Op ‘Wild at Heart’ presenteert Capitol Records tien nummers die Neil Diamond in 2007 opnam met producer Rick Rubin tijdens de sessies voor ‘Home Before Dark’, en die negentien jaar in een kluis lagen. Het verscheen op 8 mei 2026, ruim acht jaar nadat Diamond vanwege zijn parkinsondiagnose het podium voorgoed verliet. Capitol noemt dit het sluitstuk van een trilogie. Een eerlijker woord zou voorraadbeheer zijn.
Diamond hoort bij de zeldzame Amerikaanse songwriters die de brug sloegen tussen de Brill Building-traditie van de jaren vijftig en de singer-songwriterbeweging van de jaren zestig. ‘Solitary Man’, ‘Cracklin’ Rosie’, ‘I Am, I Said’, ‘Song Sung Blue’, ‘Sweet Caroline’: een catalogus die geen introductie nodig heeft. Robbie Robertson rechtvaardigde diens deelname aan The Last Waltz nog door precies dat brugfunctie-argument. Daarna kwam Vegas, kwamen de pailletten, en kwam de kritiek dat de Diamond uit de jaren zeventig en tachtig vooral een efficiënte hitmachine was geworden.
In 2005 haalde Rick Rubin hem terug. ’12 Songs’ en ‘Home Before Dark’ bewezen dat onder al dat productiegeweld nog altijd een songwriter zat. De tweede plaat werd in 2008 zijn eerste en enige nummer één-album in de Verenigde Staten, op zijn 67e. Wat uit die sessies oorbleef, lig nou, achttien jaar later, op ‘Wild at Heart’.
Tien nummers in 32 minuten en 16 seconden. Negen onuitgebrachte composities plus een uitgeklede versie van ‘Forgotten’, dat al op ‘Home Before Dark’ stond. Mike Campbell en Benmont Tench (beiden Heartbreakers), Smokey Hormel, Matt Sweeney en Diamond zelf op gitaar. Geen blazers, geen strijkers, geen koor. De minimalistische aanpak die Rubin eerder bij Johnny Cash zo briljant uitwerkte, zit hier ook.
‘You Can’t Have It All’ is het beste nummer en, zonder ironie, het meest urgente. “What’s the matter with the world? Can’t everyone take care?”, zingt Diamond, en in 2026 klinkt die vraag scherper dan toen hij hem opnam. ‘Talking It to Death’ staat in een mineurakkoord dat in zijn oeuvre zeldzaam is en doet daarom denken aan ‘Solitary Man’ uit 1966: dezelfde geconcentreerde melancholie, vier decennia ouder geworden. ‘Shine On’ is een vaderlijk advies aan zijn zoon, ontwapenend direct. De titeltrack draait kalm op een ritmische gitaarfiguur. ‘The Secret You’ had probleemloos op een Broadway-soundtrack gepast.
Tot zover het positieve.
Dit zijn outtakes. Rubin en Diamond hebben in 2007 zelf besloten dat deze nummers de eindversie van ‘Home Before Dark’ niet haalden, en ze hadden gelijk. ‘You’re My Favorite Song’ is precies het soort plichtmatige liefdesliedje waar Diamond zijn carrière soms aan ten onder ging: jolig, schattig, vergeten zodra de naald van de plaat is. De alternatieve versie van ‘Forgotten’ voegt zo weinig toe aan het origineel dat de titel intussen ironisch klinkt. En de hele plaat ontbeert wat ‘Home Before Dark’ wel had: een paar grote, onvermijdelijke momenten zoals ‘Pretty Amazing Grace’ of ‘Don’t Go There’.
Maar de fundamentele kritiek zit dieper, en die gaat niet over de muziek. Diamond is sinds 2018 niet meer in staat om op te treden of nieuw werk op te nemen. Een artiest in die positie verdient bescherming. Wat hier gebeurt is helder: negentienjarige tapes oppoetsen, er een persdossier omheen bouwen waarin “trilogie” het sleutelwoord is, de release timen op het succes van de Hollywood-film ‘Song Sung Blue’ met Hugh Jackman en Kate Hudson, en hopen dat de fans niet doorhebben dat ze materiaal kopen dat in 2007 bewust van een ander album werd geschrapt. Capitol weet dat de markt voor authentieke Diamond-fans afkalft en dat dit waarschijnlijk de laatste kans is om iets onder zijn naam te verkopen dat als nieuw kan worden gepresenteerd. Het slimme was dat ze in 2007 al wisten dat ze hier nog wat in voorraad hadden. Het cynische is dat ze het nu uitventen.
Eerlijker was het geweest om de plaat uit te brengen als wat hij is: een bonusschijf bij een heruitgave van ‘Home Before Dark’. Goedkoper voor de fan, eerlijker voor de artiest, en zonder de pretentie van een derde hoofdstuk in een trilogie die in werkelijkheid in 2008 is afgesloten.
‘Wild at Heart’ is geen slechte plaat. Het is een coherente, ingehouden, soms ontroerende verzameling van songs die Rubin in 2007 met Diamond opnam en die hier en daar haar waarde bewijst. Maar als toevoeging aan een legacy die ‘Solitary Man’, ‘I Am, I Said’, ‘Sweet Caroline’ en ‘Song Sung Blue’ omvat, voegt deze plaat helemaal niets toe. Niets. Het is een commerciële beslissing die zich vermomt als artistiek slot, uitgebracht onder de naam van een artiest die zich niet meer kan verdedigen tegen wat er namens hem op de markt komt.
Wie alleen Neil Diamond kent uit het stadion, hoort hier een stem zonder de orkestratie waar die altijd op leunde. Wie ‘Home Before Dark’ kent, hoort wat er destijds bewust van geschrapt is. Beide groepen verdienden beter, en Diamond zelf nog meer. (5/10) (Capitol Records / UMe)
