Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums blijven liggen. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
Jordan Rakei – Between us
Met de EP ‘Between Us’ levert de Nieuw-Zeelandse, in Londen gevestigde multi-instrumentalist Jordan Rakei vijf tracks af die zijn opgenomen tijdens de slotfase van zijn residency in de Abbey Road Studios. Eén dag, één gast, één track, geen overdenking, dat was de afspraak. Het resultaat verschijnt op 24 april 2026 via Fontana en luistert als een sampler voor North Sea Jazz volgend jaar. ‘What It Gave Me’ opent met Jalen Ngonda en zijn warme, retro-soulvolle timbre. ‘Easy To Love’ krijgt de groove van Tom McFarland van Jungle mee, dansvloergericht zonder de soulkern te verliezen. ‘It Never Ends’ is het hoogtepunt: Femi Koleoso van Ezra Collective propelleert de track met die typische, voorwaarts duwende drummerssensibiliteit waar de Britse jazz haar Mercury-prijs aan dankt. ‘Problems’ met FKJ is dromerig en cinematisch, ‘Monsters’ met saxofoniste Nubya Garcia sluit af met een zes minuten lange uitwaaier waarin alle ruimte aan de blazer wordt gelaten. De kanttekening is precies wat de EP is: vijf tracks, negentien minuten, en je weet niet wat de acht nummers waren die er niet bij zaten. Een hoger cijfer past niet bij een EP, maar wat hier staat is van topkwaliteit en bewijst opnieuw dat Rakei niet alleen een uitzonderlijke zanger en producer is, maar bovenal een curator met een feilloos oor voor wat past bij wie. (Jan Vranken) (8/10) (Fontana)

Jackson Dean – Magnolia Sage
Magnolia Sage is inmiddels het derde album van de nog relatief jonge Jackson Dean, de 25-jarige singer-songwriter uit Maryland. Met zijn donkere, gruizige stemgeluid bouwt hij gestaag aan een betrouwbaar oeuvre waarin thema’s als relaties, verlangen en whisky nooit ver weg zijn. Het zijn vertrouwde ingrediënten binnen het genre, maar Dean weet ze met voldoende overtuiging te brengen om de aandacht vast te houden. Hoewel Magnolia Sage stevig geworteld is in de country, laat het album door zijn subtiele gelaagdheid ook ruimte voor een breder publiek. De productie is verzorgd en kent genoeg nuance om het geheel interessant te houden, zonder de toegankelijkheid uit het oog te verliezen. Met een speelduur van 37 minuten, verdeeld over elf nummers, is het album compact en prettig behapbaar. Het luistert daardoor gemakkelijk weg, maar juist in die beknoptheid schuilt ook een gemis. Soms had het materiaal gebaat bij meer uitdieping. De stem van Dean leent zich uitstekend voor sterke storytelling, maar die potentie wordt niet altijd volledig benut. Hierdoor blijven sommige nummers hangen in bekende patronen en thema’s, zonder echt een diepere laag te bereiken. Het voelt af en toe als een staalkaart van kleuren die dicht bij elkaar liggen: aangenaam, maar niet altijd onderscheidend genoeg. Desondanks is Magnolia Sage een solide en sfeervol album dat laat horen dat Jackson Dean zich blijft ontwikkelen. (Bart van de Sande) (7/10) (Big Machine Label Group, LLC)

Demonessa – Wild ‘N Loud
Demonessa is een nieuwe heavy-metalband afkomstig uit Finland. Ze spelen klassieke heavy metal met een moderne twist. Het in eigen beheer opgenomen album bevat twaalf nummers die variëren van snelle nummers zoals ‘High Voltage’ en het titelnummer tot (semi-)ballads als ‘I Stand Alone’ en ‘Queen Of Pain’, met mooie gitaarsolo’s van John Creweholm en Hugo M. Raze. Zanger Senja voldoet, maar is geen wereldtopper. Ze doet me sterk denken aan Doro Pesch, al laat ze met name in de ballads horen ook het hogere werk aan te kunnen. Al met al is Demonessa een band om in de gaten te houden. ‘Wild ‘N Loud’ komt op 1 mei uit en voor wie niet zo lang kan wachten, zijn er al vier nummers nu te streamen op Spotify. (Ad Keepers) (7/10) (Eigen productie)

Benny Benassi — Feel the Bass
Tien jaar na ‘Danceaholic’ levert de Italiaanse electro-housepionier Benny Benassi met ‘Feel the Bass’ (Ultra Records) zijn vijfde studioalbum af: twaalf tracks, zesendertig minuten en geen seconde aan twijfel of hij nog op de dansvloer hoort. Wie ‘Satisfaction’ uit 2002 in de benen heeft zitten, weet wat Benassi kan: een mechanische, bijna klinische bas die meer met een boormachine dan met een synthesizer lijkt gemaakt. Op ‘Feel the Bass’ grijpt hij terug naar precies dat handschrift, geholpen door een gastenlijst die de generaties overbrugt. Opener ‘Love Is Gonna Save Us’ met ARTBAT is het breedste moment, terwijl ‘Aku Aku’ met het Italiaanse duo Axis Zero het hardste hit: kort, droog, weinig vergevingsgezind. ‘Chicago Baby’ met house-veteraan Felix Da Housecat is het slimste samenwerkingsverband op de plaat, een knipoog naar de stad waar dit alles ooit begon. Het probleem zit in de duur. Zesendertig minuten klinkt strak, maar verschillende tracks blijven onder de drie minuten en eindigen voordat ze ergens komen. Wie een avondvullende clubervaring zoekt, zal zelf moeten mixen. (Jan Vranken) (7/10) (Ultra Records)

Steve Wilson – Enduring Sonance
Niet te verwarren met proggoeroe Steve Wilson. Deze Steve Wilson speelt saxofoon en doet zulks minder avontuurlustig dan Porcupine Tree. Ondanks het feit dat zijn naam groot op de albumcover staat, speelt Wilson in dienst van het ensemble met pianist Renee Rosnes, vibrafonist Joe Locke en drummer Kendrick Scott als vaste kern. Grote namen, maar geen virtuoze krachtpatserij. ‘Enduring Sonance’ biedt gewoon lekker in het gehoor klinkende melodieën. Wilson koos voor het album een aantal stukken die hij naar eigen hand zet in heldere arrangementen. Verwacht geen vuurwerk, maar wel gedegen muzikaal vakmanschap. Luister naar ‘Helen’s Song’ van George Cables of ‘A Volta’ van Bill Lee. Stukken waar het saxofoonspel van Wilson uitstekend tot zijn recht komt en toch ook ‘opgaat’ in het totaal. Het afsluitende ‘Francisco’ is wat dat betreft dissonant. Zoals op veel tracks vervangt Wilson de zangmelodie door zijn saxofoon, in dit geval de melodie zoals Milton Nascimento die in 1979 op plaat zette. Wat in zang (met woorden) niet opvalt, maar zonder die woorden wel, is dat die melodie in de kern heel vlak is. De keuze voor het repertoire had wat dat betreft beter gekund, zeker voor een afsluiter op het album dat nu nietszeggend eindigt. (Jeroen Mulder) (6/10) (Smoke Session Records)

