Twintig jaar geleden begonnen Angus en Julia Stone met een simpele ep in de huiskamer van hun ouders in Sydney en nu staan ze alweer bij hun zevende studioalbum. Dat is niet niks voor een broer en zus die ooit gewoon met elkaar zaten te jammen en er verder niks achter zochten. Ze scoorden een nummer één album met ‘Down The Way’, wonnen vijf ARIA Awards en werkten zelfs samen met Rick Rubin. Met ‘Karaoke Bar’ schrijven ze het volgende hoofdstuk, en het is duidelijk dat deze twee nog altijd zin hebben in het avontuur.
Het album is geschreven en opgenomen op reis, in Griekenland, Frankrijk en Australië, en dat merk je. Er zit een losse, zonovergoten energie in deze plaat die je niet snel tegenkomt bij artiesten die al zo lang meelopen. De titeltrack ‘Karaoke Bar’ ontstond op het Griekse eiland Hydra, vlak bij het oude huis van Leonard Cohen, en gaat over die typisch Amerikaanse, of eigenlijk universele, gedachte dat een avond zingen met vreemden je dichter bij elkaar brengt dan wat dan ook. Het nummer bevat zelfs een knipoog naar Neil Diamond’s ‘Sweet Caroline’, en dat werkt gewoon goed, het voelt als een eerbetoon in plaats van een goedkope truc.
Verderop op de plaat zit ‘Monroe’, een nummer dat gaat over hoe mensen van buitenaf iets heel anders lijken dan wat er vanbinnen speelt, met Marilyn Monroe als het perfecte voorbeeld. ‘The Start’ heeft een vrolijker ritme en Julia’s stem klinkt hier bevrijd, alsof ze eindelijk even niet hoeft na te denken. ‘Strangely Strangely’ gaat de andere kant op, met Angus aan het roer in een rustigere, nachtelijke sfeer die je bijna kunt ruiken. En dan is er ‘Cowgirls Lover Boi’, misschien wel het gekste nummer dat deze twee ooit gemaakt hebben. Het heeft een soort Southern Gothic country groove en Angus zingt met een vervormde, bijna getekende stem die je eerder bij Gorillaz zou verwachten dan bij dit duo. Het is een gok die niet iedereen zal waarderen, maar wel eentje die laat zien dat ze niet bang zijn om buiten hun comfortzone te stappen.
Niet alles op ‘Karaoke Bar’ is even sterk. Sommige nummers in het midden van de plaat leunen zo zwaar op diezelfde dromerige, mid-tempo sfeer dat ze een beetje in elkaar overlopen, en daardoor verlies je af en toe je aandacht. Dat is jammer, want als ze het contrast opzoeken, zoals bij ‘Cowgirls Lover Boi’ of de energie van ‘The Start’, dan komt de plaat pas echt tot leven.
Toch is dit een album dat je met een goed gevoel achterlaat. Angus en Julia Stone klinken hier als twee mensen die na twintig jaar nog steeds plezier hebben in wat ze doen, en dat plezier sijpelt door elk nummer heen. Het is geen plaat die de boel op zijn kop zet, maar wel eentje die warm, eerlijk en verrassend fris aanvoelt. Als je van muziek houdt die je meeneemt naar een strand, een eiland of gewoon een avond zingen met vreemden, dan is deze plaat een aanrader. (8/10) (Virgin Music)
