Soms duikt er een album op dat jarenlang verborgen is gebleven, niet omdat het onaf was, maar omdat de omstandigheden anders liepen. Dat is precies het verhaal van ‘Castle Park’, het verloren gewaande soloalbum van Graham Coxon. De Blur-gitarist nam de plaat in 2011 op tijdens dezelfde sessies die uiteindelijk leidden tot ‘A+E’. Terwijl dat album in 2012 verscheen, verdwenen de overige nummers in de archieven toen Blur opnieuw actief werd. Vijftien jaar later krijgen deze opnamen alsnog een officiële release.
Wie verwacht dat ‘Castle Park’ klinkt als een verzameling restmateriaal, komt bedrogen uit. De tien nummers vormen een opvallend samenhangend geheel dat een andere kant van Coxon laat horen dan het vaak ruigere ‘A+E’. Waar dat album draaide om hoekige baslijnen en experiment, kiest hij hier voor melodie, mod-invloeden en een liefde voor klassieke Britse popsongs.
Openingsnummer ‘Billy Says’ laat direct horen waarom fans al jaren vroegen om een studioversie. Het nummer heeft een losse, natuurlijke energie en een melodie die zich moeiteloos vastzet. De invloed van The Kinks en The Jam is hoorbaar, zonder dat Coxon zijn eigen identiteit verliest. Ook ‘Alright’ sluit daarbij aan, met een aanstekelijke lichtheid die sterk contrasteert met het meer nerveuze werk dat hij elders in zijn carrière maakte.
Het album krijgt meer diepgang met nummers als ‘Isn’t It Funny’ en ‘There’s a Little House’. Hier toont Coxon zich een observator die kleine emoties en dagelijkse momenten weet om te zetten in liedjes die direct en herkenbaar aanvoelen. De arrangementen blijven bewust compact, waardoor de nadruk volledig op de composities ligt. Juist dat maakt deze nummers zo effectief.
Halverwege brengt ‘Easy’ wat extra lucht in het geheel, terwijl ‘Dripping Soul’ een iets rijkere klankkleur toevoegt zonder het sobere karakter van de plaat los te laten. Opvallend is hoe ontspannen Coxon klinkt. Er is nergens sprake van bewijsdrang. De nummers mogen simpelweg bestaan op basis van hun kwaliteit.
Een bijzonder moment vormt ‘Mélodie pour Christine’, het enige instrumentale stuk op het album. Het werkt als een rustpunt tussen de liedjes en onderstreept Coxons gevoel voor sfeer en melodie. Vervolgens sluit ‘All The Rage’ het album af met een meer bedachtzame toon. Het is een passend einde voor een plaat die vooral draait om vakmanschap en liedjes die niet afhankelijk zijn van trends of grote gebaren.
Misschien is dat wel de grootste verrassing van ‘Castle Park’. Hoewel de opnamen vijftien jaar oud zijn, klinkt het album nergens gedateerd. De mod- en jarenzestiginvloeden geven de muziek juist een tijdloos karakter. Wat ooit bedoeld was als opvolger van ‘A+E’ blijkt nu een waardevolle aanvulling op Coxons solocatalogus. Niet als historische curiositeit, maar als een sterke verzameling songs die eindelijk de aandacht krijgt die ze altijd al verdiende. (8/10) (Transgressive)
