Close Menu
.: Maxazine :.
    Facebook X (Twitter) Instagram RSS
    maandag, september 28
    Trending
    • Vanessa Paradis laat haar zwoele stem opnieuw schitteren in de Melkweg
    • Parels van de Popmuziek: Het verhaal achter Gary Numan – ‘Cars’
    • Album recensie overzicht: Triggerfinger, Tom Morello en meer
    • Backstreet Boys laten Düsseldorf terugkeren naar het Millennium-tijdperk
    • Feest, Limburgse humor en nostalgie bij Janse Bagge Bend in Roermond
    • Het iconische geluid van The Scene terug in Gebouw T
    • And Also the Trees dompelden Doornroosje onder in een filmische schemerwereld
    • Album recensie overzicht: beabadoobee, Beck en meer
    Facebook X (Twitter) Instagram
    .: Maxazine :.
    • HOME
    • Muzieknieuws
    • Concertverslagen
      • Festivals
        • ADE
        • Bospop
        • Brutal Assault
        • CityRock
        • Dour
        • Eendracht Festival
        • Festyland
        • Geuzenpop
        • Jera On Air
        • KempenerPop
        • Lowlands
        • Mundial
        • Paaspop
        • Pinkpop
        • The Brave
        • The Hague Jazz
    • Interviews
    • CD Recensies
      • Legendary Albums
    • Prijsvragen
    • Extra
      • Verjaardagen
      • @Enjoythismusic
    .: Maxazine :.
    You are at:Home»Muziek»Parels van de Popmuziek»Parels van de Popmuziek: Het verhaal achter Gary Numan – ‘Cars’
    Parels van de Popmuziek

    Parels van de Popmuziek: Het verhaal achter Gary Numan – ‘Cars’

    By Norman van den Wildenberg27 september 2026

    Een auto is een merkwaardige ruimte. Je zit achter glas, tussen een dashboard vol lampjes en een stuurwiel dat je een gevoel van controle geeft. De wereld buiten klinkt gedempt, alsof hij op een andere zender staat, terwijl je er tegelijk dwars doorheen rijdt. Wie ooit op een regenachtige avond alleen in een auto heeft gezeten, herkent dat vreemde gevoel van veiligheid en afstand.

    Op 24 augustus 1979 kwam een eenentwintigjarige Brit met bleke huid, zwarte kleding en een uitdrukkingsloos gezicht met precies dat gevoel op de proppen. Zijn nieuwe single duurde nog geen vier minuten. Er zat geen gitaar in, wel een dreunende baslijn, een kil synthesizerriedeltje en een stem die klonk alsof hij uit een onderhoudsschacht kwam. Binnen een maand stond het nummer bovenaan de Britse hitlijst. Een paar maanden later bereikte het de top 10 in de Verenigde Staten en de eerste plek in Canada. Meer dan veertig jaar later wordt het nog altijd gesampled, gecoverd, gedraaid in clubs en gespeeld op festivals.

    Dit is het verhaal van ‘Cars’, het nummer waarmee Gary Numan de elektronische popmuziek een gezicht gaf, en van de man die er zelf nooit helemaal aan kon ontsnappen.

    Gary Numan

    Gary Numan werd geboren als Gary Anthony James Webb, op 8 maart 1958 in Hammersmith, in het westen van Londen. Zijn muzikale loopbaan begon zoals die van veel jongeren van zijn generatie: met de schok van de punk. In 1977 stond hij in een bandje dat uiteindelijk Tubeway Army ging heten, met zijn oom Jess Lidyard achter de drums en Paul Gardiner op bas. Ze tekenden in 1978 bij het onafhankelijke label Beggars Banquet en brachten twee singles uit, ‘That’s Too Bad’ en ‘Bombers’. Geen van beide haalde de hitlijsten.

    Het debuutalbum van Tubeway Army, eind 1978, was al een stuk interessanter. De limited edition was snel uitverkocht en liet een jonge songschrijver horen met een fascinatie voor dystopische verhalen, voor de sombere sciencefiction van schrijvers als Philip K. Dick en voor een koele, afstandelijke toon. De echte omslag kwam toen een Minimoog, die min of meer toevallig in de studio stond, zijn aandacht trok. Het instrument bood hem een geluid dat groter, vreemder en veel karakteristieker was dan wat een punkgitaar hem kon geven.

    Het tweede album, ‘Replicas’, verscheen in april 1979 en bracht de single ‘Are Friends Electric?’ naar de eerste plek in het Verenigd Koninkrijk. Het album deed hetzelfde. Numan besloot na dat succes de bandnaam los te laten en verder te gaan onder zijn eigen naam. Dat moment vormt het decor voor ‘Cars’.

    Wat maakte hem zo bijzonder? Ten eerste zijn verschijning. Numan stond stijf en bewegingsarm op het podium, met een blik die weigerde iets prijs te geven. Later heeft hij openlijk verteld dat hij Asperger heeft, wat die afstandelijkheid in een ander licht plaatst: het was minder een pose dan een natuurlijke manier van bestaan. Ten tweede zijn muziek. Terwijl de nieuwe golf van bands nog steeds vooral gitaarbands waren met strakke pakjes en snelle nummers, koos hij voor synthesizers als hoofdrolspeler. Hij zocht zijn inspiratie in het werk van David Bowie uit diens Berlijnse periode en in de Duitse pioniers van de elektronische muziek, maar goot dat in een vorm die voor een groot publiek toegankelijk was.

    Hij zou uiteindelijk meer dan tien miljoen platen verkopen en geldt sindsdien als een van de wegbereiders van de elektronische pop, de industrial en de zogeheten darkwave.

    Cars

    De verhalen rond het ontstaan van ‘Cars’ hebben iets bijna komisch. Het hele nummer schreef Numan in ongeveer dertig minuten. Het begon met de baslijn, het allereerste wat hij speelde op een net aangeschafte basgitaar. Dat is opvallend, want juist die lijn is het rugstuk van het nummer: hij is simpel, hypnotiserend en na één keer horen onvergetelijk.

    De tekst kwam voort uit een onaangename ervaring. Tijdens een autorit werd Numan lastiggevallen door een groep mannen, die hem uit zijn auto wilden trekken. Hij deed de portieren op slot, reed uiteindelijk het trottoir op en kwam weg. Wat overbleef was een observatie: in een auto voel je je onaantastbaar. Je zit in je eigen kleine rijk op vier wielen, beschermd tegen de rest van de wereld. Het nummer maakt daar een sciencefictionachtig, ijzig gevoel van: de mens die zich terugtrekt in zijn machine en daar niet echt gelukkig van wordt, maar zeker wel veilig.

    De opnames vonden in de zomer van 1979 plaats in Marcus Music in Londen, met Numan zelf als producer. Het nummer klinkt kaal en scherp. Een monotoon ritme, synthesizerlijnen die als koude neonbuizen door de mix snijden en een zanglijn zonder enige uitbundigheid. Er werd een instrumentale B-kant gemaakt onder de titel ‘Asylum’. In de Verenigde Staten kreeg de single ‘Metal’ mee, een nummer van het bijbehorende album. Een korte versie van ‘Cars’ was al eerder te horen in een sessie voor een invloedrijk radioprogramma, in juni 1979, wat de aandacht van muziekliefhebbers alvast had aangewakkerd.

    In de videoclip zien we Numan met zijn toenmalige liveband, onder wie toetsenist Billy Currie van Ultravox. Currie speelde overigens niet mee op de opname zelf. De beelden zijn een monument van het tijdperk: een strakke studio, koele kleuren, weinig beweging.

    In het Verenigd Koninkrijk kwam de single in de eerste week van september 1979 de lijst binnen en bereikte in de vierde week de eerste plaats, precies dezelfde week waarin zijn debuutalbum ook op nummer 1 stond. Na één week moest hij de troon overlaten aan ‘Message in a Bottle’ van The Police, een beeld dat de grillige smaak van dat moment mooi samenvat: een gitaartrio met reggae-invloeden dat een synthesizerartiest van de troon stootte.

    Internationaal viel het succes uit in golven. In Ierland haalde ‘Cars’ de vijfde plaats en in Australië de negende. In Nieuw-Zeeland kwam het op nummer 18, in de Vlaamse hitlijst op 28 en in Duitsland op 45. Het echte wonder gebeurde begin 1980 in Noord-Amerika. In Canada stond het nummer twee weken op nummer 1, en in de Verenigde Staten steeg het tot de negende plek in de Billboard Hot 100. Het stond er zeventien weken in de landelijke Top 40 en het bleef Numans enige Amerikaanse Top 40-notering. Daarmee valt hij in de categorie van de artiesten die in de Verenigde Staten met precies één nummer in het collectieve geheugen zijn gegrift, terwijl ze thuis een hele reeks hits scoorden.

    Het nummer heeft daarna meermaals een tweede leven gekregen. In 1987 haalde de remix ‘E Reg Model’ de zestiende plek in het Verenigd Koninkrijk. In 1993 verscheen een versie onder de naam ’93 Sprint’, die bleef steken op plek 53 maar wel diende ter promotie van een compilatiealbum. In 1996 zorgde een reclamespot voor een biermerk voor een nieuwe notering op nummer 17. Zo werd ‘Cars’ een van de weinige nummers die in drie verschillende decennia in de Britse top 20 stonden.

    Wie ‘Cars’ naast de hits van 1979 en 1980 legt, hoort hoe eigenzinnig het was. Donna Summer had twee jaar eerder met ‘I Feel Love’ de dansvloer voor elektronica opengebroken, maar dat was een nummer vol warmte en extase. De Duitse band Kraftwerk had in 1974 met ‘Autobahn’ al een ode aan het autorijden gemaakt, een lange, dromerige reis over de snelweg die vol vertrouwen naar de toekomst keek. Numan draaide dat om. Bij hem is de auto geen voertuig voor avontuur, maar een schuilplaats.

    Ook in Groot-Brittannië vond hij tijdgenoten. Het duo Buggles stond eind 1979 met ‘Video Killed the Radio Star’ bovenaan de lijsten, een ironisch en gepolijst stukje synthesizerpop. Orchestral Manoeuvres in the Dark had gevoel voor melodie en weemoed, en Ultravox zou met ‘Vienna’ een romantische, bijna klassieke variant op het genre neerzetten. Blondie combineerde in ‘Heart of Glass’ disco met new wave. In dat gezelschap valt ‘Cars’ op door zijn onverbiddelijke koelte. Het is minder een liedje om mee te zingen dan een sfeer waarin je instapt.

    Fear Factory

    Als een nummer klinkt als een machine, ligt het voor de hand dat er ooit een band komt die er een echte machine van wil maken. Dat gebeurde in 1998, toen de Amerikaanse groep Fear Factory er een eigen versie van opnam, mét Gary Numan zelf op de zang.

    Fear Factory ontstond in 1989 in Los Angeles en werd een boegbeeld van de industrial metal, een stijl die de rauwe kracht van metal combineert met mechanische ritmes en elektronische geluiden. De kern van de band bestond uit zanger Burton C. Bell en gitarist Dino Cazares. Hun album ‘Demanufacture’ uit 1995 geldt als een mijlpaal van het genre. Twee jaar later verscheen ‘Remanufacture’, een remixalbum dat in verschillende landen de hitlijsten haalde, waaronder Australië, België en het Verenigd Koninkrijk. Het volgende studioalbum, ‘Obsolete’ uit 1998, werd later opnieuw uitgebracht in een uitgebreide editie waarop de cover van ‘Cars’ staat. Het nummer werd in 1999 als single uitgebracht, met een videoclip waarin Numan zelf te zien is.

    Wat die versie zo boeiend maakt, is het spel met de bron. De originele opname draait volledig op synthesizers, terwijl Fear Factory de riedel omzet in een pletterende muur van gitaren en dubbele bassdrums. Toch blijft het skelet overeind, wat bewijst hoe sterk het ontwerp is. Numan zong mee als eregast, een gebaar dat symbolisch was: een pionier die een nieuwe generatie omarmde die hem had gebruikt als bouwsteen.

    Fear Factory ging daarna door met wisselend geluk. Het album ‘Digimortal’ uit 2001 deed het goed in Australië, maar een jaar later viel de band uiteen. In 2003 kwam hij weer bij elkaar, zonder Cazares, en in 2004 verscheen ‘Archetype’, dat in de Verenigde Staten de dertigste plek haalde en in Australië de achttiende.

    Zij zijn niet de enigen die zich aan het nummer hebben gewaagd. Er bestaan tientallen covers. De Britse producer Dave Clarke maakte in 1997 een elektronische versie voor een eerbetoonalbum. Bands als Foo Fighters, Hole en Smashing Pumpkins speelden liedjes van Numan tijdens hun concerten, en Marilyn Manson nam zijn nummer ‘Down in the Park’ op. Ook in de dansmuziek en de hiphop leefde de baslijn voort. In 1989 werd er een sample van gebruikt door Kool G Rap en DJ Polo, en rond de eeuwwisseling kwam de Amerikaanse producer Armand van Helden met ‘Koochy’, een danshit die tot de vierde plek in de Britse lijst steeg en onmiskenbaar op ‘Cars’ leunde.

    The Pleasure Principle

    Het album waarop ‘Cars’ verscheen, kwam op 7 september 1979 uit, twee weken na de single en zes maanden na ‘Replicas’. Het was Numans eerste soloplaat. De basis was al in april gelegd, toen hij samen met een nieuwe vaste drummer en een toetsenist een hele reeks demo’s opnam, nog voordat ‘Are Friends Electric?’ überhaupt op de markt was. Een tweede sessie een paar weken later leverde nog eens vier nummers op.

    Het album, opgenomen in dezelfde Londense studio als de single, duurt precies 41 minuten. Het is een radicale plaat. Er staat geen enkele gitaar op. Alles draait om piano, Minimoog, Polymoog en het ritme van bas en drums. Het resultaat is elektropop met een koude buitenkant en een verrassend warme kern. Nummers als ‘Airlane’, ‘Metal’, ‘Films’ en ‘Complex’ schetsen een wereld waarin mens en machine in elkaar overlopen, en waarin de zanger zich meer thuis voelt tussen apparaten dan tussen mensen.

    De plaat kwam meteen op nummer 1 in het Verenigd Koninkrijk, het tweede album op rij dat lukte. Voor de tournee bouwde Numan een uitbundig futuristisch podium, waardoor de kosten zo opdreef dat de reeks concerten geld kostte in plaats van opbracht. Rijk was hij inmiddels wel: hij gebruikte zijn nieuwe vermogen voor een hobby waar hij al lang van droomde, het vliegen.

    Ook voor latere generaties bleef het album een bron. Trent Reznor van Nine Inch Nails luisterde er in de beginjaren van zijn band veel naar, en Nine Inch Nails nam later zelf ‘Metal’ op. Numan verscheen in 2009 als gastzanger op een aantal concerten van die band, onder meer voor uitvoeringen van ‘Cars’ en ‘Metal’.

    De opvolger van ‘Cars’ was ‘Complex’, in november 1979, die de zesde plek in de Britse lijst haalde. In september 1980 verscheen ‘Telekon’, Numans derde nummer 1-album op rij, met de hits ‘We Are Glass’ en ‘I Die: You Die’, die allebei in de Britse top vijf belandden. Dit album is minder direct dan zijn voorganger en gebruikt meer gitaren en pianopartijen die aan Erik Satie doen denken. Veel nummers klinken als een stiekem afscheid. Dat was geen toeval: in april 1981 gaf Numan drie uitverkochte concerten in Wembley Arena, aangekondigd als zijn afscheidsconcerten. Hij keerde een paar maanden later alweer terug naar de podia, en in 1983 begon hij weer aan grotere tournees.

    Are Friends Electric?

    Om te begrijpen waarom ‘Cars’ zo’n knal was, moet je terug naar de single die eraan voorafging. ‘Are Friends Electric?’ verscheen in 1979 onder de naam Tubeway Army en werd de eerste grote hit van Numan. Het nummer draait om een kille conversatie in een toekomst waarin machines menselijke behoeften vervullen, en het klinkt precies zoals dat verhaal: sober, spookachtig, met een doordringende synthesizermelodie als hoofdlijn. Numan bespeelde zelf Minimoog, Polymoog en gitaar, Paul Gardiner nam de bas voor zijn rekening en Jess Lidyard de drums.

    De single bereikte de eerste plaats in het Verenigd Koninkrijk en deed het ook internationaal opmerkelijk goed. In Ierland kwam hij op nummer 3, in Nieuw-Zeeland op 8, in Nederland op 9 en in Australië en Oostenrijk op 12. In België werd het de 21e plek, in West-Duitsland de 23e, en in de Verenigde Staten stond hij op de vijfde plek van de lijst met bijna-hits. Het was voor veel Europese luisteraars het eerste moment waarop synthesizers niet meer als gimmick klonken, maar als de hoofdstem van een popsong.

    Wie de twee nummers naast elkaar legt, hoort een lijn. ‘Are Friends Electric?’ is de fantasie van een toekomst vol menselijke robots, ‘Cars’ is de nuchtere vaststelling dat die toekomst allang aan het rijden is. Dat er binnen enkele maanden twee nummers van deze soort bovenaan de Britse lijst stonden, is bijzonder genoeg.

    Veel artiesten hebben één nummer waar ze hun hele leven aan verbonden blijven. Voor Gary Numan is dat ‘Cars’, maar hij heeft er nooit een gevangene van gemaakt. Het nummer staat op bijna al zijn livealbums en wordt nog steeds gespeeld, maar zijn loopbaan ging veel verder. In 1994 keerde hij met ‘Sacrifice’ terug naar de spotlights met een donkerder, industrieel geluid, en in 1997 volgde ‘Exile’. Albums als ‘Pure’ uit 2000 en ‘Jagged’ uit 2006 klonken zwaar en persoonlijk, en ‘Splinter’ (2013), ‘Savage’ (2017) en ‘Intruder’ (2021) schetsten een post-apocalyptische aarde en de gevolgen van klimaatverandering. Hij bleef zoeken, terwijl een nieuwe generatie muzikanten zijn vroege werk ontdekte en zijn invloed openlijk erkende.

    Het is bijna een grap van de geschiedenis dat ‘Cars’ in onze tijd zelfs meer betekenis lijkt te hebben gekregen. Auto’s zijn rijdende computers geworden, vol schermen en sensoren, en we zitten er inderdaad beschermd achter glas, verbonden met alles behalve de wereld om ons heen. Een liedje over een man die zich veilig voelt tussen vier portieren klinkt nu bijna profetisch. En dan is er die baslijn, dertig minuten werk in 1979, die nog altijd klinkt alsof hij vanmorgen is. Zet hem hard aan, doe de ramen dicht en luister. Je zit veilig, maar je hoort hoe de rest van de wereld voorbijrijdt.

    Share. Facebook Twitter Pinterest LinkedIn Tumblr Email
    Previous ArticleAlbum recensie overzicht: Triggerfinger, Tom Morello en meer
    Next Article Vanessa Paradis laat haar zwoele stem opnieuw schitteren in de Melkweg

    Related Posts

    Parels van de Popmuziek: Het verhaal achter Los Bravos – ‘Black Is Black’

    Parels van de Popmuziek: Het verhaal achter Robbie Nevil – ‘C’est La Vie’

    Parels van de Popmuziek: Het verhaal achter Flash and the Pan – ‘Waiting for a Train’

    Parels van de Popmuziek: Het verhaal achter Patrice Rushen – ‘Forget Me Nots’

    Parels van de Popmuziek: Het verhaal achter Pat Benatar – ‘Love Is a Battlefield’

    Parels van de Popmuziek: Het verhaal achter Paul Hardcastle – ’19’


    RSS feed: Muzikantenbank Muzikantenbank
    • Drummer zoekt rock band!
    • Old school death metal band Bölder zoekt zanger.
    • Bluesband zoekt zanger
    • Muzikant Percussionist zoekt band
    • UKE22 zoekt muzikanten
    Over ons
    • Disclaimer
    • Adverteren
    • Privacybeleid en gebruiksvoorwaarden
    Maxazine Regionaal
    • Brabant
    • Gelderland
    • Limburg
    • Noord
    • Noord Holland
    • Overijssel
    • Utrecht
    • Zuid Holland

    Maxazine is er ook in andere talen:



    Type above and press Enter to search. Press Esc to cancel.