Toen ongeveer een half jaar geleden bekend werd dat er een Roots festival in Utrecht georganiseerd zou worden waren de reacties alom positief. En terecht, want ‘het kleine festival met de grote namen’ beloofde heel wat. Roots, rhythm ’n blues, americana en bluesrock. Met in de line-up onder andere Ben Caplan, Beth Hart en Gov’t Mule zat het met de grote namen ook wel goed.

En dat alles in het Julianapark op een steenworp afstand van station Utrecht Zuilen. Gezien de vele en diverse vooraankondigingen, zowel lokaal als nationaal, waren de organisatoren in ieder geval op de hoogte van het feit dat het uitermate moeilijk is een nieuw festival op poten te zetten. Dit harde werk resulteerde in een naar horen zeggen prima voorverkoop.

Ouder worden gaat schijnbaar gepaard met het sneller verstrijken der tijd. Zeg 2 keer tegen een kroegmaatje dat je je verheugt op Roots en voor je het door hebt laat je een half jaar later bij de ingang je kaartje scannen. Aldus togen op een zomerse zaterdagmiddag in volle verwachting de eerste bezoekers naar de Domstad, om bij aankomst een opvallend intiem ingericht Julianapark te aanschouwen. Muntverkoop bij de ingang, een paar eetgelegenheden, een paar bars en een podium. Het lijkt zo simpel.

Een misinterpretatie van het programma zorgt ervoor dat we aankomen in het laatste nummer van Maison Du Malheur, dat op het voor hardwerkende mensen overigens onmogelijk haalbare tijdstip van 11.45 al aftrapte. Gezien het nog bijna lege veld waren er heel wat meer bezoekers die met hetzelfde probleem zaten, al werd het wat drukker voordat de Otis Taylor Band het podium betrad. Aan deze sympathieke roots / blues gitarist en zijn band de taak het toestromende publiek meteen vast te pakken.

Dat lukte uitstekend. Otis zelf blijkt een uitstekende vertolker van de roots blues en ondanks wat gedoe door technici op het podium staat er een band waar het enthousiasme vanaf spat, waarbij een grote rol is weggelegd voor violiste Anne Harris. Met haar opvallend wulpse techniek weet ze behoorlijk te scoren, al is de ware toevoeging toch echt van muzikale aard. Nooit geweten dat het welbekende gitaarloopje uit Jimi Hendrix’s Hey Joe prachtig klinkt op viool. Als even later Otis himself met harp een rondje over het veld doet is een vrolijke blijk van waardering bij niemand ver te zoeken.

De rust keert wat terug bij The Epstein, een Britse folk / country band die een vrij rustige set ten gehore brengt, die blijkbaar zittend op een kleedje het meest te waarderen was. The Epstein weet met een akoestische slaggitaar in combinatie met een elektronische slide een eigen sound neer te zetten die het ene nummer melancholisch en het andere nummer juist energiek doet klinken. Ondanks het overwegend zittende publiek zet The Epstein, af te leiden aan het applaus, een zeer gewaardeerd optreden neer.

In de namiddag is de zet aan bluestrio Moreland & Arbuckle, dat draait om zanger / harpist Dustin Arbuckle en gitarist Aaron Moreland. Tezamen produceren ze een energieke set die bol staat van de energieke blues, waaronder een heerlijke cover van When The Levee Breaks. De sigaardoos-gitaar van Moreland drukt, mede door de baslijn die erin verwerkt zit, een bijzonder krachtig stempel op de set. Een band die zeker de moeite waard is eens te bezoeken mochten ze in de buurt zijn.

De daaropvolgende band The Excitements wordt door onbekende reden vervangen door de soul georiënteerde Originators. Al gauw blijkt echter dat deze band een last-minute toevoeging is die niet goed uit de verf in de flow die inmiddels heerst op het festival, waardoor veel bezoekers het optreden als eetpauze gebruiken.

Voordat Ben Caplan & The Casual Smokers opkomen wordt het steeds voller in het Julianapark, waaruit blijkt dat er toch nog heel wat mensen zijn die hun kaartje vooral kochten voor het avondprogramma. Ben Caplan maakt er met zijn rauwe stem maar al te graag gebruik van en wisselt zijn eigenzinnige nummers af met humoristisch tekstueel vermaak. Echter, de enige Casual Smoker die naast hem staat is een violist, dus het lijkt erop dat de band stiekem niet compleet ten tonele is verschenen. Het kan het publiek niet deren aangezien de twee een bijzonder aangenaam en vermakelijk optreden neerzetten.

Bij Beth Hart begint het vooraan dan echt druk te worden. De Amerikaanse wordt in Nederland al jaren gekoesterd en dat is te merken aan het onthaal. Ze opent dan ook ijzersterk met het bluesy Sinner’s Prayer en het vrolijke Well, Well. Na het rustige Sky Full Of Clover volgt een eigentijdse versie van oldtimer Lifts You Up. Dat Beth Hart en haar uitstekende band in Nederland nog altijd ongekend populair is lijkt terecht aangezien de hoge verwachtingen dubbel en dwars worden waargemaakt. Hart zet een eigentijdse set neer die barst van de energie en kwaliteit.

En dan moet afsluiter Gov’t Mule nog beginnen. Deze befaamde jam / bluesband, met wereldgitarist Warren Haynes in de gelederen, staat bekend om zijn ongekende liveoptredens. Met in het repertoire letterlijk honderden nummers en de mogelijkheid in een kwartier-lange jam verzeild te raken is het bij The Mule altijd afwachten wat de avond brengt. In dit geval een sterk gitaar georiënteerde set waarin Warren op bijzondere, maar hier en daar misschien wat ontoegankelijke manier laat horen dat hij de bluesrock beheerst als geen ander.

Echter, met Thorazine Shuffle en het onmiskenbare Mule worden nummers neergezet die zeer goed aarden op Roots. Een golf van enthousiasme verovert het Julianapark als bij het laatste daglicht Beth Hart zich nogmaals meldt, om de encore te verzorgen met onder andere I Don’t Need No Doctor. De toevoeging van Beth en het complete beeld dat daaruit ontstaat geeft net dat laatste zetje dat een eerste editie van een festival zo goed kan gebruiken, vlak voordat de ongeveer 2000 mensen het terrein verlaten.

Deel: