Zondagavond stond Blue in een vrijwel uitverkochte 013 in Tilburg met een show die vooral draaide om herkenning, herinnering en een reeks liedjes die de band in de vroege jaren van de jaren nul een vaste plek in de popmuziek gaven. Het percentage mannen in de zaal was extreem laag en dat had natuurlijk te maken met het feit dat we te maken hadden met een van de populairste boybands van de nadagen van het jaren 90/00-boybandtijdperk.
Als support had Blue Saintclair meegenomen. Noem het gerust een ADHD-mix van hip-hop, rock en 90’s-popnostalgie in een roze jasje vol enthousiasme. Wellicht op het eerste zicht een vreemde eend op het podium, maar hoe snel Saintclair de zaal meekreeg, is een Nobelprijs waard, zeker als support act. Voor een moment leek het zelfs alsof het voltallige publiek voor de empathische Brit was gekomen, en ja, een groot deel van de ruim 2500 bezoekers in de zaal die hij opriep hem te volgen op Instagram zal er zeker gevolg aan hebben gegeven.

Rond 9 uur viel het doek en de vier leden van Blue verschenen strak in pak op de verhoogde platforms, waarna ze direct doorliepen naar de voorzijde van het podium, zonder omwegen naar het publiek toe. 4 Boys in 4 verschillende bruine vintage-lijkende pakken, ieder in zijn eigen stijl.

De opening kwam met het nieuwe ‘One Last Time’, maar de eerste echte golf van herkenning volgde al snel met ‘Fly By II’, dat door vrijwel iedereen werd meegezongen. Het decor was ook in Tilburg vrij eenvoudig gehouden met trapsgewijs verhoogde podiumdelen, een stel oude studiolampen en achterop het podium met neonverlichte letters B L U E. De opbouw bleef strak, zonder grote visuele afleiding, op een sfeervolle verlichting na. De muziek moest het doen, en dat deed ze.
Bij ‘All Rise’ werd het publiek direct aangespoord mee te klappen en werd er luid meegezongen met de oproep “When I say All, you say Rise”. De zaal reageerde direct, met veel hoorbare interactie en een duidelijke energie van herkenning. Na dit nummer volgde een korte aankondiging waarin werd stilgestaan bij het 25-jarig bestaan sinds het debuut, met een dankwoord richting het publiek voor de jarenlange steun.

‘Haven’t Found You Yet’ kwam daarna snel op gang, waarbij de muziek iets te gehaast inzette en de zang op momenten niet volledig in balans was met de muziek. Lee Ryan, die zaterdagavond in Tsjechië vanwege zijn gezondheid nog afwezig was, deed alsnog zijn best in Tilburg, maar mistte net de scherpte op een enkel moment. Slechts een enkeling die het opmerkte, want toch hield de set zijn vaart, met ‘You Make Me Wanna’ en ‘Sorry Seems to Be the Hardest Word’, de samenwerking met Elton John, als rustige tegenhanger. En juist bij die hit, waarbij Lee erg krachtig uit de bus kwam.

Met ‘Best in Me’ werd het tempo weer opgepakt, waarna een luchtiger moment volgde. De band speelde een quizgedeelte rond boybands en bracht korte fragmenten van Backstreet Boys, NSYNC en Take That. Dit leidde naar ‘Guilty’, geschreven door Gary Barlow, dat als brug diende tussen de verschillende invloeden uit die periode.
Tijdens ‘Candlelight Fades’ moest Lee Ryan kort van het podium af, wat de flow even onderbrak, maar zonder dat het optreden stilviel. Daarna volgde ‘Beautiful Spiritual’, een nummer uit de beginperiode dat pas jaren later officieel werd uitgebracht op ‘Reflections’. Hier kwam vooral de stem van Lee Ryan duidelijk naar voren in de hogere uithalen.

Voor ‘All About Us’ gaf Simon Webbe aan dat Blue zich nooit strikt aan één stijl had gehouden en nummers vooral vanuit gevoel en experiment had opgebouwd. ‘Too Close’, een cover van Next, en ‘Dance With Me’, oorspronkelijk van 112, werden strak uitgevoerd en hielden het publiek in opperste concentratie, want ondanks de hits van Blue zelf wilde het publiek maar één ding: meezingen!

Met ‘Bubblin” werd het speelser, waarbij ballonnen in het publiek werden opgeblazen en richting de mannen werden gegooid. Daarna werd ‘Flowers’, geschreven door Robbie Williams, geïntroduceerd, waarbij Duncan James en Simon Webbe aan de rand van het podium plaatsnamen. Er volgde een kort gesprek over streaming en de overgang van cassettes en cd’s naar digitale muziek, waarbij ook AI-muziek ter sprake kwam als fenomeen dat binnen hun genre nog vreemd aanvoelde.

‘The Vow’ en ‘Breathe Easy’ zorgden voor een gezamenlijk met het publiek gezongen moment, al bleef het bij ‘Breathe Easy’ vooral bij samenzang vanuit het publiek en niet volledig meegezongen door de band. Tijdens ‘If You Come Back’ werd nog eens duidelijk hoe sterk het repertoire in het collectieve geheugen zit, terwijl er ondertussen regelmatig handtekeningen werden gezet op items uit het publiek.
In het slotgedeelte werden ‘The Day the Earth Stood Still’ en ‘One Love’ meegezongen door de gehele zaal en die volledig meedanste. ‘Curtain Falls’ vormde uiteindelijk de afsluiting, waarbij natuurlijk de muzikale verwijzingen naar ‘Pastime Paradise’ van Stevie Wonder en een onverwachte rap- en drum-and-bassaanpak vanuit Simon Webbe de versie wat meer richting Coolio’s ‘Gangsta’s Paradise’ trok.

Het optreden in 013 bleef met alle genrewisselingen toch dicht bij het eigen repertoire en de periode waarin Blue zijn grootste successen kende, met enkele uitstapjes en nieuwe toevoegingen die het geheel een actuele rand gaven zonder het oorspronkelijke karakter te verliezen. Waar de 90s’ van de Backstreet Boys, New Kids on the Block en Take That waren, bewees Blue dat de 00’s van hen waren.
Foto’s (c) Stefanie Portegies

