Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums achterblijven. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
Rachel Chinouriri – I Think I Spoke Too Soon
Op haar nieuwe EP kiest de Britse zangeres Rachel Chinouriri voor een boeiende muzikale stap vooruit door felgelaagde pop en elektronica te koppelen aan indringende persoonlijke thematiek. Waar haar eerdere werk nog gedomineerd werd door organische indie, stijgt het tempo hier aanzienlijk. In prijsnummers als ‘One Song Away From Crying’ en ‘All I Ever Asked’ snijdt ze oprechtheid en herstel aan met een opmerkelijke vocale beheersing. De productie zweeft knap tussen schurende synthesizers en een kristalheldere zanglijn die nooit verdrinkt in de instrumentale drukte. Soms balanceert de tekstuele directheid op het randje van overduidelijke uitleg, maar de muzikale gelaagdheid houdt het geheel scherp in balans. Met de verfijnde afsluiting levert ze bovendien een indrukwekkend rustpunt af dat de emotionele rijkdom van de plaat onderstreept. Chinouriri toont met deze release een volwassen artistieke groei en levert een indrukwekkend tijdsdocument af dat de luisteraar lang bijblijft. (Elodie Renard) (8/10) (Parlophone)

Stephen Byth – Growth in Stasis
Groei in stilstand. Dat is de letterlijke vertaling van de titel van dit tweede album van de Australische saxofonist en componist Stephen Byth. De titel is een verwijzing naar Wayne Shorter, de legende die claimde dat juist onzekerheid de ruimte gaf om te ontdekken en daardoor te groeien. Van die onzekerheid, laat staan van stilstand, is op deze plaat echter weinig te merken: Byth trakteert zijn publiek op een dwarsdoorsnede van de jazz, van bop in de opening ‘Seed of Thought’ tot het filmische ‘The Light in Everything’ waarin de samenwerking met pianist Yessaï Karapetian het stuk een heerlijke dynamiek geeft. Hoogtepunt is ‘Cutting Ties’, een zeven minuten durende compositie dat telkens een andere, verrassende afslag neemt. Het is direct ook een van de meer complexe stukken en dat moet wel opgemerkt worden bij dit album: het is geen lichtvoetige kost. Net als bij Shorter draait het altijd om de melodie, maar de rijke arrangementen zorgen voor een gelaagdheid die zich pas openbaart naar een paar luisterbeurten. Maar dan hoor je ook telkens nieuwe elementen en dat maakt van ‘Growth in Stasis’ een bijzonder geslaagd jazzalbum, misschien zelfs een van de betere albums van dit jaar. (Jeroen Mulder) (9/10) (Stephen Byth)

Nieve Ella – How Long Will It Take?
Nieve Ella heeft er een grote, rommelige en razend herkenbare debuutplaat van gemaakt. ‘How Long Will It Take?’ draait om de vraag hoe lang het duurt om te veranderen, en de Britse zangeres beantwoordt die met volle borst. Single ‘Drive’ zet de toon met zware bas en drums vol branie, terwijl ‘Standing on a Pane of Glass’ laat horen hoe diep het kan gaan als je op de bodem zit. ‘I’m Not Dead’ en ‘Back to Basics’ volgen elkaar op en laten een zangeres horen die haar twijfels omzet in zelfvertrouwen. Het titelnummer is een weidse ballad waarin ze haar stem laat zwellen als een storm. Producer Jamie Rendle en medeschrijver Finn Marlow geven het geheel een groot, bijna theatrale gevoel, met gruizige gitaren en hier en daar onverwachte instrumenten, zoals in ‘At Any Cost’. Niet alles is even gedurfd, want ‘Romance Is a Desert’ en ‘Love:Hate’ kiezen een veiliger route. Maar dit is een artiest die live al weet hoe ze een publiek moet pakken, en die kracht hoor je terug. Een debuut om trots op te zijn. (Daniel Harris) (8/10) (Artist Theory)

Bruce Cockburn – The Blood of Others
Bruce Cockburn kijkt op ‘The Blood of Others’ niet in de spiegel maar in zijn platenkast. Het 39e album bestaat uit vijftien songs van anderen, gekozen omdat ze al decennialang in zijn hoofd en vingers zitten. Producer Colin Linden houdt de aanpak sober: vooral Cockburn, zijn akoestische gitaar en een stem met grind. ‘Wish I Was in Heaven Sitting Down’ opent als een gospelblues zonder franje en ‘Buddy Bolden’s Blues’ swingt met een ragtimegitaar en een rauwe zang. ‘Louis Collins’ van Mississippi John Hurt klinkt zonnig, terwijl het verhaal donker blijft. ‘That’s All Right, Mama’ is flink vertraagd en krijgt een extra gitaar van Linden. Ook jazz, folk en filmklassiekers passeren de revue, van ‘As Time Goes By’ tot ‘Four Strong Winds’ en ‘Les Feuilles Mortes’, waarin hij Frans zingt. Het gitaarspel is precies en ingehouden, nergens uitgesponnen. Dat maakt de plaat intiem, bijna een gesprek aan de keukentafel. Variatie in instrumentatie zoek je vergeefs, maar daar draait het ook niet om. Cockburn laat horen dat een interpretatie pas klopt als de speler elke noot meent. (Cian Murphy) (8/10) (Sunset Boulevard Records)

Eivør – Tungl
Met ‘Tungl’ brengt Eivør haar elfde album uit, het eerste voor Nuclear Blast. De Faeröerse zangeres combineert Noordse traditie met elektronica en triphop, en kiest voor een donkere, filmische sfeer. Zeven van de tien nummers zijn in het Faeröers gezongen. Opener ‘Og mánin græt’ put uit de traditie van de Faeröerse kettingdans en zet die op kloppende elektronische ritmes. ‘Healer’ en ‘Verjugarðar’ laten dramatiek en synthpop horen, terwijl ‘Fangað’ met haar zus Elinborg keelzang in een bijna clubachtige context plaatst. ‘Hinumegin’ is het rustpunt, een langzame ballad waarin de elektronica naar de achtergrond verdwijnt en haar stem alle ruimte krijgt. Wie haar eerdere werk kent, hoort hoe ver ze zich van de folk van weleer heeft verwijderd. De productie is gedetailleerd en vraagt om koptelefoons. Over de uitwerking lopen de meningen uiteen. Sommige luisteraars waarderen de gelaagdheid en het gevarieerde geluid, anderen missen diepgang en vinden de ideeën te dun verdeeld over tien nummers. Wat vaststaat is de kracht van Eivørs zang, die wisselt tussen fluisterend en ritueel. ‘Tungl’ is geen vanzelfsprekende plaat, maar wel een die vertrouwen op eigen koers laat horen. (William Brown) (7/10) (Nuclear Blast)

