Er zijn liedjes die je meteen herkent aan de eerste paar tellen. Een vioolintro, een handjeklap ritme, en binnen enkele seconden weet bijna iedereen ter wereld welk nummer er gaat volgen. ‘Come On Eileen’ is zo’n lied. Het klinkt vrolijk, bijna uitbundig, maar achter die feestelijke buitenkant schuilt een verhaal van doorzettingsvermogen, herontdekte wortels en een band die weigerde zich te laten vastpinnen op één stijl. Dit is het verhaal van het nummer dat een generatie op de dansvloer kreeg, en van de band die het maakte.
Dexys Midnight Runners
Dexys Midnight Runners ontstond eind jaren zeventig in Birmingham, destijds een stad met een bloeiende soulscene en een sterke arbeidersidentiteit. De band werd opgericht door zanger Kevin Rowland, samen met Kevin Archer, en groeide al snel uit tot een collectief met een strak uitgedachte visuele identiteit en een muzikale stijl die stevig geworteld was in Northern Soul en rhythm and blues. Rowland stond bekend om zijn compromisloze houding: bandleden droegen uniforme kleding, interviews werden nauwgezet gecontroleerd, en de artistieke visie stond voorop, zelfs als dat ten koste ging van de populariteit op korte termijn.
Het debuutalbum bracht de band hun eerste grote hit, een energieke soulplaat die de aandacht trok van het Britse publiek. Daarna volgde een periode van experimenteren. Rowland voegde violen toe aan het geluid van de band, iets wat destijds ongebruikelijk was voor een soulgroep, en liet zich inspireren door Ierse volksmuziek. Die combinatie van soul, folk en new wave zou uiteindelijk de basis vormen voor het geluid waarmee de band wereldberoemd werd. De bezetting van Dexys Midnight Runners veranderde in die jaren voortdurend. Alleen Rowland en trombonist Jim Paterson bleven door alle wisselingen heen aan boord, terwijl violiste Helen O’Hara en gitarist Billy Adams zich in het begin van de jaren tachtig bij de groep voegden en een belangrijke rol gingen spelen in het nieuwe geluid.
Come On Eileen
Met dat nieuwe, aan folk verwante geluid nam de band een nummer op dat zou uitgroeien tot hun grootste succes. Het lied begint met een Keltisch aandoende vioolsolo boven een eenvoudige drumbeat, waarna piano en basgitaar de melodie overnemen. Wat het nummer zo bijzonder maakt, is de constante beweging: het wisselt van toonsoort en tempo, met een couplet in een andere toonaard dan het refrein, en een middendeel waarin het tempo geleidelijk versnelt tot een uitbundig, bijna ademloos hoogtepunt. Op een moment waarop synthesizers en elektronische geluiden de hitlijsten domineerden, koos deze plaat juist voor akoestische instrumenten zoals viool, banjo en piano, zonder een enkele elektrische gitaar.
De inspiratie voor het refrein kwam gedeeltelijk van een soulnummer uit de jaren zestig van een Britse groep, terwijl de tekst zelf een persoonlijke sfeer ademt zonder naar één specifieke gebeurtenis te verwijzen. Het lied werd in 1982 uitgebracht als onderdeel van een reeks singles die de band dat jaar naar buiten bracht, en het succes was overweldigend. In het Verenigd Koninkrijk bereikte het de eerste plaats en bleef het wekenlang aan de top staan, waarmee het uiteindelijk de bestverkochte single van dat jaar in het land werd. Ook daarbuiten sloeg het nummer aan. Het haalde de nummer één positie in onder meer Australië, Ierland, Nieuw-Zeeland, België, Zwitserland en Zuid-Afrika, en bereikte begin 1983 ook de top van de Amerikaanse hitlijst, waarmee het de zevenweekse regeerperiode van een grote hit van Michael Jackson onderbrak. Slechts een week later werd de plaats alweer overgenomen, ditmaal door een andere hit van diezelfde artiest, wat aangeeft hoe kort maar krachtig het moment aan de top was.
Vergeleken met de rest van de destijds populaire muziek viel het nummer sterk op. De vroege jaren tachtig werden gedomineerd door synthesizerpop en new wave met een strak, elektronisch geluid. Tussen die stroom van drummachines en synthesizers klonk dit lied ouderwets akoestisch en tegelijk verrassend fris, met een warmte die niet paste bij de kille productie van veel tijdgenoten. Die combinatie van herkenbaarheid en originaliteit wordt vaak genoemd als reden waarom het nummer decennia later nog altijd wordt gedraaid, terwijl veel andere hits uit dezelfde periode inmiddels vergeten zijn.
Save Ferris
Een lied met zo’n sterke melodie en herkenbare energie roept al snel andere artiesten op om er hun eigen versie van te maken. Een van de bekendste covers kwam van een Amerikaanse ska en pop punk band uit Californië die halverwege de jaren negentig doorbrak. Deze groep, opgericht rond een zangeres met een krachtige, uitgesproken stem, bouwde het nummer om tot een uptempo skanummer, waarbij de originele strijkers grotendeels werden vervangen door een blazerssectie. De cover werd opgepikt door een invloedrijke radiozender in Los Angeles en groeide uit tot een van de bekendste nummers op het debuutalbum van de band.
Die cover introduceerde het lied bij een compleet nieuwe generatie luisteraars, die het misschien niet eens kenden als een nummer uit de vroege jaren tachtig. Het is een mooi voorbeeld van hoe een compositie zich kan aanpassen aan een andere tijdgeest en genre zonder de kern van de melodie te verliezen. Naast deze ska versie is het nummer in de loop der jaren door tal van andere artiesten opnieuw ingezongen, uiteenlopend van folkrock en metal tot elektronische bewerkingen, wat laat zien hoe veelzijdig de compositie eigenlijk is.
Too-Rye-Ay
Het nummer verscheen oorspronkelijk op het tweede studioalbum van de band, een plaat die het geluid van de groep definitief liet kantelen richting hun folk geïnspireerde soulstijl. Het album werd opgenomen in een landelijke studio in Engeland en bevatte behalve het titelnummer nog enkele andere singles die goed presteerden in de hitlijsten. De plaat werd geproduceerd door Rowland zelf samen met twee producers die eerder al met andere new wave acts hadden gewerkt, en combineerde messcherpe blazersarrangementen met de nieuw toegevoegde vioolpartijen.
Het album werd zowel commercieel als kritisch goed ontvangen en groeide uit tot het best verkopende album van de band. Het bereikte een hoge notering in de Britse albumlijst en werd geprezen om de manier waarop het soul, folk en new wave met elkaar wist te versmelten zonder geforceerd te klinken. De titel van het album zelf komt overigens direct uit de tekst van de grote hitsingle, wat de nauwe band tussen plaat en nummer nog eens onderstreept.
Jackie Wilson Said
Na het enorme succes van de vorige single kwam de band met een nieuwe uitgave die eveneens van hetzelfde album afkomstig was. Het betrof een cover van een soulnummer dat oorspronkelijk was geschreven door een Noord-Ierse singer-songwriter, en dat als eerbetoon diende aan een Amerikaanse rhythm and blues zanger uit de jaren vijftig en zestig. De versie van de band werd in het Verenigd Koninkrijk een gewaardeerde hit die de vijfde plaats in de hitlijst bereikte, al kwam het succes niet in de buurt van dat van de grote voorganger.
Buiten het Verenigd Koninkrijk bleef de impact van dit nummer beperkter, met bescheiden noteringen in enkele Europese landen. Toch wordt het nummer nog altijd gezien als een van de sterkere momenten uit het repertoire van de band, mede dankzij een gedenkwaardig televisieoptreden waarbij per ongeluk een verkeerde achtergrondafbeelding werd getoond, een anekdote die tot op de dag van vandaag met enige humor wordt aangehaald wanneer over de band wordt gesproken.
Het verhaal van deze single is uiteindelijk het verhaal van een band die dwars tegen de heersende muzikale mode in ging en daar juist mee won. Terwijl de wereld om hen heen overging op synthesizers en strakke elektronische productie, grepen deze muzikanten terug naar akoestische instrumenten en een onbedwingbare energie die zich moeilijk laat vastpinnen op één genre. Dat het resultaat wereldwijd aansloeg, van Europa tot Amerika en Oceanië, bewijst dat een goed geschreven melodie tijdloos kan zijn, ongeacht de heersende trends. Decennia later klinkt het nummer nog altijd fris, wordt het nog steeds gecoverd door nieuwe generaties artiesten, en blijft het een van de meest herkenbare parels uit de popmuziek van de vroege jaren tachtig.
