Zaterdagavond speelde het Avishai Cohen Quintet in Le Forum, in het kader van de 35ste editie van het Uhoda Jazz à Liège-festival. Het werd een bijna woordeloze avond. Cohen, die zijn publiek anders graag toespreekt, hield het bij twee korte introducties van zijn muzikanten en één mededeling vóór de toegift: het hele programma kwam van zijn nog te verschijnen album ‘Eternal Child’. Voor de rest sprak alleen de muziek. En die had veel te zeggen.
In zijn 35ste editie verspreidt Uhoda Jazz à Liège zich dit jaar over acht locaties in het centrum: Le Forum, Le Trocadéro, Le Reflektor, La Cité Miroir, de zaal van het Orchestre Philharmonique Royal de Liège, Hôtel de Clercx, Brasserie Sauvenière en Régina Club. Vier dagen, een dertigtal artiesten, namen als Ibrahim Maalouf, Selah Sue, Joshua Redman, Lady Blackbird en Rabih Abou-Khalil. De geografie van het festival is misschien wel zijn sterkste troef: alles ligt op loopafstand, en op een lentedag als deze zaterdag verandert het centrum van de Cité ardente in één grote openluchtfoyer. Op terrasjes stapelen de jazzliefhebbers zich op, tussen de zalen tekenen zich de olifantenpaadjes steeds duidelijker af. Wie het festival kent, herkent op zo’n dag de stille choreografie van een stad die zich tijdelijk laat omtoveren tot één grote jazzclub.
Avishai Cohen, geboren in 1970 in de noord-Israëlische kibboets Kabri, is intussen ruim drie decennia een van de meest invloedrijke contrabassisten van de hedendaagse jazz. Wie zijn werk volgt, kent vooral zijn trio-formaties. Maar in Marciac bracht hij in 2024 voor het eerst dit quintet samen, een zorgvuldig samengestelde formatie met Itay Simhovich (piano), Yonatan Voltzok (trombone), Yuval Drabkin (saxofoon) en Eviatar Slivnik (drums). Dezelfde bezetting trekt vanaf morgen voor drie avonden naar Ronnie Scott’s in Londen.
Voor wie de Maxazine-recensie van Cohens trio in het Brusselse Koninklijk Circus van maart 2025 nog vers in het geheugen heeft: daar maakte Simhovich, toen net twintig, zijn allereerste tournee. Ruim een jaar later stond hij hier al volledig zelfverzekerd te midden van een quintet, en bleek opnieuw dat Cohen een feilloos instinct heeft voor jong talent.
Le Forum was vrijwel uitverkocht. Wat opviel was de samenstelling van het publiek: geen toevallige passanten, maar liefhebbers, mensen die kwamen voor de muziek en niets anders. Daar paste de keuze van Cohen om vrijwel niet te spreken misschien bij. Hij speelde zoals hij zweeg: met overtuiging, en zonder enige neiging tot opsmuk. Na elke verbluffende solo, na elke break die het publiek dwong recht in zijn stoel te gaan zitten, brak een ovationeel applaus uit. Niet één keer per stuk, vaak meerdere keren binnen een nummer.
Cohens rol was die van de meester met zijn protégés. Hij liet zijn muzikanten schitteren en stond zichtbaar te genieten op het podium. Alleen in het openingsnummer pakte hij even de strijkstok, daarna niet meer. Hij haalde uit zijn contrabas opnieuw die toon waarvoor hij wereldwijd geroemd wordt: van celloachtig zingend tot percussief, soms in dezelfde frase. Zelf zong hij niet, op een korte scatpassage in de toegift na. De grootmeester was in zijn element, en wist het.
Zijn pianist Itay Simhovich heeft sinds zijn debuut bij Cohen, ruim een jaar geleden, duidelijk verder doorgegroeid als concertmuzikant. Mooi wa te zien hoe hij voortdurend oogcontact zocht met Cohen, alsof ze samen de hoofdrol droegen, en dat is in deze formatie ook precies hoe het werkte. Simhovich is geen spierballenpianist. Hij is een muzikant die in de Beschränkung den Meister zeigt, en die geboren lijkt te zijn met de mooiste jazzakkoorden in zijn hoofd. Naast hem stond Yonatan Voltzok, een geweldige trombonist, loepzuiver van toon en bovendien thuis in de Joodse muziektraditie die Cohen zelf zo groot heeft gemaakt. In één nummer waren onmiskenbare klezmerinvloeden te horen, en daar pakte Voltzok het feilloos op. Waar velen de trombone vooral met fanfare associëren, maakt hij er een instrument van liefdesverklaringen van. Saxofonist Yuval Drabkin wisselde de hele avond tussen sopraan- en altsax, en op beide instrumenten speelde hij op het hoogste niveau. Vooral op de alt viel zijn open toon op, met name in het hogere register. Geen schreeuwerige uithalen, geen aarzelend op de toon af kruipen; Drabkin was er meteen, vol. Bam. Buitengewoon goed.
Achter het slagwerk zat Eviatar Slivnik, en die was magistraal. Technisch extreem begaafd, en de bandleider weet dat: Slivnik kreeg veel ruimte en vulde die ook. Toch een kanttekening, voorzichtig geformuleerd. Het spel van Roni Kaspi, die eerder achter de drums zat bij Cohen, paste net iets beter bij zijn muzikale natuur. Kaspi speelde muzikaler; Slivnik is een ritmisch beest, een technisch geweldenaar. Misschien is het simpelweg de vrouwelijke energie die Kaspi meebracht. Niets van dit alles doet iets af aan Slivnik. We moeten hem vooral niet tekortdoen.
Het materiaal kwam, zo bleek pas vlak voor de toegift, integraal uit ‘Eternal Child’, het nieuwe album dat op 29 mei verschijnt op naïve/believe. Dat is een opvallende keuze, want ‘Eternal Child’ is op plaat een trio-project. Simhovich en Slivnik vormen daar samen met Cohen het kerntrio, met op enkele tracks Jeff Ballard (Cohens oude makker uit het Chick Corea-tijdperk) als tweede drummer. Wat we in Le Forum hoorden, was dus eigenlijk dat trio-album in een live uitgebreide vorm: Voltzok en Drabkin als kleur- en tegenstemmen, soms unisono, soms als blaastweespraak die de composities richting big-band-territorium dreef.
Drie nummers waren met zekerheid te identificeren. ‘El Bazita’, een van de twee voorboden van het album, is herkenbaar aan de vernuftige baslijn die Cohen onder Simhovichs akkoordstructuur legt. Het stuk begint bijna als een popsong en verbouwt zichzelf onderweg tot een prachtige jazzpuzzel, met zoveel lucht in het arrangement dat je in je hoofd zelf nog twintig sporen erbij gaat bedenken. Vanzelf begin je een trombonelijntje mee te neuriën dat er niet eens is. Dit is kunst. De andere voorlopersingle ‘Lookie’ kwam ook voorbij, herkenbaar aan het opvallende drumwerk waarmee de track is opgebouwd. Cohen zelf noemde het in maart een grappig en groovy stuk dat laat horen hoeveel plezier het trio in het samenspel heeft, en die omschrijving bleek live niet anders. En dan was er een compositie waarin Slivnik zo veel ruimte kreeg dat het bijna zeker om ‘Sliv El’ moet zijn gegaan, het stuk dat Cohen specifiek aan zijn drummer opdroeg. Met zekerheid te zeggen valt het niet, maar de logica klopt.
Voor het ervaren publiek in Le Forum was Cohens zwijgen geen probleem. Maar dit is complexe muziek, en voor de minder ingewijde luisteraar was het optreden daardoor niet bepaald toegankelijker. Wie de catalogus niet door en door kent, miste de houvast die de meester anders pleegt te bieden, een zin over de oorsprong van een compositie, een verwijzing naar een eerder album, een grap. Een handvol introducerende zinnen had veel verschil gemaakt, en het had niets afgedaan aan de muziek zelf.
Als de muziek dan toch zelf het verhaal moest dragen, kreeg ze daar zaterdagavond ruim de kans toe. En misschien is dat ook precies waar de titel van het komende album naar wijst. ‘Eternal Child’ heet hij, en die naam komt niet van Cohen zelf maar van Chick Corea, de grootmeester die hem in de jaren negentig in zijn New Yorkse trio opnam. Corea schreef de compositie en Cohen coverde hem al in 2003 op ‘Lyla’, toen in een verstild piano-bas-duet met Corea zelf. Op het nieuwe album sluit Cohen de cirkel: de titeltrack is opnieuw die Corea-compositie, ditmaal als enige niet-eigen stuk op de plaat. Corea, overleden in februari 2021, krijgt zo een eerbetoon dat zonder woorden uitkomt. “Een eeuwig kind blijven is het lot van veel kunstenaars”, zei Cohen onlangs over de keuze van die titel. “Dat zijn de gelukkigen.”
Het is geen toevallige notie. Veel grote kunstenaars zullen zich erin herkennen: het kind dat openstaat voor invallen, dat experimenteert en probeert, niet geremd door de ervaring van een later leven, en juist daarom tot de mooiste dingen komt. Innovatie is alleen zo mogelijk. Henk Hofstede brengt het in gesprekken vaak terug tot Johan Huizinga’s ‘Homo ludens’ uit 1938. Thomas Azier zei het op zijn manier: “Het leven is een spel waarin verandering een gegeven is.” Datzelfde principe zag men gisteravond op het toneel in Le Forum. Cohen liet zijn protégés spelen, in beide betekenissen van het woord, en stond zelf glimlachend toe te kijken hoe ze schitterden onder zijn leiding.
Dit was het Avishai Cohen Quintet op zijn allerbest. Muzikaal van het allerhoogste niveau. ‘Eternal Child’ verschijnt op 29 mei 2026 op naïve/believe, en wie het materiaal in Le Forum heeft gehoord, weet dat de plaat de moeite waard zal zijn. Vijf muzikanten, geen woorden, en een zaal die wist wat ze had gehoord.
