Op woensdagavond stond 013 in het teken van Alvaro Soler, die voor een uitverkochte en aandachtige zaal een show bracht waarin contact met het publiek centraal stond. Wat opviel, was de constante wisselwerking tussen podium en zaal: Soler zocht herhaaldelijk de interactie op, sprak het publiek rechtstreeks toe en verplaatste het optreden zelfs letterlijk de zaal in.
De avond kende een duidelijke afwisseling tussen uitbundige, zomerse popsongs en juist kleinere, intieme momenten waarin de nadruk lag op stem, gitaar en verhaal. Daarbij vertelde hij open over zijn achtergrond, het leven tussen verschillende landen en zijn dankbaarheid richting het publiek. Tegelijkertijd was er ook een andere kant zichtbaar: de vele praatmomenten zorgden ervoor dat de spanningsboog niet altijd even strak bleef.
Toch draaide de show vooral om beleving en verbinding. Van meeklappen bij de eerste nummers tot high fives midden in de zaal en een finale met grote publieksfavorieten, het optreden voelde als een avond waarin afstand nauwelijks bestond.
Voor een publiek van zo’n 1400 bezoekers opende hij de avond met ‘Distancia’, waarbij hij direct contact zocht met de zaal en het publiek opriep om mee te klappen. Met ‘El mismo sol’ ging het tempo al snel omhoog. De band schoof naar voren op de uitloper van het podium en het publiek werd actief meegenomen in het meezingen en meebewegen. Het voelde nadrukkelijk als een gezamenlijke start van de avond, waarbij de scheidslijn tussen podium en zaal snel vervaagde.
In het eerste deel van de set volgden ‘Regalo’, ‘Apágame’, ‘Te Imaginaba’ en ‘Candela’, waarin de show zich verder ontvouwde met een warme, bijna huiselijke uitstraling. Schemerlampen op het podium gaven het geheel een intiem karakter, terwijl de belichting subtiel meekleurde zonder de muziek te overheersen. Bij ‘Déjala que baile’ werd die sfeer doorbroken door een confettikanon, waarna Soler eerst in het Spaans en daarna in het Engels het publiek welkom heette.
Tijdens ‘La cintura’ werd de opzet kleiner en persoonlijker. Vooraan op de uitloper stond hij alleen met gitaar, begeleid door een percussioniste, terwijl de rest van de band even van het podium verdween. Hij sprak tussendoor met mensen in de zaal en zocht zichtbaar contact, wat de intimiteit van het moment versterkte. Die lijn liep door in ‘Mejor Que Yo’ en ‘Artificial’, waarbij de band weer aansloot en meerdere leden ruimte kregen voor korte solo’s, onder meer van trompet en saxofonist. Op een van die momenten riep hij het publiek op: “Laat je horen Tilburg”.
Gedurende de avond nam Alvaro Soler regelmatig de tijd om met het publiek te praten. Hij vertelde dat dit zijn meest intieme show tot nu toe was en sprak over zijn achtergrond, het opgroeien tussen verschillende landen en het reizen door Europa. Daarbij complimenteerde hij het Nederlandse publiek voor zijn open houding en nieuwsgierigheid, waarbij hij zei: “Look here, you now are at a Spanish concert!” Tussen de nummers door zorgden die praatmomenten er echter ook voor dat de vaart af en toe uit de show viel. En dat is wellicht toch wel een puntje van kritiek, samen met de wellicht ietwat onsamenhangende setlist, waarbij de vaart er te vaak uitgehaald werd.
Met ‘Buena Vida’ ontstond opnieuw direct contact met de zaal toen hij zijn telefoon pakte en een selfie-video maakte met het publiek, die live op het achterdoek werd getoond. Daarna volgden ‘Santa Alegría’ en ‘Magia’, waarin de zevenkoppige band zichtbaar plezier had en Soler regelmatig ruimte gaf voor muzikale uitstapjes.
In het middendeel van de show verplaatste het optreden zich letterlijk de zaal in. Tijdens ‘Mañana’ en ‘Lo Que Pasó, Pasó’ liep de band door het publiek achter Soler aan, waarbij hij onderweg continu high fives uitdeelde en korte woordjes wisselde met de fans. In het midden van de zaal bleef de groep staan om daar verder te spelen, wat uitmondde in een spontaan feestmoment met selfies, meezingen en directe interactie.
Daarna werd het tempo even onderbroken door een langere terugkeer naar het podium via een zijdeur, wat de flow van het concert erg vertraagde. De pauze leek meer op een pauze tussen 2 actes bij een stadionconcert waarin het decor gewisseld werd, dan op een terugkeer van de band naar het podium. Na een minuut of vijf werd met ‘Cero’ en ‘Solo Para Ti’ het laatste deel van de reguliere set ingezet, maar toen was het zonder blikken of blozen alweer voorbij.
In de toegift, die toch onvermijdelijk was, kwam de energie weer volledig terug. Met ‘El camino’, afkomstig van zijn eerste album en speciaal voor Tilburg terug op de setlist, zoals Soler aangaf, werd de band opnieuw warm onthaald. Daarna volgden de publieksfavorieten ‘La libertad’ en een uitgebreide versie van ‘Sofía’, waarbij de zaal nog één keer volledig meedeed. Hij bedankte het publiek en gaf aan nog één laatste nummer te hebben voor Tilburg. Als afsluiter speelde hij ‘Jardín de los Recuerdos’, een rustiger slotmoment, voorafgegaan door een dankwoord aan zijn lichttechnicus, met wie hij al elf jaar samenwerkt.
Het resultaat was een avond waarin Alvaro Soler voortdurend de verbinding zocht met het publiek, soms wat ten koste van het tempo, maar met veel nadruk op interactie, spontaniteit en directe beleving.
Foto’s (c) Jayno Berkhoudt

