In de zomer van 1989 klonk overal ter wereld hetzelfde kinderlijke koortje uit de radio. Stap voor stap, hart aan hart, links, rechts, links. Wat begon als een simpel, bijna naïef refrein, bleek bij nader inzien een van de meest ontwapenende popnummers van de late jaren tachtig te zijn. Achter de speelse melodie van ‘Toy Soldiers’ school een persoonlijk en pijnlijk verhaal over verslaving, geschreven door een jonge zangeres die op dat moment nog maar net haar eerste stappen zette als soloartieste. Het nummer zou uitgroeien tot een wereldwijde hit, tot op de dag van vandaag gecoverd en gesampled worden, en de carrière van Martika voorgoed veranderen.
Dit is het verhaal achter een van de meest onderschatte popparels van de jaren tachtig, een lied dat begon als een persoonlijke boodschap aan een dierbare en uitgroeide tot een collectieve herinnering voor een hele generatie.
Martika
Marta Marrero, beter bekend als Martika, werd geboren op 18 mei 1969 in Whittier, Californië, als dochter van Cubaanse ouders. Al op jonge leeftijd stond ze voor de camera. Ze speelde een klein rolletje in de speelfilm ‘Annie’ en werd vervolgens gecast als Gloria in de populaire kinderserie Kids Incorporated, waarin een groep zingende buurtkinderen langzaamaan lokale bekendheid vergaart. De rol bracht haar niet alleen naamsbekendheid, maar ook haar eerste ervaring met zingen voor een groot publiek.
Na haar jaren bij Kids Incorporated tekende Martika een platencontract bij Columbia Records. Haar eerste soloproject bleef vooral in Japan beperkt succesvol, maar dat veranderde radicaal toen ze in 1988 haar gelijknamige debuutalbum uitbracht. Samen met producer Michael Jay ontwikkelde ze een geluid dat stevig verankerd was in de popmuziek van die tijd, maar tegelijkertijd durfde te experimenteren met serieuzere thema’s dan de meeste van haar leeftijdsgenoten. Waar veel tienersterren uit die periode zich vooral op luchtige liefdesliedjes richtten, koos Martika ervoor om ook persoonlijke en soms zware onderwerpen aan te snijden.
Later in haar carrière trok Martika zich terug uit de muziekindustrie, deels door de druk van het plotselinge succes. Ze keerde begin jaren tweeduizend terug met het project Oppera, samen met haar echtgenoot. Haar grootste hit uit de jaren tachtig zou echter nooit helemaal verdwijnen uit het collectieve geheugen, mede dankzij een onverwacht tweede leven dat het lied jaren later zou krijgen.
Toy Soldiers
‘Toy Soldiers’ verscheen op 26 april 1989 als de tweede single van Martika’s debuutalbum. Het nummer werd geschreven door Martika zelf, samen met producer Michael Jay, en ging over de worsteling van een dierbare met cocaïneverslaving. Martika vertelde later dat ze aanvankelijk aarzelde om het onderwerp aan te snijden, omdat ze tot dan toe alleen lichtere liedjes had geschreven. Toch besloot ze de stap te zetten en schreef ze een tekst die de verwoestende cyclus van verslaving vergelijkt met het eindeloze, mechanische spel van speelgoedsoldaatjes die telkens weer omvallen en weer opstaan.
Muzikaal gezien is ‘Toy Soldiers’ een typisch product van zijn tijd, met een productie die popgevoeligheid combineert met een vleugje rock. Juist het contrast tussen de kinderlijke, bijna schoolplein-achtige zang in het refrein en de zware thematiek van de tekst zorgde voor een unieke spanning die het nummer onderscheidde van andere hits uit die periode.
Het commerciële succes van ‘Toy Soldiers’ was aanzienlijk. In de Verenigde Staten bereikte het nummer de eerste plaats van de Billboard Hot 100 en bleef het daar twee weken staan, wat het de enige nummer-één hit van Martika’s carrière maakte. Ook in Nieuw-Zeeland ging het lied naar de eerste plaats. In het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Duitsland en Australië werd het een topvijfhit, en ook in landen als Noorwegen, Zweden en Zwitserland scoorde de single hoog in de hitlijsten. In Nederland kwam het nummer tot plaats zeventien in de Top 40, terwijl het in de Vlaamse hitlijsten niet doorbrak. Op de jaarlijst van Billboard over 1989 eindigde ‘Toy Soldiers’ op plek negenentwintig, en de single werd bekroond met een gouden plaat in de Verenigde Staten.
Vergeleken met andere grote hits uit 1989, een jaar waarin new jack swing, glimmende dance-pop en de eerste golf van tienerbands als New Kids on the Block de hitlijsten domineerden, viel ‘Toy Soldiers’ juist op door zijn ingetogen, bijna melancholische karakter. Waar tijdgenoten vaak inzetten op feestelijke, dansbare productie, koos Martika voor kwetsbaarheid en een verhalende tekst, een benadering die het nummer een tijdlozere uitstraling gaf dan veel van de vluchtige radiohits van dat moment.
Silversun Pickups
Een van de meest opvallende covers van ‘Toy Soldiers’ kwam ruim dertig jaar na het origineel, van de Amerikaanse alternatieve rockband Silversun Pickups. In 2020 bracht de band uit Los Angeles een eigen versie uit, geproduceerd door de gerenommeerde Butch Vig, bekend van zijn werk met onder meer Nirvana. Waar het origineel van Martika vooral steunt op een heldere, bijna kinderlijke zangstijl, koos Silversun Pickups voor een intiemere, ingetogen benadering, met minder bombast en meer ruimte voor kwetsbaarheid in de vertolking.
Zanger Brian Aubert vertelde dat de band bewust koos voor een nummer dat een groot radiomoment had gehad in hun jeugd en dat inmiddels onderdeel was geworden van een gedeelde culturele herinnering. De keuze voor juist dit nummer kreeg extra betekenis doordat de oorspronkelijke tekst gaat over het gevecht tegen verslaving, een thema dat voor de zanger persoonlijk gevoelig lag. Bij de cover verscheen ook een nieuwe, sfeervolle videoclip, die de melancholische ondertoon van het nummer visueel vertaalde. Naast Silversun Pickups waagden in de loop der jaren ook diverse andere artiesten en bands zich aan een eigen interpretatie van het nummer, wat aantoont hoe blijvend de aantrekkingskracht van de compositie is gebleken.
Martika
Het gelijknamige debuutalbum van Martika verscheen op 18 oktober 1988 via Columbia Records en werd geproduceerd door Michael Jay. Het album bevatte een mix van dansbare popnummers en meer ingetogen, tekstueel zwaardere liedjes, en liet daarmee zien dat de jonge zangeres meer in huis had dan alleen lichtvoetige tienerpop. Het album werd goud gecertificeerd in de Verenigde Staten en platina in zowel het Verenigd Koninkrijk als Canada, terwijl het in Australië zelfs dubbel platina behaalde. Wereldwijd zijn er naar schatting meer dan drie miljoen exemplaren van verkocht.
Naast ‘Toy Soldiers’ bevatte het album nog drie andere singles, waaronder een Spaanstalige knipoog naar Martika’s Cubaanse afkomst in het nummer ‘Water’. Die keuze om gedeeltelijk in het Spaans te zingen was destijds vrij ongebruikelijk voor een mainstream Amerikaanse popact en onderstreepte hoe Martika probeerde haar eigen identiteit een plek te geven binnen de gladde popproducties van die tijd. Het album bleef jarenlang het visitekaartje van de zangeres en vormt nog altijd de basis van haar reputatie als eenmalige, maar zeer memorabele hitmaker.
Martika’s Kitchen
Een paar jaar na het succes van haar debuut sloeg Martika een compleet andere weg in. Op haar tweede en tegelijk laatste studioalbum, eveneens getiteld Martika’s Kitchen en uitgebracht in 1991, liet ze de gladde tienerpop grotendeels achter zich voor een mix van gospel, jazz, funk, r&b en traditionele Cubaanse invloeden. Een opvallend detail is dat de gelijknamige titelsingle, ‘Martika’s Kitchen’, geschreven en geproduceerd werd door niemand minder dan Prince, die in totaal vier nummers voor het album schreef. Die nummers nam hij eerst zelf op en stuurde hij vervolgens door naar Martika, die ze insprak.
‘Martika’s Kitchen’ verscheen in november 1991 als de tweede single van het album. In de Verenigde Staten evenaarde het nummer niet het succes van de voorganger ‘Love… Thy Will Be Done’ bleef steken op plaats drieënnegentig in de Billboard Hot 100. Internationaal deed de single het echter aanzienlijk beter, met noteringen in de top dertig in onder meer Australië, Ierland, Nieuw-Zeeland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. Het album zelf werd goud gecertificeerd in zowel het Verenigd Koninkrijk als Australië, mede dankzij het succes van ‘Love… Thy Will Be Done’, dat in Australië zelfs de eerste plaats bereikte en in het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Nieuw-Zeeland de top tien haalde.
Waar ‘Toy Soldiers’ nog volledig paste binnen de gladde popproducties van de late jaren tachtig, toont ‘Martika’s Kitchen’ een artieste die willens en wetens afstand nam van dat imago en op zoek ging naar een volwassener, avontuurlijker geluid. Het feit dat een artiest als Prince zijn talent aan haar project verbond, onderstreept hoezeer Martika op dat moment werd gezien als een serieuze muzikale kracht, ver voorbij het beeld van de eenmalige hitmaker dat sommigen haar na ‘Toy Soldiers’ hadden opgeplakt.
Meer dan drie decennia na de release blijft ‘Toy Soldiers’ een van die zeldzame popnummers die zowel als tijdscapsule als als tijdloos verhaal functioneren. Het is een lied dat de luchtige verpakking van de late jaren tachtig combineert met een tekst die nog altijd relevant aanvoelt, over de pijn van het toekijken hoe iemand die je liefhebt vecht tegen een verslaving. Dat het nummer jaren later opnieuw een enorm publiek bereikte dankzij een sample van een grote rapper, en dat artiesten uit compleet andere muzikale hoeken het keer op keer blijven coveren, bewijst dat de kracht van dit lied verder reikt dan de tijdgeest waarin het ontstond. ‘Toy Soldiers’ is en blijft, in de meest letterlijke zin van deze rubriek, een echte parel van de popmuziek.
