Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums blijven liggen. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
Bobby Broom – Notes of Thanks
Er zijn een paar jazzgiganten die zulke ijzersterke composities hebben afgeleverd, dat ze op vrijwel elk instrument overeind blijven. Thelonious Monk hoort bijvoorbeeld in dat rijtje thuis: onze eigen Sven Figee maakte met ‘Sphere’ al een prachtig tribute-album met werk van Monk. Een andere grootheid is Sonny Rollins. De nu 95-jarige saxofonist wordt gerekend tot de meest invloedrijke jazzcomponisten. Terecht kreeg Rollins in 2004 een Grammy voor Lifetime Achievement. Dan moet je over een flinke dosis lef beschikken om composities van een dergelijke statuur te bewerken. Bobby Broom doet dat met tien composities en herinterpreteert deze voor de gitaar. De hamvraag is: werkt dat? Het simpele antwoord is: ja. Alsof de stukken origineel voor zes snaren zijn geschreven, zo natuurlijk klinken de arrangementen. Het spel van Broom op de hollow-body klinkt simpel, maar het raakt de kern van elke compositie. ‘Alfie’s Theme’, ‘Doxy’ (dat is opgenomen in de catalogus met jazzstandards) en ‘Pent Up House’ zijn nog steeds herkenbaar, maar ook verrijkt, met eerbied voor het origineel, maar ook met voldoende durf om de compositie een eigen Broom-smoel mee te geven. ‘Notes of Thanks’ is daarmee een waardige hommage geworden. Meer nog een diepe buiging, een oprecht ‘dank je wel’. Een heel stijlvolle buiging. (Jeroen Mulder) (8/10) (Clean Sweep Music)

Einar Solberg – Vox Occulta
Het filmische ‘Vox Occulta’ is het tweede soloalbum van Einar Solberg (Leprous). Vanaf de eerste seconde ben ik geboeid. De intro’s zijn allemaal bijzondere intro’s. Het einde is regelmatig plotseling, maar mooi. Iedere track is heel anders, maar ze zijn allemaal complex. De zang van Einar is enorm veelzijdig. Zowel zijn zachte, als zijn luide zang, zijn met vlagen intens en/of emotioneel. Soms verandert zijn stem plotseling van heel ingetogen naar bijna schreeuwend. De ene zingt hij keer melodieus en op andere momenten staccato, daarnaast is de zang soms gestapeld. Ondanks, of misschien wel juist door deze verschillen, blijft alles in evenwicht. De teksten kunnen op meerdere manieren geïnterpreteerd worden. Ook in de muziek zijn er talloze, soms plotselinge veranderingen. Zowel qua tempo als volume als qua emotie. Steeds weer word ik geraakt of krijg ik kippenvel. Zowel het samenspel als de afwisseling tussen symfonie en metal zijn subliem. Na de gave epic ‘Grex’ volgt het laatste nummer, met zijn plotselinge einde. Ik laat de stilte nog even op mij inwerken, want ‘Vox Occulta’ is bijzonder en indrukwekkend. (Esther Kessel-Tamerus) (9/10) (InsideOut Music)

Meatshell – The Elevator Child
Ons land heeft een naam hoog te houden als het gaat om artistieke vrijheid. Instituten als het Amsterdams Conservatorium zijn magneten voor jazzmusici die grenzen niet alleen willen verleggen, maar volledig opnieuw willen trekken. Zangeres/bassist Helen Svoboba en saxofonist Andrew Saragossi zijn een goed voorbeeld. Het duo liet het Australische Brisbane achter zich en maakt sinds 2018 furore als Meatshell, onder meer als winnaar van de Maastricht Jazz Awards in 2020. ‘The Elevator Child’ is het derde album en tot dusver het meest experimentele werk dat het duo aflevert. Waar vorig werk sterk leunde op akoestisch materiaal, is op deze plaat rijkelijk gebruikgemaakt van elektronica, al blijven de tenorsax en de vocalen wel de kern. De plaat ontstond grotendeels vanuit improvisatie, iets dat je hoort in de grillige, diffuse structuur van de composities die soms heel fragmentarisch en zelfs chaotisch klinken, maar op de een of andere manier toch voldoende blijven intrigeren om het album af te luisteren. Op ‘Scrape It Off’ wordt het duo op drums bijgestaan door de gelouterde Dylan van der Schyff (geen Nederlander, maar Canadees) en dat geeft direct richting. Daarmee had Meatshell zichzelf en een breder publiek een dienst kunnen bewijzen. Welbeschouwd is ‘The Elevator Child’ een perfecte weergave van de tijd waarin we leven. Chaotisch en soms bijna absurd. Soms heel ongemakkelijk. Een tijd die vraagt om alertheid. Net als deze muziek. (Jeroen Mulder) (7/10) (Earshift Music)

Mamas Gun – Dig!
Mamas Gun bracht in 2009 zijn debuutalbum ‘Routes To Riches’ uit. Hiermee had de band met name succes in Azië en werd het zelfs het meest gedraaide internationale album op Japanse radio. De band met Andy Platts, die sommige wellicht beter kennen als de jonge gun in Young Gun Silver Fox brengt met ‘Dig!’ hun zesde langspeler uit en gaat door op dezelfde wijze als we van de band en Young Gun Silver Fox gewend zijn. Heerlijk in het gehoor liggende west coast soul. Mamas Gun is daarin meer richting de soul. Een ideale plaat zo richting de zomer. Platts’ zangkunsten zijn nog altijd jaloersmakend. Het lijkt het geen enkele moeite te kosten, wat een prettige stem. Verder staat het album vol met muzikaal vakmanschap. Op een zomeravond nog even genieten van een lekker speciaalbiertje bij ondergaande zon. Wat wil je nog meer? (Rik Moors) (7/10) (Monty Music Ltd)

Linda Perry – Let it Die Here
Linda Perry zal bij het grote publiek vooral bekend zijn als die dame met de hoge hoed en pilotenbril. ‘What’s Up?’ was een wereldhit en 4 Non Blondes scoorde met het album ‘Bigger, Better, Faster, More!’ (1992), maar bleef hangen in het label one-hit-wonder. Toch doet dat haar carrière tekort. De inmiddels 61-jarige Perry heeft namelijk een indrukwekkend oeuvre opgebouwd als songwriter en producer. Nummers als ‘No Bravery’ (James Blunt), ‘Superwoman’ (Alicia Keys), ‘Get the Party Started’ (P!nk) en ‘Beautiful’ (Christina Aguilera) komen uit haar koker. Dat laatste nummer keert terug op ‘Let It Die Here’, ditmaal door Perry zelf gezongen. Diezelfde veelzijdigheid aan artiesten vertaalt zich naar een rijk en gevarieerd kleurenpalet op dit album. Perry beweegt zich moeiteloos tussen verschillende stijlen en laat horen dat ze het schrijven van een sterk lied nog altijd beheerst. Haar stem is flexibel: laag, rauw, krachtig en tegelijkertijd gevoelig. In combinatie met de puntige composities zorgt dat voor een prettig luisterbare plaat. Met zeventien nummers en een speelduur van 57 minuten voelt ‘Let It Die Here’ verrassend compact en vloeiend. Het album ademt nog altijd levenslust en creatieve energie. Perry bewijst dat ze nog lang niet is uitgezongen. What’s Next? (Bart van de Sande) (7/10) (Kill Rock Stars/670 Records)

