Het optreden van Jason Isbell & The 400 Unit in 013 Tilburg was de eerste van slechts twee Nederlandse shows die hij dat jaar gaf. Geen voorprogramma, maar simpelweg een ‘Evening with Jason Isbell and The 400 Unit’. Het was mooi om te zien dat een artiest die in de mainstream relatief onbekend is en niet kon terugvallen op grote hits, toch een trouwe schare liefhebbers wist te verzamelen. De grote zaal van 013 was dan ook goed gevuld.
Voordat de show begon, klonk via de speakers een Amerikaanse aankondiging waarin het publiek werd verzocht geen foto’s of video’s te maken en mobiele telefoons op stil te zetten, of liever nog diep in de broekzak weg te stoppen, om volledig van de muziek te kunnen genieten. Daar viel veel voor te zeggen; bij veel concerten wordt het zicht op het podium immers regelmatig belemmerd door omhooggehouden telefoons. Opmerkelijk genoeg hield het overgrote deel van het publiek zich keurig aan dit verzoek.
Even later verscheen Isbell op het podium met zijn vijfkoppige 400 Unit. Met twee drummers, waarvan één afwisselend ook gitaar speelde, een relatief nieuwe bassiste uit Adelaide (Australië), een gitarist en een toetsenist, stond er een sterke en veelzijdige bezetting klaar. Het geheel oogde direct als een hechte band met een vol geluid.
Tijdens het eerste nummer liep Isbell langs alle bandleden, als een ploegbaas die even bij zijn werknemers incheckte. Het was een klein, maar veelzeggend moment.
De muziek van Isbell wordt vooral gewaardeerd vanwege zijn sterke songs en herkenbare verhalen. Hij bezingt alledaagse Amerikaanse levens, met personages die vroegtijdig van school gingen omdat ze hun draai niet konden vinden, of worstelen met vaders die afwezig waren of te vaak naar de fles grepen. De kracht van zijn muziek schuikt in dat verhalende aspect.
In de openingsfase van het concert volgden meerdere van die verhalen elkaar in hoog tempo op. Tegelijkertijd werd dan ook duidelijk dat de verschillen tussen sommige nummers beperkt waren, waardoor een zekere eenvormigheid op de loer lag. De afwisseling kwam vooral van nummers met meer tempo en uitgesponnen solo’s, die voor extra dynamiek zorgden. Hoewel iedere solo door een deel van het publiek werd begroet alsof de Heilige Graal zojuist was gevonden, wat soms wat overdreven overkwam, droegen ze wel bij aan het gevoel dat dit een echte liveshow was en niet slechts een één-op-één vertaling van album naar podium.
Het waren bovendien de momenten waarop het publiek zichtbaar opleefde. Hoofden begonnen mee te knikken, terwijl over het algemeen vooral de heupen zachtjes meebewogen op de muziek. Het wekte de indruk dat Isbells muziek zich misschien nog beter leende voor een grote theaterzaal, waar het publiek comfortabel kon blijven zitten en zich volledig op de verhalen kon concentreren.
Het eerste deel van het optreden had daardoor enige tijd nodig om echt op gang te komen. Wanneer Isbell vervolgens zijn verleden bij Drive-By Truckers aanhaalde en ‘Declaration Day’ inzette, verschenen er meer schuurkorrels in het geluid. Het optreden kreeg meer urgentie, dynamiek en kracht.
Isbell is geen uitgesproken charismatische frontman, maar wel een uiterst gedegen muzikant. Hij kent zijn instrument door en door, schrijft sterke songs en straalde een vanzelfsprekende professionaliteit uit. Hoewel het optreden enige tijd nodig had om echt op stoom te komen, bewees hij uiteindelijk waarom hij al jaren kon rekenen op een trouwe schare liefhebbers. Die kregen in 013 precies waarvoor ze kwamen: vakmanschap, sterke verhalen en een band die de nummers live extra kleur gaf.
