Er zijn artiesten die hun debuutalbum voornamelijk vullen met wat ze al eerder bewezen hebben, en er zijn artiesten die de kans grijpen om iets echters te laten zien. Myles Smith probeert beide tegelijk. De 26-jarige singer-songwriter uit Luton brak in 2024 door met ‘Stargazing’, een aanstekelijke folk-popnummer dat uiteindelijk uitgroeide tot de grootste Britse single van dat jaar. Daarna volgden ‘Nice to Meet You’ en ‘Gold’, en voor je het wist stond Smith op Glastonbury, ontving hij een Ivor Novello Award en mocht hij optreden als support bij Ed Sheerans stadiontour. De verwachtingen voor zijn debuutplaat waren dan ook navenant. ‘My Mess, My Heart, My Life’ moet de man achter de hits laten zien, en dat lukt, maar niet altijd op de manier die Smith misschien voor ogen had.
Het album begint veelbelovend. Openingstrack ‘My Mess’ legt meteen de toon bloot: persoonlijk, soms pijnlijk en een stuk kwetsbaarder dan de vrolijkheid van ‘Stargazing’ ooit deed vermoeden. Smith schrijft openhartig over een gebroken gezin en jeugdtrauma, en het werkt juist omdat hij het niet opleukt. Dat is moedige keuze voor een artiest wiens publiek hem hoofdzakelijk kent van vrolijke festivalbangers. ‘Hold Me in the Dark’ bouwt voort op die ingeslagen weg, een melancholisch nummer dat bewijst dat Smith het beste klinkt als hij iets op het spel zet.
Het probleem is dat niet het hele album dit niveau weet vast te houden. Zodra Smith terugkeert naar de vertrouwde folk-popmodus, bekruipt het gevoel dat je dit al ergens gehoord hebt. ‘Stargazing’ en ‘Nice to Meet You’ zijn nog steeds goede nummers, maar op een debuutalbum dat ook diepere lagen wil blootleggen, voelen ze toch vooral als plaatshouders. ‘Drive Safe’, zijn duet met Niall Horan, is prettig maar vrijblijvend. En ‘Stay (If You Wanna Dance)’ is precies het soort dansbare confectie dat prima op de radio past, maar weinig toevoegt aan het verhaal dat Smith hier probeert te vertellen.
Het is de eternal frustratie met dit soort artiesten: de singles zijn ontworpen voor grote zalen en herkenning, maar de beste momenten zitten in de stillere, persoonlijkere nummers zoals ‘Grandma’s Place’ en ‘Sertraline’. Die laatste, over mentale gezondheid en medicatie, is het bewijs dat Smith als songwriter oprecht iets te zeggen heeft. Jammer genoeg omringen deze sterkere tracks teveel opgepompt stadiongeluid dat eerder doet denken aan een amalgaam van Mumford & Sons, Coldplay en Ed Sheeran dan aan een eigen geluid.
‘My Mess, My Heart, My Life’ is een debut dat halfweg zijn eigen aantrekkingskracht ondermijnt. De helft van dit album is een portret van een artiest die meer durft dan zijn publiek misschien verwacht. De andere helft is het product van iemand die weet hoe radiohits werken en die formule niet helemaal loslaat. Smith heeft het talent om iets bijzonders te maken. Of hij het ook wil, zal de volgende plaat moeten uitwijzen. (6/10) (It’s Okay to Feel / Sony)
