Met ‘Rachmaninoff: The Bells & Symphonic Dances’ (Pentatone, 2026) zet Karina Canellakis met het Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor twee van Rachmaninovs laatste grote werken naast elkaar, in degelijke uitvoeringen die vooral om hun historische gewicht de moeite waard zijn.
Canellakis werd in 2022 chef-dirigent van het Hilversumse orkest en bouwt sindsdien aan een opnamerelatie met Pentatone, na een Grammy-genomineerde Bartók uit 2023. Nu dus Rachmaninov, en de combinatie is goed gekozen. ‘The Bells’ uit 1913, een koorsymfonie naar Edgar Allan Poe in de Russische bewerking van Konstantin Balmont, staat tegenover de ‘Symfonische Dansen’ uit 1940, het laatste dat de componist ooit voltooide. Tussen beide werken ligt een revolutie, een emigratie en een heel mensenleven, en dat hoor je. In de vroege ‘The Bells’ klinkt de Russische ziel nog volop door, breed en zwaar van klank, terwijl het late, in Amerika geschreven werk merkbaar eigenzinniger en kariger is. Logisch, gezien de weg die ertussen ligt.
Dat dit soort werk weer wordt opgenomen, is winst. Het zijn inmiddels rechtenvrije stukken, oud genoeg om publiek bezit te zijn, en juist daarom verdienen ze het om telkens opnieuw te worden gehoord. Een mens kan nooit te veel Rachmaninov horen.
In ‘The Bells’ doen tenor Dmytro Popov, sopraan Kristina Mkhitaryan en bas Alexander Vinogradov keurig wat er van ze wordt gevraagd, en het koor zingt helder. Vinogradov zakt mooi weg in de loodzware slotklok. De “Symfonische Dansen” hebben ritmische scherpte en een finale die met het Dies Irae knalt zoals het hoort.
Het probleem zit in de opname zelf. De uitvoeringen zijn adequaat, maar de productie blijft achter. Met de techniek van vandaag had dit veel sprekender gekund, meer ruimte, meer diepte, meer reliëf tussen koor en orkest. Nu klinkt het correct waar het had kunnen schitteren, en dat is een gemiste kans. Niemand maakt fouten, maar niemand neemt ook echt risico, en bij muziek van dit kaliber blijft dat onbevredigend.
Wat overblijft, is een opname die je vooral aanschaft om het werk, niet om de interpretatie. Het historische belang van deze twee partituren is groot genoeg om elke nieuwe lezing te verwelkomen, ook deze degelijke. Maar wie de uitvoering hoort die Rachmaninov verdient, blijft nog even op zoek. (7/10) (Pentatone)
