Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums achterblijven. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
La Roux – Old Flames
Elly Jackson is terug en ze neemt je mee naar de dansvloer met een gebroken hart. Op ‘Old Flames’ verwerkt La Roux het einde van een relatie van zeventien jaar, en dat levert pop op die meteen blijft hangen. Het is haar vierde album na bijna zeven jaar stilte, en ze schreef, produceerde en speelde alles zelf. ‘Night Vision’ is een heupwiegende popsong waar je niet stil bij kunt blijven zitten en ‘Lose Myself’ heeft een refrein dat zo in je hoofd kruipt. ‘To Make Our Love’ brengt een zonnige Balearische sfeer, terwijl ‘Final Fantasy’ zacht en kwetsbaar klinkt. Wie boos wil worden, krijgt ‘Cabin Fever’ en ‘Your Lover’ voor de voeten gegooid. Het geluid knipoogt naar Stevie Nicks en Cyndi Lauper, en dat staat haar prima. Ze klinkt volwassen, maar nog altijd speels. Er zit wel veel van hetzelfde in, want de plaat blijft in een warm, zwoel middentempo hangen. Toch werkt het, omdat Jackson van liefdesverdriet een hele reeks catchy liedjes maakt. Zet de zonnebril op, draai het volume omhoog en laat de pijn maar wegdansen. (Daniel Harris) (7/10) (Casablanca/Republic)

Darrel Treece Birch’s Atlantea – Truthsayer
Multi-instrumentalist Darrel Treece-Birch is toetsenist van de melodische rockband TEN. Zowel solo, als met Darrel Treece Birch’s Atlantea, bracht hij een aantal albums uit. De stijlen op ‘Truthsayer’ zijn onder andere melodic- en ambient rock. Dit wordt afgewisseld met of vermengd met bijvoorbeeld sferische/kalme stukken. Met deze laatstgenoemde opent het album. De toetsen zijn (in alle tracks) rijkelijk aanwezig. De (bas)gitaar en de drums krijgen voldoende ruimte. Met vlagen zijn er veel laagjes en/of details in de muziek, de melange van de verschillende stijlen is goed. Er is voldoende variatie tussen hoge en lage tonen, maar het geluid van muziek en zang is soms te dof. De teksten gaan onder andere over mythen, mysteries, en het speculatieve. Af en toe is de zang wat zoet. Door de diversiteit aan stijlen verschillen de tracks genoeg van elkaar. In bijvoorbeeld ‘Atlantis Overture’ (met zijn bijzondere wendingen) zit er een stukje hectiek in verweven. Daarnaast zijn er een groot aantal gast gitaristen en verschillende vocalisten met elk hun eigen stijl/klank. Hierdoor voelt ‘Truthsayer’ aan als een verzamelalbum. Omdat dit geen conceptalbum is, is dat niet storend. (Esther Kessel-Tamerus) (7/10) (Lion Music)

Royal Blood – Dead Company
Royal Blood gooien de deur van de repetitieruimte open en laten de storm los. Op ‘Dead Company’, hun vijfde album, kiezen Mike Kerr en Ben Thatcher voor rauwe, zelf geproduceerde riffrock zonder franje. Het titelnummer en ‘Swallow the Bomb’ denderen als een goederentrein voorbij, met een punkrandje en een vleugje Motörhead. ‘Ten Over Ten’ gaat even hard, al verdrinkt de brute buitenkant de zang soms, zoals in ‘Mother Never Told You’. ‘Ride’ houdt het tempo hoog en doet denken aan ‘You Can Be So Cruel’ van het debuut, maar dan met meer vuur. Aan het eind trekken ‘Take Em All’ en ‘The Closer’ de teugels aan en brengen donkere sfeer in het geheel. Dat werkt, want zo blijft de plaat overeind na de eerste storm. Nieuw is het allemaal niet. De band keert terug naar haar kern en dat levert vooral energie op, geen verrassingen. Wie bas en drums op volle sterkte wil horen, zit hier goed. Een stevige plaat die live nog harder zal aankomen dan op de speakers thuis. (Anton Dupont) (7/10) (Warner Records)

Skepta – The Fork and Knife
Skepta keert met ‘The Fork and Knife’ terug met zijn eerste soloalbum in zeven jaar, na ‘Ignorance Is Bliss’ uit 2019. De plaat gaat over identiteit, het leven als Britse zoon van Nigeriaanse immigranten en de prijs van succes. Muzikaal blijft hij dicht bij grime, maar hij maakt uitstapjes naar UK garage, jungle en house. ‘Innocent Smile’ met Chase & Status en Suggs gaf het voorproefje van de rave kant. ‘Cold Shower’ met Project Pat laat een trapstijl horen, terwijl ‘Aloe Vera’ naar Afro house neigt en ‘Victory Lap’ naar dubstep. Persoonlijker zijn ‘Pandora’s Box’ over roem, mentale gezondheid en verslaving en ‘Secrets of Patriarchy’, waarmee het album ook het patriarchaat aanstipt. Luisteraars zijn het niet over alles eens: ‘Chippie’ valt bij sommigen minder goed en de tweede helft is minder uitgesproken. Wel valt op dat de productie zorgvuldig is en dat niets gehaast klinkt. Skepta toont zich een vertellende rapper die zijn stijl uitbreidt zonder zijn kern los te laten. Een geslaagde terugkeer die de lange wachttijd ruimschoots rechtvaardigt, al is niet elk nummer even sterk. (William Brown) (8/10) (Big Smoke/Epic)

Alanis Morissette – Good Weather for Immaculate Conception
Alanis Morissette pakt voor het eerst uit met een kerstalbum, en dat is net zo eigenzinnig als haar titel ‘Good Weather for Immaculate Conception’ laat vermoeden. Veertien nummers, waarvan twee eigen songs: ‘To an Empath at Christmas Time’ en ‘Christmas on the Dancefloor’. De rest bestaat uit bekende kerstklassiekers, van ‘O Holy Night’ tot ‘Last Christmas’ en ‘River’ van Joni Mitchell. ‘Little Drummer Boy’ klinkt met glinsterende synths en marcherende drums verrassend fris, en de gelaagde zang geeft het iets hemels. ‘Beautiful Star of Bethlehem’ met Brandi Carlile en Steve Martin voelt als een knusse avond voor de open haard. Maar ‘Christmas on the Dancefloor’ is een discorocker die meer wil dan hij kan, hoe grappig het idee ook is. Dat is typisch voor de plaat: leuk bedacht, maar niet altijd goed uitgewerkt. Veel songs blijven netjes binnen de lijntjes van het genre. Alanis zingt gewoon als Alanis, en dat is voor fans genoeg reden om het onder de boom te leggen. Voor de rest een aardig kerstplaatje dat vooral eigen charme heeft. (Daniel Harris) (6/10) (Epiphany Music)

