Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums achterblijven. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
Joanne Shaw Taylor – The Trouble With Love
Joanne Shaw Taylor laat op ‘The Trouble With Love’ horen dat ze de grenzen van haar eigen geluid blijft opzoeken. Producer Kevin Shirley stuurt tien nummers aan met bijtende gitaarlijnen en een stem die geen millimeter terugdeinst. De titeltrack opent met aandrijving en schroom is ver te zoeken, ook na een gastsolo van Joe Bonamassa. ‘This Is Who I Am’ en ‘Bad Boy’ zetten de toon voor een plaat die liefde bekijkt van alle kanten, van rauw tot bitterzoet. ‘Tired Of Being Right’ schuift gospel, soul en countryrock soepel in elkaar, met een vleugje The Band. In ‘What Good Is My Love?’ schuift Orianthi aan, wat extra vonken geeft. Taylor schrijft persoonlijker en speelt gevarieerder dan voorheen, zonder haar blues uit het oog te verliezen. Wie haar eerdere plaat ‘Black & Gold’ kent, hoort een gitariste die zich niet laat verleiden tot herhaling. Dave Stewart ontdekte haar op haar zestiende, en dat gevoel van honger hoor je nog steeds terug. Dit is blues rock met kaken, gespeeld door iemand die zich niet laat afremmen. (Anton Dupont) (8/10) (Journeyman Records)
Banty Holler – Folk Music For Fuck Faces
Wereldburger en zanger Banty Holler heeft zich na allerlei baantjes te hebben gehad in plaatsen als Rimini, Dublin, Stockholm en Wroclaw nu alweer enkele decennia gevestigd in Den Haag. Als Neile H. Coe III in Chicago geboren speelt hij een geheel eigen combinatie, dat hij Honky Tonk Americana noemt. De afgelopen acht of negen jaar heeft hij een aantal albums uitgebracht. Op de laatste twee albums, ‘Lost In Song’ en ‘Journeyman Songs’ had hij versterking van een tweede gitarist en een drummer. Op het nieuwe album ‘Folk Music For Fuck Faces’ is hij weer helemaal terug bij de basis, namelijk helemaal alleen in de studio met alleen maar een gitaar. Op dit nieuwe album staan vijftien nummers, die Banty Holler eerder heeft opgenomen. En nu in vereenvoudigde vorm. Naast eigen werk horen we ook eigen versies van nummers van onder meer Steve Earl (‘Tennessee Blues’), Muddy Waters (‘Got My Mojo Working’) en Earl Thomas Conley (‘Once In A Blue Moon’). De eigen nummers blijven in deze uitgeklede vorm overeind. Sterker nog, sommige steken zelfs met kop en schouder boven de eerder opgenomen versies uit. Erg mooi zijn de opener ‘Hit The Chord’, het rockende ‘Hard Work Don’t Pay’ en ‘Journeyman Reel’. Een beter bewijs, dat Neile H. Coe III a.k.a. Banty Holler een prima songschrijver is, is er niet. Een mooi album, dat in eigen beheer is uitgebracht. (Eric Campfens) (7/10) (Eigen productie)
Jazzy – Peace & Patience
Met ‘Peace & Patience’ stapt Jazzy van het singlecircuit naar een volledig debuutalbum. De Dublinse heeft in Ierland al twee nummers één op haar naam en schreef de plaat samen met onder anderen Mark Ralph, Tre Jean Marie en Theo Hutchcraft. Het resultaat combineert uitbundige house met gladde nachtelijke pop. ‘Invisible’ met Chris Lorenzo, ‘Rocket Science’ en ‘Depart’ werken als losse nummers meteen op de dansvloer. Daar zit ook het probleem, want dertien tracks vragen om meer dan een rij clubklare ideeën. Jazzy vertelt over haar afkomst en de mensen die haar overeind hielden, maar de gelikte synths en vlotte drops houden die persoonlijke laag op afstand. Daardoor blijft de titel, die rust en geduld belooft, vooral een intentie. Toch is het enthousiasme van de plaat besmettelijk, en wie op de vloer staat, hoort een artieste die weet wat ze wil. Voor iemand die in Dublin de 3Arena aandurft, is dit een logische en zelfverzekerde stap. Meer durf in de opbouw had het geheel scherper gemaakt, en dat is jammer voor een debuut dat zoveel belooft. (William Brown) (7/10) (Chaos Records)
John Legend – Muse
John Legend laat zich op ‘Muse’ door Pharrell Williams uit zijn comfortzone halen, en dat bevalt. Pharrell produceerde en schreef alle zestien nummers mee, en dook ook zelf op in zes songs, waaronder de titeltrack. De opnames vonden grotendeels plaats in zijn studio in het Parijse hoofdkantoor van Louis Vuitton, en dat decor voel je in de weelderige, filmische aankleding. Legend gaat daarbij conversationeler zingen, wat zijn bekende baritonstem een andere kleur geeft. ‘Her’ put uit doowop en gospel, terwijl ‘Get Back’ met hoorns en strijkers een klassieke soulsfeer oproept. ‘Daylight’ bewijst als single dat het plan werkt, en met ‘Bodies On The Floor’ haalt hij Clipse erbij. De samenwerking is gegroeid uit zijn bijdrage aan ‘The Birds Don’t Sing’ op het album van Clipse, en die lijn is te horen in de ritmische durf. Zestien nummers vragen geduld van de luisteraar, maar de nieuwsgierigheid die Legend aan de dag legt maakt veel goed. ‘Muse’ is een warme, avontuurlijke soulplaat die zijn vaste luisteraars niet voor het hoofd stoot. Het is de moeite waard om deze nieuwe kant van hem te leren kennen. (Tobias Braun) (7/10) (Republic Records)
Anderson .Paak & Cordae – Heavy Is The Crown
Anderson .Paak en Cordae kennen elkaar sinds ‘RNP’ op Cordaes debuut ‘The Lost Boy’, en op ‘Heavy Is The Crown’ krijgt die vriendschap eindelijk een volledige plaat. De hoes verwijst naar de komedie Step Brothers, en de toon is bij vlagen even speels. Toch gaat het album verder dan grappen. Cordae schrijft over het opvoeden van zijn dochter, over verloren liefde en eenzaamheid, terwijl .Paak stilstaat bij verleiding en onoprechte mensen. De productie wisselt tussen oude samples en harde beats, met bijdragen van onder anderen J. Cole, 9th Wonder, Conductor Williams en Swizz Beatz. Opener ‘58th Floor’ zet de verwachtingen meteen goed neer, en ‘Helpless’ behoort tot de nummers die blijven hangen. Vooral het samenspel valt op. .Paak levert met zijn soulvolle, elastische stem warmte, Cordae brengt scherpte en reflectie. Dat levert een plaat op die licht van toon is maar serieuze thema’s niet uit de weg gaat. De vraag is of die losse sfeer de volle speelduur vasthoudt, en dat lukt grotendeels. Als vriendenproject overtuigt het door oprechtheid en onderlinge verstandhouding, zonder op effect uit te zijn. (William Brown) (8/10) (APESHIT/Mass Appeal/EMPIRE)
