Met meer dan 15 miljoen verkochte singles en albums en ruim 500 weken in de Britse hitlijsten behoort Wet Wet Wet tot de succesvolste popbands aller tijden. De Schotse groep werd groot met een mix van pop en soul, vaak omschreven als blue-eyed soul, en bouwde in de loop der jaren een reeks grote hits op, waaronder ‘Wishing I Was Lucky’, ‘Angel Eyes (Home And Away)’, ‘Goodnight Girl’ en ‘Love Is All Around’.

Zaterdagavond in het Muziekgebouw Eindhoven was bij binnenkomst al duidelijk dat de zaal niet uitverkocht was. Die lege plekken werden opgevangen met statafels in de zaal, wat de setting informeler maakte, maar ook meteen zorgde voor een vlakke en weinig gespannen sfeer. Het publiek zat er wel, maar de echte concertenergie bleef in het begin uit.

Het concert begon met ‘Sweet Little Mystery’, waarin de blazers direct opvielen als volle laag in de sound. Daarna volgden ‘East of the River’ en ‘If I Never See You Again’, waarbij vooral gitarist Graeme Duffin constant aanwezig was. Hij wisselde veel van gitaren, speelde met zichtbaar meer energie dan de rest en leek als enige vanaf het begin echt in de avond te zitten.
Met ‘Temptation’ en daarna ‘Somewhere Somehow’ en ‘Angel Eyes (Home And Away)’ bleef het beeld grotendeels hetzelfde. Graeme Clark nam het publiek kort mee in het Nederlands, op een losse en niet perfect uitgesproken manier, wat goed werd ontvangen. Het voelde niet ingestudeerd, maar eerder als een spontane poging tot contact. Bij ‘Angel Eyes (Home And Away)’ werd het publiek gevraagd om gsm-lichtjes en kreeg iemand uit de zaal een korte meezingzin met Kevin Simm, wat even voor interactie zorgde zonder dat het de toon echt veranderde.

Daarna volgden ‘Blue for You’, ‘Hold Back the River’, ‘Sweet Surrender’ en ‘If I Don’t Have Luv’, maar het geheel bleef lang hangen in een beheerste en wat afstandelijke uitvoering. De blue-eyed soul van de band kwam vooral technisch naar voren, maar miste spanning en overtuiging. Het bleef keurig gespeeld, maar zelden echt levend.

Met ‘Goodnight Girl’ en ‘Just a Little’ kwam er iets meer herkenning in de zaal, al bleef het nog relatief ingetogen. ‘With a Little Help From My Friends’ en ‘The Chain’ werden degelijk uitgevoerd als covers, zonder dat ze echt loskwamen. Ook ‘Julia Says’ bleef aanvankelijk nog in dezelfde lijn, al werd hier voor het eerst duidelijk dat het publiek actiever begon te reageren, zeker toen Simm het einde van het nummer verweef met een stukje “La La La Lalalala” van ‘Hey Jude’ van The Beatles.

Pas richting het slot veranderde het beeld echt. ‘Lip Service’ en ‘Don’t Want to Forgive Me Now’ trokken het tempo iets omhoog, waarna ‘Wishing I Was Lucky’ eindelijk meer energie in de zaal bracht. Vanaf dat moment begon het publiek ook meer mee te klappen en te zingen, waardoor de sfeer langzaam kantelde.

De afsluiter ‘Love Is All Around’ zorgde uiteindelijk voor de meeste herkenning en beweging in de zaal. Daar kwam het concert het dichtst bij de emotie en het collectieve gevoel waarvoor de band bekendstaat. Graeme Clark kwam daarbij volledig los en begon stevig te slappen, wat de muziek meer drive gaf. De blazers met Jimmy Anderson op saxofoon en Matt Holland op trompet bleken gedurende de hele avond een sterke en consistente toevoeging.

Ondanks de opleving in het laatste deel bleef het gevoel hangen dat het grootste deel van de avond zich in een te beheersbare modus afspeelde. Het was degelijk en professioneel, maar te vaak zonder vuur. Daardoor bleef het beeld uiteindelijk vooral: Mat Mat Mat, met pas in de finale de echte Wet Wet Wet-glans die kort terugkeerde.
Foto’s (c) Perrin Oubrie
