Close Menu
.: Maxazine :.
    Facebook X (Twitter) Instagram RSS
    zondag, november 1
    Trending
    • Parels van de Popmuziek: Het Verhaal achter Eddy Grant – ‘Electric Avenue’
    • Album recensie overzicht: Bernie Taupin, Joan Osborne en meer
    • Only The Poets viert succesvol Halloween in de Melkweg
    • Gruppo Sportivo viert vijftigjarig bestaan in Burgerweeshuis
    • Album recensie overzicht: Anderson .Paak, John Legend en meer
    • Christian McBride & Ursa Major – Points of Light
    • CARO – Returning to Innocence
    • Nickelback met nieuw album naar Ziggo Dome
    Facebook X (Twitter) Instagram
    .: Maxazine :.
    • HOME
    • Muzieknieuws
    • Concertverslagen
      • Festivals
        • ADE
        • Bospop
        • Brutal Assault
        • CityRock
        • Dour
        • Eendracht Festival
        • Festyland
        • Geuzenpop
        • Jera On Air
        • KempenerPop
        • Lowlands
        • Mundial
        • Paaspop
        • Pinkpop
        • The Brave
        • The Hague Jazz
    • Interviews
    • CD Recensies
      • Legendary Albums
    • Prijsvragen
    • Extra
      • Verjaardagen
      • @Enjoythismusic
    .: Maxazine :.
    You are at:Home»Muziek»Parels van de Popmuziek»Parels van de Popmuziek: Het Verhaal achter Eddy Grant – ‘Electric Avenue’
    Parels van de Popmuziek

    Parels van de Popmuziek: Het Verhaal achter Eddy Grant – ‘Electric Avenue’

    By Norman van den Wildenberg1 november 2026

    Er zijn liedjes die je na twee maten al herkent. Een strak, hoekig ritme, een gitaar die als een stuiterend balletje door de mix springt en een refrein dat de rest van de dag in je hoofd blijft hangen. ‘Electric Avenue’ is zo’n nummer. Het komt voorbij op feesten, in winkels, in films en op elke playlist met muziek uit de jaren tachtig, en bijna iedereen zingt mee zonder er verder over na te denken.

    Dat is precies wat deze single zo bijzonder maakt. Onder de vrolijke, dansbare buitenkant zit een lied over woede, werkloosheid en een buurt die in 1981 in vuur en vlam stond. Eddy Grant schreef het uit verontwaardiging en verpakte die gevoelens in een melodie waar de wereld op ging dansen. Het nummer werd een nummer 1 in Canada, haalde de tweede plaats in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Australië, en bereikte de top tien in onder meer België, Ierland, Oostenrijk, Zwitserland, Duitsland, Zweden en Nederland.

    Hoe komt een boos liedje over een marktstraat in het zuiden van Londen terecht op de radio van een heel continent? Dat is een verhaal over een jongen uit Guyana, een multiraciale band uit de jaren zestig, een verloren koffer vol liedjes en een muziekzender die precies op het juiste moment een nieuw gezicht nodig had.

    Eddy Grant

    Edmond Montague Grant werd geboren op 5 maart 1948 in Plaisance, een dorp in het toenmalige Britse Guyana. Hij groeide deels op in Linden. Zijn vader speelde trompet in een bandje en zijn ouders werkten in Engeland, vanwaar ze geld naar huis stuurden voor de opleiding van hun zoons. In 1960 reisden Eddy en zijn jongere broer Rudy achter hen aan naar Kentish Town in Londen. Op school leerde hij muziek lezen en schrijven, en na een concert van Chuck Berry was zijn keuze gemaakt: hij wilde de muziek in.

    Op zijn zestiende richtte hij met schoolvrienden The Equals op, een van de eerste Britse bands met zowel witte als zwarte leden. Hij speelde gitaar, zong op de achtergrond en schreef de liedjes. In 1968 kwam de grote doorbraak met ‘Baby, Come Back’, een vrolijke popsong met een voorzichtige knipoog naar reggae die in het Verenigd Koninkrijk op nummer 1 belandde. Het nummer bleek onverwoestbaar. In 1994 stond het opnieuw bovenaan de Britse lijst, nu in een versie van Pato Banton met Ali en Robin Campbell van UB40. Een ander liedje van Grant, ‘Police on My Back’, kreeg een tweede leven toen The Clash het in 1980 opnamen voor hun album ‘Sandinista!’.

    Op 1 januari 1971 kreeg Grant een hartaanval en een klaplong. Hij verliet de band om zich op het produceren te richten en bouwde in 1972 zijn eigen opnamestudio in de tuin van zijn huis in Stamford Hill. In 1974 volgde zijn eigen label, Ice Records. Dat zegt veel over de man: hij wilde de touwtjes in handen houden, van het schrijven tot het opnemen en van het uitbrengen tot de rechten.

    Zijn solocarrière startte aarzelend. Een titelloos album uit 1975 maakte weinig indruk. Het album ‘Message Man’ uit 1977, waarop hij alle instrumenten zelf speelde, wordt tegenwoordig gezien als een vroege voorloper van soca, de energieke, dansbare muziek uit het Caribisch gebied. Met ‘Walking on Sunshine’ (1979) en de single ‘Living on the Frontline’ kwam de erkenning in het Verenigd Koninkrijk. Een jaar later volgde de top tien met ‘Do You Feel My Love’, en het album ‘Can’t Get Enough’ bezorgde hem in 1981 zijn eerste notering in de Britse albumlijst.

    Zijn stijl is moeilijk in één hokje te stoppen. Reggae, rock, funk, soul, calypso en Afrikaanse ritmes lopen door elkaar, soms binnen één nummer. In 1982 verhuisde hij naar Barbados en opende daar Blue Wave Studios. Het eiland werd zijn thuis, zijn werkplaats en de plek waar zijn grootste hit ontstond.

    Electric Avenue

    Electric Avenue bestaat echt. Het is een marktstraat in Brixton, in het zuiden van Londen, en het was de eerste marktstraat die door elektrisch licht werd verlicht. Grant leerde de straat kennen toen hij een tijdje als acteur werkte bij het Black Theatre of Brixton. De wijk staat bekend om zijn grote Caribische gemeenschap.

    In het voorjaar van 1981 liepen de spanningen in Brixton op tot rellen. Hoge werkloosheid, armoede, racisme en een hardhandige politieaanpak vormden samen een kruitvat dat later in een officieel onderzoeksrapport werd beschreven. Grant was geschokt en woedend, en ‘Electric Avenue’ was zijn reactie. Kort daarna verhuisde hij naar Barbados. Onderweg raakte een lading nieuwe liedjes kwijt in de bagage, waardoor hij in korte tijd een hele nieuwe reeks nummers moest schrijven. ‘Electric Avenue’ hoorde bij die nieuwe lichting en werd opgenomen in zijn eigen studio op het eiland.

    Muzikaal is het een bijzondere mengeling. Funk, reggae, rock en new wave komen samen in een geluid dat scherp en speels tegelijk is. Piepende synthesizers en een voorwaarts duwend ritme zorgen ervoor dat je met je voeten meebeweegt, terwijl de tekst over een buurt in nood gaat. Op het bijbehorende album speelde Grant zelf de zang, de gitaren, de synthesizers en de drums. Het contrast tussen de vrolijke klank en de ernstige achtergrond geeft het nummer een lading die veel popliedjes uit die tijd missen.

    De videoclip, opgenomen op Barbados, speelde een belangrijke rol in het Amerikaanse succes. De muziekzender MTV draaide in zijn beginjaren bijna uitsluitend clips van witte artiesten, wat op veel kritiek stuitte, ook van bekende muzikanten. Nadat ‘Billie Jean’ van Michael Jackson was uitgegroeid tot een gigantische hit, ging de zender haastig op zoek naar meer zwarte artiesten voor de programmering. Grant kwam met zijn clip precies op dat moment.

    De cijfers spreken voor zich. In het Verenigd Koninkrijk bereikte ‘Electric Avenue’ begin 1983 de tweede plaats. De Amerikaanse tak van de platenmaatschappij bracht de single later dat jaar op de markt, waarna hij vijf weken op de tweede plaats van de Billboard Hot 100 stond. In de lijst van het tijdschrift Cash Box stond hij zelfs op de eerste plaats. In Canada werd het een nummer 1, in Australië een nummer 2 en in Ierland een nummer 3. België haalde de derde plaats, Oostenrijk en Zwitserland de zesde, Nederland de zesde in de Top 40, Duitsland en Zweden de negende. Frankrijk reageerde terughoudender met een 37e plaats. In de Verenigde Staten werd de single platina voor meer dan een miljoen verkochte exemplaren, in Canada eveneens, en in het Verenigd Koninkrijk kreeg hij zilver. In de jaarlijsten van 1983 stond het nummer in Canada zelfs in de top zes.

    Het helpt om te kijken naar de muziek om hem heen. In de zomer van 1981, toen Brixton brandde, stond ‘Ghost Town’ van The Specials bovenaan de Britse lijst, een donker en dreigend nummer over verval in de stad. In 1982 had Musical Youth een wereldhit met een reggaenummer vol jeugdig plezier. Het jaar 1983 draaide om ‘Billie Jean’, om de gladde, gepolijste popmuziek van The Police en Culture Club, en om de synthesizers die overal doorbraken. UB40 bracht reggae naar de bovenste regionen van de lijsten, maar meestal in een zachtere, gladdere vorm. Grant zat daar precies tussenin. Hij had de wortels van reggae, de glans van new wave en de directe kracht van rock, en voegde daar een maatschappelijke boodschap aan toe die de meeste van zijn tijdgenoten liever achterwege lieten. Het is dan ook geen wonder dat het nummer werd genomineerd voor een Grammy Award in de categorie Best R&B Song. De prijs ging naar ‘Billie Jean’.

    Het liedje bleef ook daarna opduiken. In 2001 maakte Peter Black een nieuwe bewerking, de Ringbang Remix, die in het Verenigd Koninkrijk de vijfde plaats haalde. Ook in Ierland, Nederland en op de Europese lijst kwam de remix in de hitlijsten terecht, en een verzamelalbum met zijn grootste hits bereikte in het Verenigd Koninkrijk de derde plaats. Een nummer dat bijna twintig jaar eerder was ontstaan, klonk plotseling weer nieuw.

    Refugee Camp All Stars

    Een goede popsong herken je aan het feit dat andere muzikanten hem willen overnemen. Van ‘Electric Avenue’ bestaan meerdere versies, maar de bekendste kwam in 1997 uit de wereld van de hiphop. Onder de naam Refugee Camp All Stars verscheen ‘Avenues’, een herwerking van het nummer voor de filmmuziek van de komedie ‘Money Talks’.

    Refugee Camp All Stars was geen traditionele band. Het was een losse groep artiesten en een productielabel rond de Fugees, de invloedrijke hiphopgroep uit New Jersey met Wyclef Jean, Lauryn Hill en Pras Michel. Op ‘Avenues’ was Pras de aanvoerder, en op het refrein was een reggaezanger te horen die zelf een zoon van Bob Marley is. Zo kreeg het nummer een nieuwe laag: de rauwe rapcouplets van Pras maakten van de straat uit Londen een verhaal over een straat in een Amerikaanse grote stad, terwijl de reggaeklanken de verbinding met het origineel bewaarden.

    Het publiek begreep de knipoog. In de Verenigde Staten kwam de nieuwe versie op de 35e plaats van de Billboard Hot 100. In Noorwegen werd het zelfs de tweede plaats, in Zweden de zevende, in Finland de twaalfde en in de Nederlandse Top 40 de tiende. Later verscheen het nummer ook op het album ‘Ghetto Supastar’ van Pras. Het is een mooi voorbeeld van hoe een nummer uit 1983 in de jaren negentig opnieuw een rol kon spelen, nu in de taal van een nieuwe generatie.

    Nog meer jaren later kwam een heel andere bewerking. In 2009 bracht de Welshe band Skindred, die alternatieve metal speelt met reggae en dancehall in het geluid, een eigen versie uit. Die staat op hun album ‘Shark Bites and Dog Fights’. Dat een nummer zowel in hiphop als in metal past, zegt veel over de kracht van de melodie en het ritme.

    Killer on the Rampage

    Het album waarop ‘Electric Avenue’ staat verscheen op 15 november 1982 bij Ice Records en Portrait Records. ‘Killer on the Rampage’ is Grants zesde studioalbum en tot nu toe zijn succesvolste. Het kwam op de zevende plaats in de Britse albumlijst en op de tiende plaats van de Billboard 200 in de Verenigde Staten. Daarnaast haalde het de vierde plaats in Canada, de elfde in zowel Australië als Duitsland, de zestiende in Oostenrijk, de dertigste in Zweden en de 45e in Nederland.

    De totstandkoming van het album had iets van een noodgreep. Doordat een aantal van zijn nieuwe liedjes tijdens de verhuizing zoek was geraakt, moest Grant bijna een hele plaat opnieuw schrijven. Het resultaat is een album vol afwisseling. Het werd opgenomen in zijn nieuwe studio op Barbados en bestaat uit tien nummers met een speelduur van iets meer dan veertig minuten. Rock, funk, pop, reggae, disco en new wave lopen soepel in elkaar over. Naast de twee grote hits staan er nummers als ‘It’s All in You’, ‘Funky Rock ’N’ Roll’, ‘Latin Love Affair’ en ‘Another Revolutionary’, die laten horen hoe breed zijn smaak was. De opening van het album wordt gevormd door ‘Electric Avenue’ zelf.

    De eerste single van de plaat, ‘I Don’t Wanna Dance’, was degene die in het najaar van 1982 het meeste opzien baarde. Dit lichtvoetige, wiegende nummer over een relatie die uit is, kwam tijdens een tournee tot stand, in de minuten voor een optreden. Het stond drie weken op nummer 1 in het Verenigd Koninkrijk en werd daarmee Grants enige solonummer 1 daar. Ook in Vlaanderen stond het begin 1983 bovenaan. Het is een verrassend verhaal: de grootste Britse hit van het album is een luchtig liefdesliedje, terwijl het nummer dat uiteindelijk de wereld veroverde juist een ernstig onderwerp heeft. Een derde single, ‘War Party’, volgde in 1983 maar bleef in het Verenigd Koninkrijk steken op de 42e plaats.

    Lange tijd was het album niet te beluisteren op de grote streamingdiensten, omdat Grant bezwaar had tegen de manier waarop die artiesten betalen. In februari 2024 veranderde dat. ‘Killer on the Rampage’ verscheen weer op de bekende platforms, zodat een nieuwe generatie luisteraars kon ontdekken wat de plaat zo bijzonder maakt.

    Gimme Hope Jo’anna

    Na het succes van 1983 werd het stiller rond Grant. Hij was veel bezig met zijn studio en zijn label en maakte onder meer de titelsong voor de film ‘Romancing the Stone’ in 1984, een nummer dat uiteindelijk uit de film werd gehaald en als single buiten de Britse top vijftig bleef steken. Zijn albums ‘Going for Broke’, ‘Born Tuff’ en ‘File Under Rock’ haalden de hitlijsten niet en leverden geen nieuwe hits op. Veel artiesten zouden in zo’n situatie het voorzichtig aan doen. Grant deed iets anders.

    In 1988 bracht hij ‘Gimme Hope Jo’anna’ uit, een opgewekt klinkend lied met een scherpe politieke lading. Het nummer protesteerde tegen de apartheid en de titel verwijst op speelse wijze naar Johannesburg. Het haalde de zevende plaats in het Verenigd Koninkrijk en werd door het apartheidsregime verboden. Hier zie je dezelfde werkwijze als bij ‘Electric Avenue’: een aanstekelijke melodie, een lichte toon en een ernstige kern. Het publiek danste mee en de boodschap kwam toch aan. In 2008 stond Grant op het podium bij het concert ter ere van de negentigste verjaardag van Nelson Mandela.

    Daarna sloeg zijn loopbaan een bijzondere richting in. In 1994 presenteerde hij tijdens het Crop Over festival op Barbados een nieuw genre, ringbang, dat alle ritmes die uit Afrika stammen tot één geluid wil samenbrengen. Hij maakte albums als ‘Reparation’ in 2006, een pleidooi voor herstel van het onrecht van de slavernij, en ‘Plaisance’ in 2017, vernoemd naar het dorp waar hij werd geboren. Zijn studio Blue Wave werd gebruikt door grote namen als The Rolling Stones, Sting, Cliff Richard en Elvis Costello. In 2004 maakte hij zelfs een speelse parodie op ‘Gimme Hope Jo’anna’ voor een reclamecampagne van een yoghurtdrank.

    Een bijzonder hoofdstuk volgde in 2020, toen Grant een rechtszaak begon tegen de toenmalige Amerikaanse president Donald Trump, omdat ‘Electric Avenue’ zonder toestemming was gebruikt in een campagnefilmpje. In september 2024 oordeelde de rechter dat er inbreuk was gemaakt op het auteursrecht. In november van dat jaar besloten beide partijen de zaak te schikken, zonder dat de voorwaarden openbaar werden gemaakt.

    Grant woont al sinds 1982 op Barbados. In 2024 ontving hij daar de Honorary Order of Freedom. Ook in zijn geboorteland Guyana werd hij geëerd met een erkenning voor zijn levenswerk, een eredoctoraat en een eigen postzegel.

    Als je terugkijkt, valt vooral op hoe consequent Grant is gebleven. Hij schreef zijn eigen liedjes, bouwde zijn eigen studio, runde zijn eigen label en liet zijn muziek lange tijd van streamingdiensten weg omdat hij niet akkoord ging met de voorwaarden. Dat maakt ‘Electric Avenue’ meer dan een hit uit de jaren tachtig. Het is een kleine geschiedenisles die je niet merkt omdat je te druk bent met meezingen. Een straat in Brixton, een woedende songwriter en een bagage die zoek raakte werden samen een nummer dat zich veertig jaar later nog altijd laat dansen. En als je goed luistert, hoor je onder het ritme nog steeds de buurt waar het allemaal begon.

    Share. Facebook Twitter Pinterest LinkedIn Tumblr Email
    Previous ArticleAlbum recensie overzicht: Bernie Taupin, Joan Osborne en meer

    Related Posts

    Parels van de Popmuziek: Het Verhaal achter Was (Not Was) – ‘Walk the Dinosaur’

    Parels van de Popmuziek: Het Verhaal achter a-ha – ‘Take On Me’

    Parels van de Popmuziek: Het Verhaal achter Dexys Midnight Runners – ‘Come On Eileen’

    Parels van de Popmuziek: Het verhaal achter Journey – ‘Don’t Stop Believin”

    Parels van de Popmuziek: Het verhaal achter Gary Numan – ‘Cars’

    Parels van de Popmuziek: Het verhaal achter Los Bravos – ‘Black Is Black’


    RSS feed: Muzikantenbank Muzikantenbank
    • Pianist zoekt hoboïst, klarinettist of andere blazer
    • Zangeres wilt band starten
    • Bassist zoekt Doom Metal band !
    • Zangeres opgelet! Indiana zoekt jou!
    • Bassist gezocht!
    Over ons
    • Disclaimer
    • Adverteren
    • Privacybeleid en gebruiksvoorwaarden
    Maxazine Regionaal
    • Brabant
    • Gelderland
    • Limburg
    • Noord
    • Noord Holland
    • Overijssel
    • Utrecht
    • Zuid Holland

    Maxazine is er ook in andere talen:



    Type above and press Enter to search. Press Esc to cancel.