, nooit meer helemaal loslaat. Voor The Boomtown Rats werd het de piek van hun commerciële succes, voor Bob Geldof een eerste stap richting een carrière die hem uiteindelijk verder dan de muziek zou brengen. En voor luisteraars wereldwijd bleef het een herinnering aan hoe popmuziek soms de moed heeft om niet weg te kijken van het ongemakkelijke, maar het juist recht in de ogen te kijken.
