Robin Smith stond dinsdagavond op het podium van het Muziekgebouw, waar hij het aandurfde om bijna dertig jaar aan muziek van Mike Oldfield in iets meer dan twee uur samen te persen. Als jarenlange rechterhand van de componist kent hij het materiaal door en door, en dat was goed te merken. De avond maakte deel uit van de tournee ‘The Best of Tubular Bells I, II & III’, die dit najaar door Europa reist.
De zaal was op een enkele stoel na uitverkocht en dat verdienden de muzikanten. Het eerste nummer, een ingekorte versie van het album ‘Tubular Bells II’, ving aan. Het origineel werd geproduceerd door niemand minder dan Trevor Horn, bekend van The Buggles, Yes en zijn productiewerk van Frankie Goes To Hollywood. Het werd in Eindhoven een korte snippet van het album dat Oldfield uitbracht na te hebben gebroken met Virgin Records. Een beetje een wraakalbum, aangezien Richard Branson Oldfield al jaren smeekte om een vervolg van ‘Tubular Bells’. De muzikale uitsnede was nog niet afgelopen of Smith waagde een poging om de zaal in het Nederlands te begroeten. Wat eruit kwam klonk verdacht veel naar Duits: “Guten Abend” galmde door de zaal, tot hilariteit van het publiek. Hij herstelde zich met een korte introductie, waarin hij vertelde al sinds dit album met Oldfield te werken. Dat vervolg op de debuutplaat verscheen in 1992 en werd destijds live vanaf Edinburgh Castle uitgezonden naar een wereldwijd publiek, een klus waarmee Smiths jarenlange samenwerking met de componist eigenlijk begon. Die samenwerking hield stand tot Oldfield zich enkele jaren geleden terugtrok van het podium. Het touren met de muziek van Oldfield kreeg dan het volledige akkoord van de meester zelf.
Meteen daarna klonk de grote hit ‘Moonlight Shadow’, waarbij de zang helaas iets uit de toon viel door een enorme galm op haar stem. Zonde, want de stem van Maggie Reilly was zonder effectfouten al moeilijk te evenaren. Het eerste deel werd afgesloten door een wederom ingekorte uitvoering van ‘Tubular Bells III’. Dat album kwam in 1998 uit en vormde het slotstuk van een trilogie die zich over ruim een kwarteeuw uitstrekte. Waar het tweede deel nog stevig in de progrock leunt, schuift dit album op richting Spaans getinte gitaarpartijen, wat niet zo gek is: Oldfield woonde destijds op Ibiza toen hij het schreef, en die eilandsfeer sijpelt duidelijk door in de compositie. Het slotstuk, ‘Far Above the Clouds’, kreeg jaren later nog een tweede leven tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen van Londen. De zangeres van het gezelschap kreeg in de rustigere, sfeervolle passages alle ruimte en liet daar horen wat haar stem waard is.
Na de pauze begon het tweede deel van de avond met ‘Tubular Bells, Part One’, het openingsstuk van het album waarmee alles begon. Oldfield was pas zeventien toen hij eraan begon te componeren, speelde vrijwel alle instrumenten zelf in en zag het resultaat in 1973 verschijnen als het allereerste album op een piepjong platenlabel genaamd Virgin. Bekendheid kreeg het stuk vooral doordat de openingsmelodie jarenlang gekoppeld werd aan de film The Exorcist, waarna het uitgroeide tot een van de best verkochte instrumentale platen ooit. Maar ook gebruik van het intro in verschillende afleveringen van Bassie en Adriaan hebben het meesterwerk in Nederland flink doen vergroten. Het publiek in Eindhoven kwam dan ook massaal uit de stoelen voordat de band kon doorschakelen naar ‘Part Two’. Ook dat stuk kreeg achteraf een langgerekt maar terecht staande ovatie.
Van het podium af gingen ze niet. In plaats daarvan speelde de bezetting nog een korte toegift, met alle muzikanten dicht bij elkaar vooraan het toneel. Zo sloot Eindhoven een avond af waarin drie fases uit Oldfields carrière, geschreven over een periode van bijna dertig jaar, weer even samenkwamen op één podium.
