Als je in de jaren negentig ook maar iets om alternatieve rock gaf, dan ken je Melissa Auf der Maur wel, ook al wist je misschien niet dat je haar kende. Ze speelde bas bij Hole nadat Kristen Pfaff was overleden, ze toerde met The Smashing Pumpkins na het vertrek van D’arcy Wretzky, en ze stond op podia over de hele wereld terwijl ze stiekem ook constant een camera bij zich had om alles vast te leggen. Nu, vijftien jaar na haar laatste soloplaat, komt ze terug met iets dat geen gewone comebackplaat is, maar meer een tijdmachine.
‘Bass Womb Room’ is gemaakt naast een museumtentoonstelling van haar fotografie uit die tijd, en het album zelf bestaat uit twee lagen die door elkaar heen lopen. Aan de ene kant zeven nooit eerder gehoorde vierspoor demo’s die ze in de jaren negentig opnam in haar eigen huiskamer, met een simpele Tascam recorder. Aan de andere kant acht nieuwe interludes die speciaal voor de installatie zijn gemaakt, vol gevonden geluiden, achterbank gesprekken en fragmenten van backstage momenten. Het klinkt rommelig omdat het ook rommelig is bedoeld, en dat is precies waar de charme zit.
Wat deze plaat zo bijzonder maakt is hoe eerlijk het allemaal aanvoelt. Op nummers als ‘Courtney Chimes In’ hoor je fragmenten van Courtney Love die het publiek toespreekt, terwijl ‘Billy Seoul Crowd’ een moment vastlegt met Billy Corgan voor een uitzinnige menigte in Seoel. Daartussendoor zit Auf der Maur zelf gewoon te kletsen over welke bas ze die avond gaat spelen, of loopt ze ergens buiten terwijl ze een soort mantra herhaalt. Het voelt alsof je stiekem meeloopt met haar dagboek uit een tijd waarin niemand nog constant een telefoon in zijn hand had.
De demo’s zelf zijn ruw en onaf, precies zoals je zou verwachten van opnames die dertig jaar op de plank hebben gelegen. Er zit een nummer bij over lichaamsdelen die pijn doen, gezongen met alleen een akoestische gitaar, en op een ander moment loopt een dagboekfragment over in stukjes van Richard Nixon die de Apollo 11 astronauten belt. Het is bijna absurd hoe deze twee werelden, het persoonlijke en het historische, gewoon naast elkaar mogen bestaan zonder dat het geforceerd voelt.
Dit is geen plaat die je even snel op de achtergrond zet tijdens het koken. Het vraagt aandacht, en beloont die aandacht met iets dat je nergens anders hoort. Auf der Maur had er ook voor kunnen kiezen om deze opnames simpelweg te poetsen en als een soort nostalgietrip te verkopen, maar in plaats daarvan laat ze het rauw en breekbaar, precies zoals het ooit was opgenomen. Het resultaat is minder een plaat om op te dansen en meer een document van een tijd en een leven, gemaakt door iemand die letterlijk backstage stond bij twee van de belangrijkste bands van die generatie. (7/10) (Envision Records)
