Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums achterblijven. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
Brothers Osborne – Watertown
Brothers Osborne keren op ‘Watertown’ terug naar Deale in Maryland, het kustplaatsje waar TJ en John Osborne opgroeiden. Het is hun vijfde studioalbum, opnieuw geproduceerd door Jay Joyce, en telt elf nummers. ‘Born and Raised Hell’ met Cody Johnson opent met nostalgie, en ‘Tough Kid’ met Stephen Wilson Jr. kijkt naar de pijn onder een harde buitenkant. Dat zijn de eerste gastbijdragen op een volledig album van het duo. De muziek schommelt tussen zuidelijke rock en country met riffs die bijten. ‘Family Business’ van John Osborne combineert humor met ongemakkelijke waarheden, en ‘Ain’t Killed Me Yet’ neigt naar outlaw country. ‘Doors’ draait om een slimme metafoor die vanzelf blijft kloppen. ‘Stubborn’ en ‘Bottle It Up’ zijn geschreven door anderen, wat laat zien dat de broers weten welk nummer bij hen past. In het slotnummer ‘Watertown’ zingt TJ eerbiedig over de stip op de kaart die hem grootbracht. Het persoonlijke materiaal reikt verder dan één Amerikaans dorp, zonder het verleden te verheerlijken. Wie hun eerdere werk kent, hoort een plaat die zich ruw, eerlijk en welgemikt presenteert. (Norman van den Wildenberg) (8/10) (MCA / Snakefarm)

Clinic – Wild in the Streets
Clinic laat zich ook na bijna dertig jaar niet temmen. ‘Wild In The Streets’ is hun tiende album en telt twaalf korte nummers die de temperatuur van het Verenigd Koninkrijk opnemen. Ade Blackburn en Jonathan Hartley kennen elkaar sinds school, en dat hoor je aan een ritmesectie die scheef en toch dwingend klinkt. Fuzzy gitaren, dub en exotica uit de school van Martin Denny en Les Baxter botsen op elkaar. ‘Model Citizen’ en de titeltrack knallen in een mum van tijd voorbij, terwijl ‘Hypnotised’ en ‘Back To Nature’ de boel laten dampen. Singles als ‘You And I’ laten horen dat Clinic liever een couplet schrapt dan een idee uitmelkt. Alles klinkt gedrongen, venijnig en een tikje buitenaards. De woordspelingen zijn surrealistisch en de grap zit in de details. Het is een rafelige plaat die geen seconde stilzit en je bij de keel grijpt. Wie zoekt naar gitaarmuziek met een kronkel, kan hier zijn hart ophalen, ook al is het eigenzinnig en soms bijna komisch. Clinic klinkt weer bevlogen, scherp en lekker eigenwijs, zonder een noot te verspillen. (Anton Dupont) (8/10) (Domino)

Caroline Rose – Gentling the Horse at the Walt Whitman Mall
Caroline Rose heeft met ‘Gentling The Horse At The Walt Whitman Mall’ een eigen label opgericht en schudt daarmee elke verwachting van zich af. Op SUCK Records verschijnt het zevende album, geproduceerd door John Congleton die de productie bewust kaal houdt. ‘Yip Yip Yow’ trapt de plaat af met de energie van een liveshow. ‘RIDE (!!!)’ schuurt als noiserock en psychobilly, ‘Cement Head’ leunt op scherpe riffs en ‘Hello Again, Jim’ draait op een drumcomputer. Met ‘Notes to Teenage Self’ volgt een akoestisch rustpunt, en ‘Everything In Its Right Place’ sluit wonderlijk teder af. De teksten tekenen een Amerikaanse droom vol winkelcentra en fastfood, scherp van toon en vaak grappig. Het springen van punk naar synthpop en akoestiek levert veel afwisseling op, maar de plaat hapt niet meteen en is bij vlagen opzettelijk vreemd. Daarmee is het geen album dat een groot publiek zal veroveren. Wie de eerdere platen van Rose waardeert, krijgt echter een artiest die op volle toeren draait. Herhaald luisteren loont, want onder de grappen zit een stekelige blik op het dagelijks leven. (William Brown) (8/10) (SUCK Records)

Joan Osborne – Relish Reimagined
In 1996 scoorde Joan Osborne wereldwijd een hit met ‘One of Us’, waarin ze zich afvroeg hoe het zou zijn als God gewoon een van ons was: een mens van vlees en bloed. Het nummer, geschreven door Eric Bazilian van The Hooters, bezorgde haar vijftien minuten wereldroem. Het succes bleek echter moeilijk te evenaren en maakte van Osborne een one-hit-wonder. Nu, op 64-jarige leeftijd, blaast ze dertig jaar na dato haar bekendste album, Relish, nieuw leven in, ditmaal met gerenommeerde jazzmuzikanten. Voor Osborne is het vooral een terugblik op een bepalend hoofdstuk uit haar carrière. De herinterpretatie klinkt fris, met een verzorgde productie en een aangenaam warme klank. Haar stem heeft wel wat aan kracht ingeboet. Toch weet Osborne het album overeind te houden, geholpen door muzikanten die hun vak verstaan.
De jazzy uitvoering krijgt extra diepgang door piano, swingende ritmes en waaierend gitaarspel. Ook in deze vorm blijft het materiaal overtuigen. De cover van Bob Dylans ‘Man in the Long Black Coat’ pakt minder gelukkig uit en legt de ouderdomskwaaltjes in haar stem nadrukkelijker bloot. Al met al is ‘Relish Reimagined’ een respectabele herinterpretatie, waarin Osborne haar muzikale ontwikkeling laat horen. (Bart van de Sande) (7/10) (Brother Mister Productions/Mack Avenue Music Group)

Bernie Taupin – The Sea Has No Mercy
Bernie Taupin schrijft al bijna zestig jaar teksten voor anderen, maar met ‘The Sea Has No Mercy’ staat hij zelf aan het roer. Het is zijn eerste soloalbum in bijna veertig jaar en het eerste waarvoor hij alles zelf schreef. Producer Frank Liddell hield de opnames in Nashville sober, met de Tennessee Stone Cutters als huisband. ‘Fisherman’ opent bijna bijbels, en ‘Joker’ kraakt met een zware tred en een stem die aan Tom Waits doet denken. In de titeltrack bekent Taupin doodsbang te zijn voor de golven, met een droge humor die aan Loudon Wainwright herinnert. Brandi Carlile verschijnt in ‘Come On California’, en dochter Georgey zingt mee in ‘One Hundred Ways’. Taupins baritonstem is gerimpeld, maar draagt de verhalen met gezag. Hij zingt over een leven tussen Lincolnshire en Californië, over spijt en over zijn eigen sterfelijkheid. De arrangementen blijven ingetogen en laten ruimte voor elk woord. Hier ontbreken effectbejag en gladde refreinen, en dat past bij een man van zesenzeventig. Het is een plaat die luistert als een late biecht, strak gebouwd en zonder overbodige woorden. (Cian Murphy) (8/10) (Vertigo Records / MCA Nashville)

