Op 17 april 2026 bracht de Amerikaanse indierockband Teen Suicide zijn zevende plaat ‘Nude descending staircase headless’ uit via Run For Cover Records. Het is de eerste volwaardige studio-opname in de carrière van Sam Ray en Kitty Ray, een mijlpaal voor een band die veertien jaar lang functioneerde vanuit slaapkamers, cassetterecorders en zelfbeheerde setups. Dat verandert nu. Producer Mike Sapone, bekend van zijn werk met Taking Back Sunday en Oso Oso, trok ze mee naar Barbershop Studios in New Jersey en Ghost Hit Recordings in Massachusetts, en het resultaat klinkt als een klok. Dit is de grootste verdienste van de plaat: hoe Sapone een band met in essentie overbekend materiaal toch zo vol en overtuigend laat klinken dat je niet anders kan dan meegaan.
Oorspronkelijk uit Baltimore, opgezet in 2010 als soloproject van Sam Ray, groeide Teen Suicide uit tot een cultnaam in de Amerikaanse lo-fi indie rock. Kitty Ray schoof in 2017 aan, in 2022 werd drummer Niko Wood permanent lid en werd het project voltijds werk. Tussendoor kwam er onverwacht mainstreamzuurstof: hun vorige plaat ‘honeybee table at the butterfly feast’ uit 2022 leverde via TikTok een kleine doorbraak op met het nummer ‘you were my star’. Dat nummer bracht vooral Gen Z-luisteraars bij de band, een publiek dat nu voor het eerst een echte studioplaat van Teen Suicide in handen krijgt. De titel verwijst naar Marcel Duchamps ‘Nude Descending a Staircase, No. 2’ uit 1912, het kubistische schilderij dat beweging vatte in meerdere stadia tegelijk. Die Metafoor passt. Teen Suicide versplintert zichzelf op deze plaat in gelaagdheden die op eerdere opnames oplossen in tapehiss. Opener ‘Anhedonia’ begint fluisterend, bijna schuchter, totdat in de tweede helft een muur van feedback opdoemt die pas in de slotseconden het nummer volledig overneemt. ‘Idiot’ slaat daarna toe met een stampende riff, snauwende zang van Sam Ray en het refrein “Even though a part of me has died, I still want to try”. Perfecte toegangspoort.
Maar het is ‘Suffering (Mike’s Way)’ dat de productieprestatie van deze plaat in één nummer samenbalt. De titel is een knipoog naar Sapone zelf, en de producer maakt het waar: de vrolijke chaos die door het nummer heen beweegt, de manier waarop de ruis precies genoeg wordt teruggeschroefd om de melodie ruimte te geven zonder dat het aangeharkt raakt, dat alles wekt bijna vanzelf sympathie op. Je blijft niet luisteren omdat het vernieuwend is. Je blijft luisteren omdat het klopt. Iets soortgelijks gebeurt op ‘The Knives’, wellicht het volwassenste nummer op de plaat. Minder onstuimig dan de rest, beheerster, maar juist daardoor tilt het album op en geeft het een reden om door te blijven gaan waar het elders dreigt te versmelten. Opnieuw is het de productie die hier het verschil maakt: dat Teen Suicide zo volwassen kan klinken met dit type materiaal is een compliment aan Sapone zoveel als aan de band.
De krachtigste passages komen verder vooral wanneer Kitty Ray het stuur overneemt. Op ‘Candy / Squeeze’ en ‘Keeping Her Keys’ schreeuwt ze met riot grrrl-woede door de productie heen. Op ‘Spiders’ en ‘Hypnotic poison’ gaat ze de andere kant op: zwevende reverb, elektronische drumbeats, koele warmte. ‘Kindnesses’ legt een akoestische gitaar tegenover een zwaar geflangede elektrische gitaar, een contrast dat bijna iets van The Microphones heeft. En ‘Not Born to Run’ is wat de titel suggereert: geen Springsteen-affirmatie maar een zachte ontkenning ervan, een melancholisch bericht aan zichzelf. Weinig op deze plaat is werkelijk nieuw. De formule, lo-fi indie rock naar de studio vertalen met gecontroleerde ruis, post-hardcore-dynamiek en de nodige dosis melancholie, is in de afgelopen decennia vaker en in sommige gevallen overtuigender ingevuld, van Pixies en Sonic Youth tot The Microphones en Cloud Nothings. Dit is geen hogeschoolwerk. Maar in de eeuwige circle of life komt ook deze ronde weer voorbij, en voor de Gen Z-luisteraars die via TikTok op Teen Suicide stuitten, voelt dit als nieuw terrein. Soms is dat genoeg, zeker als het zo goed gemaakt is als hier.
Teen Suicide plaatst zichzelf met ‘Nude descending staircase headless’ in de traditie van bands die de overstap van bedroom naar studio benutten om hun eigenaardigheden te vergroten in plaats van ze glad te slijpen. De sprong doet denken aan de beweging die Pixies maakten tussen ‘Surfer Rosa’ en ‘Doolittle’, of aan de manier waarop Sonic Youth zich op ‘Daydream Nation’ in de breedte ontvouwde. Vergelijkbare impact valt hier natuurlijk niet te garanderen en dat hoeft ook niet. Wat overeind staat is een band die zichzelf serieus neemt zonder zich te overschatten, en die met Mike Sapone eindelijk de productionele slagkracht vindt om te klinken zoals Sam en Kitty Ray elkaar al jaren horen in hun eigen hoofd. (8/10) (Run For Cover Records)
