In het Muziekgebouw Eindhoven stond vrijdagavond Francis Rossi op het podium, vooral bekend als zanger en gitarist van Status Quo. Het werd een intieme avond met twee stoelen, een stapel gitaren en vooral veel praten tussen de nummers door.
Vanaf het begin nam hij de zaal moeiteloos mee. Hij vertelde dat hij ooit in Amsterdam had gewoond en noemde Eindhoven een geweldige stad. Daarna ging het zoals zo vaak bij hem alle kanten op, met losse observaties en zelfspot. “I talk a lot and I swear a lot”, zei hij, en dat bleek precies de rode draad van de avond.
Zijn verhalen zaten vol kleine uitstapjes. Over zijn vrouw: “My wife is American. She’s a lovely girl, but she is American…” Over zijn gitaren, waarvan de meeste Amerikaans waren en één Mexicaans exemplaar dat hij nadrukkelijk de beste vond. “The Mexican is better than the American…” gevolgd door een knipoog en “Dear Donald…”, wat de zaal meteen liet lachen.
Hij bleef voortdurend reageren op de zaal. Een laatkomer werd onderdeel van de show, een nies kreeg een luchtige “Bless you”. Tussendoor speelde hij korte muzikale fragmenten zoals ‘Falderie Faldera’, dat direct werd meegezongen. Na ongeveer een kwartier praten begon de muziek echt met ‘Pictures of Matchstick Men’, gevolgd door ‘In My Chair’ en ‘Spinning Wheel Blues’. Hij pakte tussendoor zijn inhaler alsof het erbij hoorde.
Over zijn verleden was hij opvallend eerlijk. Zijn drugsgebruik noemde hij zonder omwegen “Rubbish”. Zijn jeugdverhalen kwamen met dezelfde combinatie van humor en scherpe observaties. Met ‘Wild Side of Life’, ‘Gerdundula’, ‘Don’t Waste My Time’ en ‘Rock ‘n’ Roll’ zette hij het eerste deel van de avond voort. Bij het stemmen van zijn gitaar kreeg hij bevestiging uit de zaal, om die meteen weg te lachen met “Liar!”. De eerste set eindigde met ‘Burning Bridges (On and Off and on Again)’.
Na de pauze kwam hij terug in exact dezelfde toon. Een verhaal over diarree werd halverwege afgekapt om door te gaan met ‘What You’re Proposing’ en ‘And It’s Better Now’. De humor bleef constant aanwezig. Over het tourleven zei hij: “I love doing this tour but it’s fucking lonely.” Naast hem stond Andy Brook, die de hele avond nauwelijks iets zei. Rossi maakte daar een doorlopende grap van, probeerde hem bij de show te betrekken en kreeg vooral stilte en kleine gebaren terug. Later wist hij hem toch aan het lachen te krijgen en meldde dat trots aan de zaal met “He did laugh!”
‘Someone Show Me Home’ en ‘Tongue Tied’ hielden het ingetogen. Daarna volgde ‘Roll Over Lay Down’, dat uitgroeide tot een lange versie en zonder onderbreking overging in ‘Rockin’ All Over the World’, luid meegezongen door het publiek. Bij ‘In the Army Now’ gebeurde dat opnieuw, met een korte verwijzing naar Bolland & Bolland als schrijvers van het nummer.
‘Down Down’ kreeg een uitgesponnen uitvoering met lange intro en gitaarsolo, gevolgd door ‘Caroline’ als afsluiter. In de laatste tonen nam zijn gitarist het woord om het einde aan te kondigen, terwijl op de achtergrond een Star Wars-achtige aftiteling verscheen.
Wat vooral bleef hangen, was hoe moeiteloos Rossi het publiek bijna twee uur lang kon vasthouden zonder dat het ooit voelde als een vaste show in de klassieke zin. Hij schakelde constant tussen muziek en stand-up, tussen herinneringen en flauwe grappen, en deed dat met een vanzelfsprekendheid die je niet kunt aanleren.
Het is lastig om hier nog iets aan toe te voegen zonder in overdrijving te vervallen, maar één conclusie dringt zich wel op: als Francis Rossi ooit definitief stopt met toeren als zanger van Status Quo, dan ligt er zonder twijfel nog een tweede carrière klaar. Niet in de muziek, maar in de comedy. Een podium, een stoel en een microfoon zouden voor hem al genoeg zijn.
