In cultureel centrum De Cacaofabriek in Helmond was het vrijdagavond goed vertoeven voor de liefhebber van pure metal. Met het Franse trio Spirit War en de Belgische formatie Killer in het voorprogramma werd toegewerkt naar de hoofdact van de avond: Anvil. Het werd een avond waarop de vroege metaljaren tachtig weer even tot leven kwamen, met een flinke dosis nostalgie, humor en vooral veel liefde voor het genre.
Na een bewogen geschiedenis is van de oude fabriek een prachtig cultureel centrum gemaakt, dat sinds 2014 onder meer dienstdoet als filmhuis, brasserie en poppodium. De zaal waarin Anvil zijn opwachting maakte, was ruim opgezet en beschikte over een fraai, ovaalvormig balkon. Dat bood een uitstekend overzicht op het hoge podium en gaf het geheel bijna een theatraal karakter.
Vooral tijdens het optreden van Anvil liep de zaal goed vol met diehardrockers en metalliefhebbers die de band door de jaren heen trouw zijn gebleven. Sowieso was het prettig vertoeven tussen de liefhebbers van de hardere rock. Een socialer publiek was nauwelijks denkbaar.
Het Franse Spirit War had de niet altijd dankbare taak om de avond te openen. De drie muzikanten, met een zanger die een zessnarige basgitaar bespeelde, troffen aanvankelijk een wat lauw publiek. Een groot deel van de bezoekers was nog niet binnen en anderen hielden zich liever op bij de bar of de merchandise.
Bij een affiche met drie bands bleef de vraag of zo’n uitgebreide line-up altijd iets toevoegde. Veel bezoekers kwamen immers in de eerste plaats voor de hoofdact, waardoor de openingsband het risico liep vooral als achtergrondmuziek te fungeren. Dat leek bij Spirit War aanvankelijk ook het geval. Het lag in ieder geval niet aan het enthousiasme waarmee de Fransen hun set brachten. Zij zetten zich vol overgave in, maar moesten het publiek nog voor zich zien te winnen.
Na een korte pauze was het de beurt aan het Belgische Killer, een driemansformatie met een geschiedenis die teruggaat tot 1980. De band beschikte daarmee over een behoorlijk oeuvre om uit te putten en bracht merkbaar meer beweging in de zaal. Bezoekers trokken geleidelijk naar voren, wat de dynamiek tijdens het optreden ten goede kwam.
Met opener ‘Shock Waves‘ werd meteen duidelijk waarom Killer destijds werd beschouwd als het Belgische antwoord op Motörhead. De invloed van Lemmy Kilmister zou later die avond ook bij Anvil nog nadrukkelijk naar voren komen.
Oprichter Paul ‘Shorty’ van Kamp liet met zijn ruwe, rechttoe-rechtaan gitaarspel op zijn Gibson Flying V horen dat Killer een pioniersrol had gespeeld in de Belgische metalgeschiedenis. Onder het publiek bevonden zich ongetwijfeld liefhebbers die de band al een groot deel van die geschiedenis hadden gevolgd. Tegen het einde maakte bassist Jan Anthonis nog een ererondje met zijn basgitaar door de zaal. Dat leverde de nodige waardering op.
De kers op de metaltaart was echter zonder twijfel Anvil. De Canadese band had bij veel metalliefhebbers een bijzondere plek veroverd, maar had nooit het commerciële succes gekend van tijdgenoten als Metallica en Anthrax, bands die mede door Anvil waren beïnvloed.
Dat gebrek aan groot commercieel succes had Steve ‘Lips’ Kudlow nooit weerhouden van zijn muzikale passie. Samen met drummer en levenslange makker Rob Reiner had hij een avontuur beleefd waarvoor menigeen meerdere levens nodig leek te hebben. De in 2008 verschenen documentaire ‘Anvil! The Story of Anvil’ bracht op indrukwekkende wijze de strijd van de band tegen de weerbarstige muziekindustrie en de uitblijvende grote doorbraak in beeld.
Op zeventigjarige leeftijd stond Kudlow nog altijd met dezelfde guitige uitstraling en aanstekelijke humor op het podium. Samen met Reiner en bassist Chris Robertson, die sinds 2014 deel uitmaakt van de band, bleef hij de metal trouw. Reiner was inmiddels 68, maar zat nog altijd soepel en energiek achter zijn drumstel.
Vanaf de eerste momenten zat de sfeer er goed in. Kudlow trok met zijn gitaar meteen het publiek in en speelde daar een intro solo. Het was een binnenkomer die direct duidelijk maakte dat Anvil niet van plan was om er een routineklus van te maken.
De set leunde sterk op de eerste drie albums, die relatief gezien ook de meeste bekendheid hadden opgeleverd. ‘Ooh Baby‘ kwam van het debuutalbum ‘Hard ’n Heavy‘. Met ‘666‘ van ‘Metal on Metal‘ werd vervolgens stevig uitgepakt, waarna de band aan het eind van het optreden afsloot met de titel van dat album. Ook ‘Free as the Wind‘ en ‘Winged Assassins‘ van het sterke ‘Forged in Fire‘ uit 1983 kwamen voorbij.
Het aambeeld, al jarenlang een herkenbaar beeldmerk van Anvil, was niet alleen op de albumhoezen terug te vinden. Kudlow had het symbool ook op zijn bovenarm laten vereeuwigen. Zijn vertrouwde Gibson Flying V bleef ondertussen het middelpunt van zijn gitaarspel. Reiner vormde met zijn trefzekere drumwerk de betrouwbare motor waarop de nummers konden blijven draaien.
Dat Anvil zijn eigen muzikale invloeden erkende, bleek uit een verhaal dat Kudlow vertelde over Lemmy Kilmister. Tijdens een gezamenlijke tournee had de band ooit met Motörhead opgetreden. Drank, cocaïne en tijdsbesef speelden daarbij een hoofdrol. Kudlow dacht dat de band een vrije dag had, maar door de roes was die dag ongemerkt voorbijgegaan. Toen hij zich realiseerde dat ze alweer moesten optreden, vroeg hij zich verbaasd af waar die vrije dag gebleven was.
De anekdote paste uitstekend bij Kudlows gevoel voor zelfspot. Ook bij de aankondiging van ‘Winged Assassins‘ liet hij zich uit over alle negativiteit die de wereld werd ingestuurd. Ondanks alles bleef hij geloven in vrede en wilde hij die boodschap blijven uitdragen.
Daarna volgde nog een opmerkelijk moment. Kudlow haalde een gladde, witte dildo tevoorschijn en demonstreerde op vier verschillende manieren hoe je daarmee overtuigend gitaar kon spelen en solo’s kon maken. Het leverde een hilarisch tafereel op en gaf Anvil het aanzien van een stel jongbejaarde pubers die nog altijd zichtbaar plezier beleefden aan hun capriolen op het podium.
Juist daarin schuilde een deel van de charme van Anvil. De muziek was ongecompliceerd, stevig en niet bijzonder zwaarmoedig. Maar in die eenvoud was de band een meester. Ook na al die jaren werden de nummers met overtuiging en dezelfde aanstekelijke passie gebracht. Het was mooi om te zien hoe muzikanten op deze leeftijd nog zo veel plezier uit hun vak haalden.
In De Cacaofabriek vonden liefhebbers van stevige rock en metal elkaar, onder het genot van luide gitaren, een biertje en de nodige onderlinge gezelligheid. Veel betere plekken om zo’n avond door te brengen waren nauwelijks denkbaar.
Het optreden van Anvil voelde als een glimlach en een knipoog naar de metal uit de beginjaren tachtig. De band had nooit opgegeven, ondanks alle tegenslagen en het succes dat vaak net buiten bereik bleef. En juist daardoor heeft Anvil zijn eigen plek in de geschiedenis van de vroege metal weten op te eisen.
Alle eer aan deze mannen, die bleven geloven in hun muziek en hun passie nooit verloren.
