Er zijn albums die ontstaan uit inspiratie, en er zijn albums die ontstaan uit noodzaak. ‘Maldita’, het nieuwe werk van de Chileens-Amerikaanse singer-songwriter Francisca Valenzuela, behoort onmiskenbaar tot de tweede categorie. Valenzuela, die al sinds haar doorbraak met ‘Muérdete La Lengua’ in 2007 wordt geroemd als een van de meest eigenzinnige stemmen binnen de Latijns-Amerikaanse popmuziek, had naar eigen zeggen oorspronkelijk iets veel glossier voor ogen. Een plaat vol clichés van de sterrendom, zoals ze het zelf omschrijft. Maar de komst van haar zoon gooide die plannen volledig overhoop, en wat overblijft is een album dat rauwer, donkerder en persoonlijker is dan alles wat ze eerder maakte.
De titel zelf is veelzeggend. ‘Maldita’ verwijst naar het etiket dat vrouwen krijgen opgeplakt zodra ze weigeren te zwijgen over de minder fraaie kanten van het moederschap. Valenzuela weigert die romantisering, en durft het isolement, de uitputting en de woede te benoemen die vaak verzwegen blijven onder de sociale verwachtingen rond een pasgeboren kind. Op ‘Bugambilia’, het eerste voorproefje van de plaat, vangt ze dat dieptepunt van de kraamtijd op indringende wijze, als een vrouw die zich op de bodem van haar eigen bestaan bevindt en enkel nog verlossing zoekt, hoe destructief die vlam ook mag zijn. Op ‘Extracción’ en ‘Debería Tomar Más Agua’ confronteert ze op vergelijkbare wijze het geïdealiseerde beeld van borstvoeding met haar eigen, veel wrangere ervaring.
Muzikaal kiest Valenzuela voor een donkere, rauwe electro-pop, een duidelijke breuk met de meer gepolijste popambities die ze voor de bevalling nog koesterde. Op ‘Malacara’ verschuift de toon van de kwetsbaarheid van het postpartum naar iets scherpers, een confrontatie met de verwachting dat vrouwen zich braaf en gedwee moeten opstellen. ‘SOS’ functioneert bijna als een versterkte innerlijke monoloog, waarin ambitie, schuld en de behoefte aan goedkeuring zonder enige hiërarchie naast elkaar bestaan, gedragen door een piano die als een nerveuze wandeling aanvoelt en strijkers die de ruimte tot bijna claustrofobische hoogte opjagen.
Wat ‘Maldita’ onderscheidt van veel hedendaagse platen over moederschap is de weigering om conclusies te trekken. Valenzuela biedt geen opgeruimde catharsis, geen keurig ingepakte boodschap van herstel. In plaats daarvan laat ze de ongemakkelijke vragen open, en durft ze zichzelf evenzeer bloot te leggen als het systeem dat ze bekritiseert. Dat maakt het album tot iets dat verder reikt dan haar eigen ervaring, en aansluit bij een bredere, groeiende conversatie in Latijns-Amerika over zorg en reproductieve autonomie.
Met ‘Maldita’ bevestigt Francisca Valenzuela dat ze na bijna twee decennia carrière nog altijd bereid is haar kwetsbaarste zelf te tonen, en dat maakt dit haar meest doorleefde en indrukwekkende album tot nu toe. (8/10) (Frantastic Records)
