Toen Cardinal Black het podium betrad als voorprogramma, hing het grote doek met daarop in niet te missen letters Alter Bridge al klaar. Het maakte de band enigszins anoniem; alleen de naam op de meegebrachte Hammondorgel verraadde wie er op het podium stond.
Samen met de warme, krachtige stem van Tom Hollister – een stem waar je figuurlijk tegenaan kunt leunen – vormde dat orgel de hoeksteen van de band. Met hun melodieuze rock (MOR) voorzien van een rauw randje brachten ze de nummers ogenschijnlijk moeiteloos. Uptempo songs, gelardeerd met de onvermijdelijke “oooh oooh’s” en “hey hey’s”, zorgden voor een aangename sfeer. Toch kwam de ware kracht van Cardinal Black pas naar voren toen de nummers meer ruimte kregen om uit te waaieren. Een smakelijke appetizer, die qua geluid en intensiteit echter aan de andere kant van het muzikale spectrum lag dan wat daarna volgde.
Met de opkomst van Alter Bridge schiet de energie direct omhoog. Zodra zanger en gitarist Myles Kennedy de eerste noten aansloeg, was duidelijk dat het publiek met een band te maken had die ready for business is. Toen ‘Silent Divide’ werd ingezet, stond de band meteen op scherp en was ook het publiek volledig aangehaakt.
Waar sommige zangers gedurende een optreden nog op stoom moeten komen, stond Kennedy’s stem vanaf de eerste inzet als een huis. Hetzelfde gold voor de rest van de band. Gitarist Mark Tremonti ragde, hakte en streelde de hals van zijn gitaar waar nodig. Hij hoefde niet onnodig de stergitarist uit te hangen – hoewel hij dat zonder twijfel was – en gunde Kennedy alle ruimte om eveneens te schitteren. Ook het pompende, stuwende en tegelijkertijd melodieuze basspel van Brian Marshall gaf live-uitvoeringen als ‘Addicted to Pain’ precies de juiste drive.
Het kloppend hart van de band bevond zich grotendeels verscholen achter zijn drumstel. Scott Phillips was een ware mastodont achter de kit en bewees met zijn weergaloze spel opnieuw waarom hij tot de beste drummers binnen het genre behoort.
Waar Alter Bridge op het laatste titelloze album het geluid soms iets té dichtgesmeerd liet klinken, kwam dat live juist volledig tot zijn recht. Er ontstond een indrukwekkende wall of sound, waardoor je je eerder in een stadionconcert waande dan in de grote zaal van 013. Het mag gezegd worden: de akoestiek van de zaal deed het geluid uitstekend recht. Ondanks de bombast bleef alles goed te onderscheiden en verdween Kennedy’s zang nergens in een ondoorzichtige geluidsbrij. ‘Cry of Achilles’ was daar een prachtig voorbeeld van; live kreeg het nummer nog meer kracht en dynamiek mee.
Ook was er ruimte voor het nieuwe nummer ‘Disregarded’. Het verkende geen compleet nieuwe muzikale wegen, maar dat pretendeerde Alter Bridge ook helemaal niet. De kracht van de band zat juist in het schrijven van grootse rocksongs die met enorm veel vakmanschap, overtuiging en passie werden gebracht.
Eén van de absolute hoogtepunten van de avond was zonder twijfel ‘Open Your Eyes’. Kennedy ontpopte zich als een volleerde publieksmenner en betrok de zaal voortdurend bij het optreden. Veel moeite hoefde hij daar niet voor te doen; het publiek liet zich geen tweede keer uitnodigen.
Met ‘Isolation’ als afsluitende toegift was de boodschap glashelder: Alter Bridge behoort momenteel tot de beste livebands binnen het rock- en metalgenre. De combinatie van zware riffs, pakkende melodieën en een indrukwekkende live-uitvoering maakt de band simpelweg onweerstaanbaar. Festivals doen er goed aan om Alter Bridge volgend jaar als een van de grote namen op hun affiche te zetten.
De (voormalige) leden van Creed maakten destijds een gouden keuze door samen met Myles Kennedy een nieuwe weg in te slaan. Daarmee groeide de band uit van een solide rockformatie tot een act met een geluid waar je eenvoudigweg niet omheen kunt. Veni, vidi, vici. Alter Bridge veroverde 013 met overmacht.
