Julia Jacklin heeft een nieuwe plaat, en ze klinkt alsof ze eindelijk de tijd heeft genomen om haar eigen huis binnen te lopen. Waar ze eerdere albums in een paar weken afraffelde, werkte ze aan ‘The Gem’ bijna een jaar, en dat hoor je. Dit is een plaat met diepte, met meer kleur dan haar vorige werk en met refreinen die blijven plakken.
Jacklin werd in 1990 geboren in de Blue Mountains in Nieuw-Zuid-Wales en woont inmiddels al tien jaar in Melbourne. Na ‘Don’t Let the Kids Win’ uit 2016 brak ze door met ‘Crushing’ in 2019, een album vol rauwe, eerlijke verhalen over liefde en grenzen. Met ‘Pre Pleasure’ uit 2022 kreeg ze het publiek dat ze verdiende. Nu belandt ze bij het Britse label 4AD en neemt ze voor het eerst een plaat op in haar eigen stad, met mensen om haar heen die ze kent. Zelfs de kapper naast de studio liep binnen om te zeggen dat de mix al beter klonk. Zo klinkt de plaat ook: warm, vertrouwd en toch scherp.
Het gaat, zoals altijd bij Jacklin, over de spanning tussen houden van en vrij willen zijn. Opener ‘Brand New’ begint met een schokkerige countrygitaar en een elektronisch randje, en meteen zit je in het verhaal van iemand die zichzelf opnieuw wil uitvinden. In ‘God Sometimes’ rammelt de ritmesectie er lekker op los, terwijl ze zingt over het omgooien van de tafel en alles opnieuw neerzetten. Het klinkt als een stoere vuist in de lucht, tot het volgende nummer, ‘If I Had the Hand of God’, laat horen dat ze zelf ook twijfelt of je een goed mens kunt zijn als je bijna altijd op tournee bent. Die eerlijkheid is precies waarom mensen van haar houden.
Dan zijn er de nummers die je meteen wilt opzetten voor een roadtrip. ‘Get Away From Me (I Think I’ll Love You Soon)’ is groot, helder en vrolijk, met een knipoog naar de jangle rock uit de jaren tachtig en het Melbourne-geluid waar ze zelf van houdt. Dat is de single waar je fans mee binnenhaalt. ‘The Hardest Thing’ gaat over het einde van een relatie en klinkt bijna orkestraal, alsof ze de hele zaal meeneemt in haar verdriet. En ‘Walk on Me’ zwelt in ruim zes minuten uit tot een broeierig stuk over een liefde die niet goed voor haar was. Dat is de Jacklin die je stil laat worden.
Toch is niet elk moment even sterk. Op tien nummers zit er een paar dat wat te lang in dezelfde stemming blijft hangen, en wie een vrolijke feestplaat verwacht, komt bedrogen uit. Het onderwerp is soms zwaar. Bij tijd en wijle neigt ze naar zelfonderzoek zonder dat er een duidelijk uitweg uit komt. Maar dat is ook de charme: ze doet niet alsof het allemaal opgelost is.
Wat overblijft is een plaat die past bij een singer-songwriter die haar plek heeft gevonden. Ze klinkt zelfverzekerd, speelser en minder bang om lelijk of onaf te klinken. ‘The Gem’ is de moeite waard voor wie van Phoebe Bridgers of Big Thief houdt, en voor iedereen die weleens heeft geworsteld met de vraag hoeveel vrijheid je eigenlijk aankunt. Zet hem hard aan en laat hem uitspelen. (8/10) (4AD)
