Op ‘M$NEY’, zijn vierde studioalbum, klinkt Asake als iemand die niets meer durft te wagen. Uitgebracht op 1 mei 2026 via EMPIRE en zijn eigen label GIRAN Republic, is dit zijn eerste plaat als onafhankelijke artiest na zijn vertrek bij Olamide’s YBNL Nation begin 2025. Dertien nummers, vijfendertig minuten, en een plaat die langer aanvoelt dan ze duurt.
Wie Asake voor het eerst tegenkwam in de remix van ‘Sungba’ met Burna Boy, weet wat er sindsdien gebeurd is. Twee Grammy-nominaties, uitverkochte zalen in Madison Square Garden en de O2 Arena, drie albums die in Nigeria allemaal jaarwinnaar werden. De Lagosiaanse zanger is in vier jaar tijd uitgegroeid tot een van de grootste namen van de Afrobeats. ‘M$NEY’ viert dat met een listening session in een privéhangar op Lagos International Airport, compleet met een marmeren buste van Asake door beeldhouwer Athar Jaber. Het probleem is alleen dat de plaat zelf nergens in de buurt komt van die ambitie. Dit klinkt niet als iemand die is aangekomen. Dit klinkt als iemand die op zeker speelt.
Producer Magicsticks, Asake’s vaste partner sinds ‘Mr. Money With The Vibe’ in 2022, is opnieuw de architect, en hij is bijna in zijn eentje verantwoordelijk voor het feit dat ‘M$NEY’ overeind blijft. De Fuji-cadansen, de log drums uit de amapiano, het koor dat als een gemeente door de mix loopt: technisch staat er een huis. Het probleem zit binnen. De plaat opent met een isiZulu-koor zonder drums, zonder Asake zelf, een korte invocatie die het sacrale aankondigt. Daarna komt ‘Amen’ binnen met log drums die je voelt voor je ze hoort. Mooi. Maar het is alsof Asake de instrumentale wereld van Magicsticks betreedt en er vervolgens zo min mogelijk van wil maken.
Het beste werk zit in de spirituele helft, en zelfs daar is het selectief. ‘Gratitude’ verbindt het Yoruba “Mo ṣ’oríre méje-méje” (zevenvoudige zegen) met het Nigeriaanse straatwoord “credit alert”, de notificatie die je krijgt wanneer er geld op je rekening staat. God en de bank die dezelfde sms sturen, dat is een vondst. ‘Rora’ vertraagt alles met trompet en saxofoon, een Yoruba-spreekwoord over geduld, Asake in een lager register dan we van hem kennen. Dit zijn de twee nummers waarop de plaat ademruimte vindt. Twee, op dertien.
Asake is altijd een instinctieve schrijver geweest, geen literair stilist, en dat hoeft ook niet. Op ‘Sungba’ en ‘Peace Be Unto You’ deed hij meer met een chant van vier woorden dan andere zangers met dertig. Maar op ‘M$NEY’ is het instinct vervangen door routine. Op ‘Amen’ belooft hij “Generational wealth, that is the goal”, zonder enige aanwijzing van wat hij met die generaties zou willen. Op ‘MCBH’ (Money Can’t Buy Happiness, een titel die zijn eigen these al verklapt) komt hij niet verder dan “Always getting paid, my jigga”. ‘Wa’ leent de melodieconstructie zo openlijk van CKay’s ‘Love Nwantiti’ dat het meer overgenomen dan gebouwd lijkt. De liefdesliedjes zakken weg in clichés die je in elk willekeurig Afropop-nummer van het afgelopen jaar tegenkomt: “My types, perfect size”, “such a bad bitch”, “Body to body, no be bad thing”. Dit is de schrijver van ‘Joha’ en ‘Terminator’, een man die zinnen kon afleveren waar heel Lagos uit citeerde. Hier zet hij ze los neer, alsof het invullingen zijn.
Drie internationale namen, drie verschillende uitkomsten, alle drie teleurstellend op hun eigen manier. ‘Asambe’ met Kabza De Small is degelijke amapiano, maar Asake voegt er weinig aan toe; hij drijft mee in plaats van iets op te eisen. ‘Badman Gangsta’ met de Frans-Congolese rapper Tiakola is het meest pan-Afrikaanse moment op de plaat, omdat Tiakolas couplet over een jongeman tussen Makala en Marbella een dimensie meebrengt die Asake elders niet opzoekt. Dat de gast harder werkt dan de gastheer is op een Asake-album geen prettige conclusie. ‘Worship’ met DJ Snake is het meest gepolijst en tegelijk het meest anoniem: een festival-drop die net zo goed van twaalf andere artiesten had kunnen zijn. Asake’s “Alhamdulillah” verdrinkt in de EDM-architectuur. Voor de single die de internationale doorbraak moest forceren, is dat een veelzeggend resultaat.
‘M$NEY’ is geen ramp. Het is iets wat in zekere zin erger is: gemakzucht. Asake heeft geleerd hoe een Asake-nummer werkt en levert er dertien af, met de voorzichtigheid van iemand die zijn formule niet wil beschadigen. De productie is vol, de twee hoogtepunten zijn echt, de groove is onmiskenbaar Nigeriaans. Maar de honger waarmee ‘Mr. Money With The Vibe’ en ‘Work of Art’ werden gemaakt, die rusteloze vindingrijkheid die hem op de kaart zette, is hier vervangen door comfort. Op zijn vierde plaat klinkt Asake voor het eerst als een artiest die liever niets te verliezen heeft dan iets te zeggen. (6/10) (EMPIRE / GIRAN Republic)
