Er zijn liedjes die je herkent voordat de eerste noot is uitgespeeld. Een glinsterend toetsenriffje dat als een kleine motor begint te lopen, een drumcomputer die het tempo onophoudelijk opjaagt, en dan die stem die hoger klimt dan je voor mogelijk had gehouden. ‘Take On Me’ hoort bij die handvol nummers die inmiddels van iedereen lijken te zijn. Het wordt gezongen op bruiloften, in stadions, onder de douche en in karaokebars van Tokio tot Buenos Aires.
Wat veel mensen niet weten: dit lied was lange tijd een mislukking. Het werd opgenomen, opnieuw opgenomen, uitgebracht, genegeerd, nogmaals uitgebracht en nogmaals genegeerd. Pas bij de derde poging, met een videoclip die er uitzag als niets wat de televisie tot dan toe had getoond, begon de wereld te luisteren. Het is het verhaal van drie jonge mannen uit een voorstad van Oslo, een stapel misgelopen kansen en een groep mensen bij een platenmaatschappij die weigerde op te geven. Het is ook het verhaal van een lied dat veertig jaar later nog altijd niet oud klinkt.
a-ha
Het begint in Manglerud, een gewone woonwijk in het zuidoosten van Oslo, waar twee tieners opgroeiden met een gitaar, een keyboard en een veel te grote droom. Pål Waaktaar en Magne Furuholmen kenden elkaar al sinds hun kindertijd en speelden samen in allerlei schoolbandjes die van maand tot maand van naam wisselden. Uiteindelijk werd dat Bridges, een viertal met een voorkeur voor psychedelische rock uit de jaren zestig. Furuholmen zat achter de toetsen en liet zich inspireren door het orgelspel van The Doors. In 1980 verscheen het album ‘Fakkeltog’, dat zelfs een paar vriendelijke recensies kreeg. Een jaar later hield de band er toch mee op.
Voor Waaktaar en Furuholmen volgde een ontnuchterende reis naar Londen, waar niemand op twee Noorse jongens had zitten wachten. Ze keerden terug naar huis met lege zakken en een scherper idee van wat ze wilden maken. Intussen was in een ander deel van de stad een zanger opgevallen: Morten Harket, een theologiestudent uit het nabijgelegen Asker met een stem die uit een heel andere wereld leek te komen. Hij had in bluesbandjes gezongen en wist een falsetto te beheersen waar menig rockzanger een moord voor zou doen. In het najaar van 1982 vroegen de twee hem om mee te doen. De drie bleken elkaar te vinden in ongelijkheid. Waaktaar schreef bitterzoete, soms wat donkere liedjes. Furuholmen bracht kleur, humor en een talent voor melodie. Harket gaf het geheel een gezicht en een stem die je niet meer vergat.
De naam kwam uit een notitieboekje van Waaktaar, waar een kort, makkelijk uit te spreken woord stond dat bovendien in elke taal werkt. In de winter van 1983 vertrokken ze met z’n drieën naar Londen en betrokken ze een bescheiden flat die later bijna legendarisch werd vanwege de armoedige staat. Het was er koud en het geld raakte steeds op. Toch ontmoetten ze er mensen die in hen geloofden, zoals de muziekondernemer John Ratcliff en de ervaren manager Terry Slater. Aan het eind van dat jaar tekenden ze een contract bij Warner. De droom lag eindelijk binnen handbereik. Wat niemand toen kon vermoeden, was hoeveel moeite het zou kosten om hem ook echt waar te maken.
Take On Me
De oorsprong van het nummer ligt aan de rand van de band zelf. Een vroege versie speelde al in de jaren van Bridges, toen Waaktaar en Furuholmen er nog onder een andere titel mee aan het experimenteren waren. Toen Harket de twee voor het eerst hoorde spelen, was het precies dit stuk dat hem overtuigde. Daarna werd het nummer herschreven en kreeg het een nieuw refrein, dat later het meest beroemde refrein van de jaren tachtig zou worden. Een tijdlang heette het nog ‘Lesson One’, tot het zijn definitieve vorm vond.
Dan begint de lange weg. De eerste opname, gemaakt met producer Tony Mansfield, verscheen eind 1984. In het thuisland van de band werd het een bescheiden succes, maar verder dan de grens kwam het niet. In Groot-Brittannië verdween het in het niets. De band en de platenmaatschappij besloten het opnieuw te proberen. Producer Alan Tarney, die bekendstond om zijn heldere, krachtige popproducties, bouwde het nummer van de grond af opnieuw op. Hij gaf het meer snelheid en meer glans. In het voorjaar van 1985 verscheen die versie in Europa en Amerika. Het resultaat was nog pijnlijker dan de eerste keer: in Groot-Brittannië kwam het slechts op plaats 137 terecht, het laagste punt in de hele singlegeschiedenis van de band.
Op dat moment had een minder vasthoudende maatschappij het dossier gesloten. Maar twee mensen bij Warner in Amerika, Jeffrey Ayeroff en John Beug, hadden een kortfilm gezien die ze niet meer vergaten. ‘Commuter’ was gemaakt door de animators Michael Patterson en Candace Reckinger en gebruikte een techniek waarbij echte filmbeelden beeld voor beeld worden nagetekend, zodat levende mensen in een getekende wereld lijken te bewegen. Regisseur Steve Barron, die kort daarvoor al naam had gemaakt met baanbrekende muziekclips, kreeg de opdracht om dit te vertalen naar een liefdesverhaal. Een jonge vrouw leest in een café een stripboek, een getekende hand trekt haar naar binnen en plotseling bevindt ze zich in het verhaal, vlak naast een zanger die wordt achternagezeten door racers met moersleutels. Het verhaal gaat over de grens tussen twee werelden, en over wat je bereid bent op te geven om bij iemand te zijn.
Het maakte maandenlang werk voor een team tekenaars en kostte voor die tijd een fortuin. Het loonde. Toen de nieuwe clip op MTV draaide, ging het snel. Het lied klom in de Amerikaanse Billboard Hot 100 naar de top en stond in oktober 1985 op de eerste plaats, de eerste keer dat een Noorse band dat lukte. Het bleef bijna zeven maanden in de lijst staan. In het Verenigd Koninkrijk bereikte het de tweede plaats en moest het enkele weken alleen de ballad ‘The Power of Love’ van Jennifer Rush voor zich dulden. In Duitsland werd het een nummer één, in Frankrijk een nummer twee, en in tal van andere landen stond het in de bovenste regionen. Naar schatting werden er wereldwijd zeven tot negen miljoen exemplaren van verkocht. De clip kreeg in 1986 zes MTV Video Music Awards, een record voor die jonge prijsuitreiking, en is inmiddels meer dan een miljard keer bekeken.
Het lied zelf valt moeilijk in één hokje te vangen. Het is synthpop, maar dan met een ruwe, bijna rockachtige energie, en met een melodie die zich niet laat afspelen door de mode. In 1985 stond het naast een lichting die het elektronische geluid massaal omarmde. Tears for Fears maakte met ‘Everybody Wants to Rule the World’ gladde, filosofische popmuziek met een zweem van onheil. Duran Duran stuurde met ‘A View to a Kill’ een Bondthema de wereld in dat vooral glamour ademde. Dire Straits liet met ‘Money for Nothing’ zien dat ook computeranimatie op MTV kon scoren. Madonna veranderde de popmuziek in een lifestyle. Te midden van al die gepolijste zelfverzekerdheid klonk a-ha anders: kwetsbaarder, opgejaagder, bijna smekend. Het refrein is een uitnodiging die klinkt als een noodkreet, geschreven door iemand die zijn woorden nauwelijks durft uit te spreken. En het is bovendien berucht om zijn zangmoeilijkheid. De zanger begint het refrein laag en moet dan een stuk omhoog klimmen, zonder dat het inspanning mag verraden. Weinig popsterren zouden het hem nadoen.
A1
Het is niet vreemd dat zo’n lied opnieuw werd opgepakt, en dat het soms bij heel andere mensen terechtkwam. Een van de bekendste covers kwam van de boyband A1, een mix van Britse en Noorse muzikanten. De groep werd in 1998 in Londen samengesteld en bestond uit Ben Adams, Mark Read, Paul Marazzi en de Noor Christian Ingebrigtsen. Ze wisten vanaf hun debuut in 1999 een stevig publiek te bereiken met gladde, melodieuze popliedjes en een goed verzorgd imago. Voor hun tweede album zochten ze een bekend nummer uit de jaren tachtig om te hernemen, iets wat de band op een nieuwe generatie zou richten.
De keuze viel op ‘Take On Me’, en het pakte goed uit. In de zomer van 2000 verscheen hun versie, geproduceerd door Graham Stack en Mark Taylor. Het geluid is moderner en strakker, met meer galm op de zang en een drumpatroon dat past bij de eeuwwisseling. In september stond het nummer een week lang bovenaan de Britse lijst, daarmee de eerste nummer één van de groep. In Noorwegen bleef het veertien weken in de lijst staan, met als hoogste plaats de eerste. Ook in Frankrijk, Zweden en Japan haalde de single de top tien. Het album waar het op stond, ‘The A List’, deed het beter dan zijn voorganger. In februari 2001 won de groep een Brit Award als beste Britse doorbraak.
Het was een tijd waarin veel klassiekers uit de jaren tachtig als hit terugkeerden, vaak in een lichtere, gestroomlijnde versie. Onder muziekliefhebbers verdeelde dat de gemoederen. Voor veel jonge luisteraars was dit hun eerste kennismaking met het lied, en daarmee ook de weg naar het origineel.
Dat A1 niet de enige was, bewijzen andere bewerkingen. Een Amerikaanse skapunkband bracht halverwege de jaren negentig een hyperactieve versie met toeters en bellen uit, die later in een filmkomedie klonk. In 2019 nam de rockband Weezer het nummer op voor een album vol covers van klassiekers uit de jaren tachtig en negentig en haalde daarmee een mooie notering in de Amerikaanse albumlijst. Elke generatie lijkt zijn eigen manier te vinden om het lied te laten klinken alsof het van hen is.
Hunting High and Low
Het album waarop het allemaal samenkomt, verscheen eind oktober 1985 en heet ‘Hunting High and Low’. Voor een debuut was het opvallend rijp. De band schreef zelf bijna alle nummers en werkte met meerdere producers, onder wie Tarney, Mansfield en Ratcliff. Dat is te horen: sommige nummers glanzen als een dure autoshowroom, andere voelen als een late avondwandeling door een lege stad. Waaktaar tekent voor de meeste composities. Zijn teksten gaan over verlangen, onzekerheid en de moeite om iets echts te zeggen, in een taal die niet zijn moedertaal was en daardoor iets naïefs en nieuws kreeg.
Het album verkocht verbluffend. In Noorwegen ging het direct naar de eerste plaats, in het Verenigd Koninkrijk naar de tweede en in de Verenigde Staten naar plek vijftien. Wereldwijd gaat het om meer dan acht miljoen exemplaren, volgens sommige schattingen zelfs elf miljoen. In Groot-Brittannië bleef het in 1986 nog maandenlang in de lijsten staan en behoorde het tot de best verkochte platen van het jaar. De Amerikaanse muziekindustrie nomineerde de band voor een Grammy in de categorie beste nieuwe artiest, een prijs die uiteindelijk naar iemand anders ging. Vrijwel alle hits kwamen van het album: naast de grote doorbraak ook de titelsong, het sombere ‘Train of Thought’ en een reeks andere singles die elk hun eigen publiek vonden.
Wat het album bijzonder maakt, is de spreiding. Tussen de snelle synthpop staan ingetogen, bijna kamermuzikale stukken met piano en strijkers. Pas als je het volledig beluistert, begrijp je dat a-ha meer was dan een bandje met één onweerstaanbare video. Critici in die tijd wilden het groepje graag afdoen als een tienerhype. Dat oordeel werd niet door de volgende platen bevestigd.
The Sun Always Shines on T.V.
Wie na een gigantische hit komt, heeft een probleem: alles wat daarna volgt, wordt met de voorganger vergeleken. Voor a-ha kwam het antwoord in december 1985 met ‘The Sun Always Shines on T.V.’, een nummer dat Waaktaar op een sombere dag had geschreven. Het is trager, groter en dramatischer dan zijn voorganger, met zware synthesizers die bijna orkestraal aanvoelen. De tekst gaat over een gevoel van leegte en over het scherm als vluchtweg. Het is nauwelijks het soort lied waarmee je een tienerpubliek verovert, en toch gebeurde dat.
In het Verenigd Koninkrijk en Ierland ging het naar de eerste plaats, hoger dan het vorige lied was gekomen, en het bleef er enkele weken staan. In Noorwegen, Denemarken en Zweden haalde het de tweede plaats, in Duitsland de top vijf en in Frankrijk de top tien. In de Verenigde Staten bleef het steken op plaats twintig. Dat was tevens de laatste keer dat de band daar de top veertig haalde, waardoor veel Amerikanen a-ha tot op de dag van vandaag vooral van die ene clip kennen. Elders in de wereld liep het verhaal tegengesteld: daar werd het succes alleen maar groter.
Wat er na de grote doorbraak volgde, was geen sprookje, maar wel een lange en eigenzinnige loopbaan. Op ‘Hunting High and Low’ volgde in 1986 het donkerder ‘Scoundrel Days’. In 1987 zong Harket het titelnummer van een Bondfilm, ‘The Living Daylights’, en in 1988 verscheen ‘Stay on These Roads’. Eind jaren tachtig en begin jaren negentig groeiden de spanningen tussen de drie leden, terwijl de muziek volwassener en minder voorspelbaar werd. Een bewerking van een oud nummer van de Everly Brothers vond op het album uit 1990 zijn weg naar de hitlijsten. In 1994 gingen ze elk hun eigen weg. Harket startte een solocarrière, Furuholmen werd een gevierd beeldend kunstenaar en componist van filmmuziek, en Waaktaar bouwde met zijn eigen groep een aparte reputatie op.
Na een optreden bij een grote vredesprijsceremonie in 1998 vonden de drie elkaar terug. Er volgden nieuwe albums en uitverkochte tournees. In 2009 kondigden ze aan te stoppen, en in 2010 sloten ze een lange afscheidstournee af. Maar het trio bleek niet voorgoed klaar. In 2015 verscheen er een nieuw album, gevolgd door een wereldtournee, en in 2017 speelden ze hun oude hit in een ingetogen akoestische versie voor een televisiespecial. In 2021 verscheen een documentaire over hun carrière.
Dat is misschien wel het mooiste aan dit verhaal. ‘Take On Me’ werd geboren in een tijd waarin je een idee kon laten vallen en weer oppakken, en in plaats van te verdwijnen werd het sterker. Drie keer bracht een band hetzelfde nummer uit, en de derde keer, met tekenpotloden en een stripboek, begon de wereld mee te zingen. Het blijft een lied over durven vragen, over kwetsbaarheid verpakt in een dansbare melodie. Zolang mensen nog hoger willen zingen dan ze kunnen, zal het nummer blijven klinken.
