Amy Shark heeft in de afgelopen tien jaar een carrière opgebouwd op precies één handelsmerk: de grote, dramatische uithaal. Van ‘Adore’ tot ‘I Said Hi’, de Australische zangeres wist telkens een refrein te schrijven dat als een oplopende golf over je heen kwam. Op ‘Soft Pop’, haar vierde studioalbum, gooit ze dat recept grotendeels overboord. Geen internationale songwriterssessies dit keer, geen bombastische producties, maar dertig dagen alleen opgesloten in haar eigen appartement, gevolgd door opnames in een omgebouwde kerk in het Welshe Barry samen met vaste producer Dann Hume.
Dat die aanpak een ander album oplevert, staat buiten kijf. Wat minder zeker is, is of dat andere album ook een beter album is. Opener en eerste single ‘The Biggest Dick’ zet meteen de toon met een bijna kinderlijk aftelrijmpje als refrein, gebouwd rond de regel “Five, six, pick up sticks, fell in love with the biggest dick”. Het is precies het soort ironische, ietwat quirky schrijfstijl die je tegenwoordig bij veel jonge singer-songwriters hoort, en het wringt een beetje dat Shark, die inmiddels ruim tien jaar meedraait, die stijl nu ook oppikt in plaats van zelf te sturen.
Sterker werk levert ze af op ‘Child of Divorce’ en ‘Our Last Fight’, twee nummers die de kwetsbaarheid tonen waar ze naar eigen zeggen naar op zoek was. Zonder de dramatische opbouw van haar oudere werk moet de emotie hier puur uit de tekst en de melodie komen, en dat lukt op deze twee nummers overtuigend. ‘Ruins’ voegt daar een meer ingetogen, akoestische kant aan toe, terwijl ‘Movies’ laat horen dat Shark ook zonder studiovernuft een goed opgebouwd nummer kan schrijven.
Toch is de balans van het album wisselvallig. Waar de stripped-down aanpak op de betere nummers voor eerlijkheid zorgt, voelt het op andere momenten simpelweg onaf, alsof een idee dat in een volle productie tot bloei had kunnen komen, hier op karakter alleen moet overleven. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij ‘Like a Doll’ en ‘Hotel Towers’, nummers die prima in orde zijn maar weinig achterlaten na een eerste luisterbeurt.
Het sterkste argument voor ‘Soft Pop’ is de consistentie in toon: geen gastoptredens, geen co-writers, geen drums zelfs, gewoon Amy Shark alleen met haar gitaar en Dann Hume aan de knoppen. Dat maakt het een coherent album, maar coherentie is niet hetzelfde als een verzameling sterke nummers. Voor fans die van haar grotere, meer bombastische werk houden, kan dit een teleurstelling zijn, terwijl luisteraars die juist honkvast singer-songwriterwerk zoeken hier wel hun gading vinden.
‘Soft Pop’ toont een artieste die bewust haar comfortzone verlaat, en dat verdient waardering, ook al is het resultaat niet doorlopend even sterk als de beste momenten doen vermoeden. (7/10) (Wonderlick / Sony Music)
