Albert Verlinde Theater bracht ‘We Will Rock You’, de Queen-musical van Ben Elton, Brian May en Roger Taylor, naar Theater aan het Vrijthof in Maastricht: een technisch indrukwekkende productie met een paar vocale uitschieters, een script dat nog altijd doorzakt onder zijn eigen gewicht, en een songkeuze die elke serieuze Queen-liefhebber ongemakkelijk in zijn stoel doet schuiven.
Het uitgangspunt is op papier niet mis. In een dystopische toekomst heeft tech-gigant Killer Queen alleen AI-muziek nog toegestaan, rock is verboden, en een groepje rebellen gaat op zoek naar de verloren ziel van de rock-‘n-roll. Er valt iets te zeggen voor de stelling dat die ziel juist verloren gaat op het moment dat je Queen terugbrengt tot meezingers voor het grote publiek, maar dat is een filosofische discussie voor na afloop. In de zaal telt wat er op het podium gebeurt.
Wie stal de show? Nyassa Alberta. Zonder aarzeling. De Groningse, opgeleid aan de Amsterdamse Theaterschool, bouwde haar carrière op in Duitsland met hoofdrollen in The Lion King (Hamburg), Aida (Nordhausen) en Sister Act (Hamburg, Stuttgart, Oberhausen), en groeide in Nederland uit tot hoofdrolspeler in TINA en The Bodyguard. Ze speelde ooit al eens in ‘We Will Rock You’ in Stuttgart, en dat is haar te zien. Albertaʼs Killer Queen heeft volume, swagger, komische timing en een register dat ze over de volle breedte in bedwang heeft. Met ‘Another one Bites the Dust’ tilt ze de avond in één klap op een hoger plan. Het is het moment waarop deze musical er werkelijk toe doet.
Vlak erachter staat Naima Bayo. Als Oz zet ze met ‘No-One But You (Only the Good Die Young)’ de meest aangrijpende vijf minuten van de avond neer. Dat is geen kleinigheid: Brian May schreef het nummer in 1997 als nabestaande eer voor Freddie Mercury, en in de musical komt het pas na een litanie van jonggestorven muzikanten. Bayo doseert zonder nadruk en zonder pathos, en krijgt een uitverkochte Papyruszaal muisstil. Dat is zeldzaam. Magtel de Laat levert met ‘Somebody to Love’ het verwachte huzarenstukje, al voelt haar Scaramouche af en toe iets te bewust uitgedacht. Bij hoofdrolspeler Brecht van Arnhem als Galileo wringt de schoen. Van Arnhem zingt technisch keurig maar mist de rauwheid, het fysieke gezag en het rockcharisma dat deze rol vraagt. Rock is meer dan de noten raken, het is ook je vol in je klooten raken. Luuk Haaze als Khashoggi is vocaal de zwakste schakel van de hoofdcast; in de zwaardere passages komt zijn stem simpelweg tekort.
Waar ging het onderuit? Bij het script, zoals dat ook de vorige twee Nederlandse versies al ondermijnde. Ben Eltons boek uit 2002 is een flinterdun niemandalletje, en geen vertaling ter wereld, ook die van Jon van Eerd niet, kan daar dramaturgisch leven in blazen. Van Eerd kiest voor compulsieve actualiteit: verwijzingen naar Trumps Truth Social-posts, naar Venezuela, naar de Straat van Hormuz, naar AI. Bedoeld als scherp, uitgevoerd als een sketchshow met te veel cafeïne.
En dan de songkeuze. Wie Queen als rockband wil eren, komt niet weg met alleen de radiohits. Waar blijft ‘Keep Yourself Alive’, de openingskrachtpatser van het debuut? Waar is ‘Brighton Rock’, ‘Sheer Heart Attack’, ‘It’s Late’? Uit ‘Queen II’ haalt de musical welgeteld één flard ‘Ogre Battle’, en eerlijk: hoeveel van de achthonderd bezoekers hebben dat fragment werkelijk herkend, zeker in deze opgepoetste vorm? De keuze verraadt precies waar de prioriteit ligt. Meezingen staat boven muzikale rechtvaardigheid.
Het decor van Carla Janssen Höfelt, dat doet denken aan een uitvergroot moederbord, is een genot om naar te kijken. De lichtregie van Marc Heinz en Jordy Veenstra werkt aanstekelijk, en de liveband speelt strak. De zaal zat vol, het publiek had er duidelijk lang naar uitgekeken, en kreeg waar het voor kwam: meezingen met ‘Bohemian Rhapsody’ en klappen op ‘We Will Rock You’. De musicalliefhebber vertrekt tevreden. De Queen-liefhebber stelt geruststellend vast dat de echte rock hier niet te vinden is en dus, paradoxaal genoeg, ook niet verloren kan gaan. Buiten dit theater, op een podium op een lekker zomerfestival of in een minder frisse kroeg waar wél nog gewoon rock wordt gespeeld, daar leeft hij gewoon door.
