Na vijfentwintig jaar afwezigheid is West Side Story terug op de Nederlandse podia, en de productie van De Graaf & Cornelissen maakte bij aankomst in Theater Heerlen meteen duidelijk dat er niet bescheiden aan was begonnen. Een cast van ruim dertig performers en een live orkest vulden de RABOzaal met een weelde aan geluid, beweging en emotie die je van begin tot eind in de greep hield.
Het bekende verhaal, gebaseerd op Shakespeares Romeo en Julia, is in bewerking door Arthur Laurents, Stephen Sondheim en Leonard Bernstein verplaatst naar een verboden liefde in 1957 in de straten van New York, waar de uit blanke bende ‘The Jets’ en de Puerto-Ricaanse ‘Sharks’ elkaar met dodelijke ernst bestreden. Die vertaalslag bleek tijdloos. De strijd om erkenning, de angst voor het vreemde en het geweld dat voortkwam uit onmacht en territoriumdrift waren in Heerlen zo mogelijk actueler dan ooit. West Side Story is in zekere zin ook de musical waar Donald Trump trots op zou kunnen zijn: het decor liet het Vrijheidsbeeld prominent neerdalen waar nodig, en het verhaal ademt de rauwheid van de American Dream. Maar het onverbloemde bendegeweld, de sluimerende rassenhaat en de armoede die het verhaal even onlosmakelijk kleuren, zijn details die in dat plaatje wat minder goed uitkomen, maar zeker niet te negeren zijn.
Het technisch vernuftige decor van Eric van der Palen droeg daar stevig aan bij. Hoog opgetrokken steigers en brokkelige gevels riepen het New York van de jaren vijftig op met een overtuigingskracht die verder ging dan louter theatrale illusie. De decorstukken vertelden bovendien actief mee: wanneer Tony en Maria elkaar voor het eerst aankeken, waren het niet de geliefden die naar elkaar toe bewogen, maar de steigers die subtiel dichter bij elkaar schoven. Dat soort intelligente makerskeuzes maakten van deze productie meer dan een getrouwe heropvoering.
De muziek van Leonard Bernstein klonk in de handen van muzikaal leider Steven van Gool met een rijkdom en warmte die alleen een live orkest kon bieden. De melodische lijnen van nummers als ‘Maria’, ‘Tonight’ en ‘America’ wonnen aan diepgang doordat ze rechtstreeks de zaal in zweefden, ongefilterd en onmiddellijk. Thijs Snoek vertolkte Tony met een jongensachtige kwetsbaarheid die zijn onmogelijke liefde voor Maria geloofwaardig maakte. Silvana Rocha gaf Maria een warmte en vastberadenheid die het personage voorbij het romantische archetype tilde. Haar stem was zo loepzuiver dat het amper nog aanvoelde alsof het live gezongen was, zo sterk. Beiden speelden eerder (niet tegelijkertijd) in ‘Spring Awakening’, en hun samenspel droeg de tragische kern van het verhaal met een natuurlijk gemak dat duidelijk maakte dat ze elkaars spel goed aanvoelden.
De voorstelling was volledig in het Nederlands, wat even schakelen vroeg voor wie de nummers in het Engels in het hoofd had zitten. De vertaling van Koen van Dijk respecteerde de muzikale structuur zonder in geforceerde rijmkronkels te vervallen, al vergde het een paar scènes voordat het vanzelfsprekend aanvoelde.
Het was Esmée Dekker als Anita die de meeste indruk achterliet. Zij speelde een vrouw die heen en weer werd geslingerd tussen trots op haar Puerto-Ricaanse achtergrond en de pragmatische harde werkelijkheid van het leven in Amerika, met een intensiteit en gelaagdheid die elke scène waarin ze verscheen oplaadde. Haar vertolking van ‘America’ was elektrisch, haar spel in de donkerdere momenten van het verhaal al even raak. Dekker heeft een indrukwekkend palmarès opgebouwd in het Nederlandse musicalleven. Ze stond eerder in ‘My Fair Lady’ naast West Side Story-medespelers Alfred van den Heuvel en Raymond Kurvers, en speelde hoofdrollen in ‘Saturday Night Fever’. Haar doorbraak als Betty Rizzo in ‘Grease’ leverde haar zelfs een musicalaward op voor beste vrouwelijke bijrol, een erkenning die aan haar prestaties in West Side Story volledig recht deed.
Joey Ferré als Bernardo, de leider van de Sharks, maakte zijn rol tot een van de sterkste van de avond. Ferré, bekend van ‘Grease’ en ‘Saturday Night Fever’, gaf Bernardo een geloofwaardige hardheid zonder het personage tot loutere tegenstander te reduceren. Raymond Kurvers, die in deze productie de rol van inspecteur Shrank op zich nam, en Alfred van den Heuvel als Doc gaven het verhaal de ankerpunten die het nodig had. Van den Heuvel voegde als Doc een rustiger register toe, de stem van een generatie die het geweld allang moe was. Calvin Kromheer als Riff, het hoofd van de Jets, completeerde een cast die van boven tot onder op niveau was.
De choreografie van Klevis Elmazaj maakte het contrast tussen de twee bendes tastbaar. De Sharks brachten Latijns-Amerikaanse ritmes en lichaamstaal mee die hun wortels onderstreepten, terwijl de ensemblescènes een fysieke intensiteit bereikten die de spanning tussen de groepen voelbaar maakte lang voordat het geweld uitbarstte. En dat werd met de geënsceneerde vechtscenes goed tot uiting gebracht door de bendeleden. Regisseur Paul van Ewijk bond dat alles samen in een productie die visueel consistent en sterk van stijl was.
Het Heerlense publiek ontving de voorstelling met warm en aanhoudend applaus. Terecht. Deze West Side Story toonde aan dat groot muzikaal theater niet alleen spektakel hoeft te zijn, maar ook iets te zeggen kan hebben. West Side Story blijft immers een verhaal van het verleden en het heden, en benoemt de puntjes die nog dagelijks tot de realiteit behoren, helaas. De productie was nog te zien in Theater Heerlen tot en met 17 mei, waarna de tournee verderging naar Den Haag, Groningen, Utrecht, Zwolle en Eindhoven.
