Met ‘From Takoma With Love’ levert Oddisee samen met de Ethiopisch-Eritrees-Amerikaanse rapper Heno. Zijn meest complete album tot nu toe: twaalf tracks, ruim eenendertig minuten, geen gram vet.
Takoma Park, Maryland. Een buitenwijk van Washington D.C. die op geen enkele rap-landkaart prominent voorkomt, maar die voor beide makers de bodem onder hun werk is. Oddisee, geboren als Amir Mohamed en van Soedanees-Amerikaanse afkomst, groeide er een generatie eerder op dan Heno. (de punt hoort bij de naam, een stille verwijzing naar zijn echte voornaam Yihenew.) Dat generatieverschil is precies wat het album zijn frictie geeft. Heno. rapt vanuit de scramble, vanuit Maple en Lee, vanuit de stoep waar undercovers reden. Oddisee rapt vanuit de hoogte, vanuit twintig jaar oeuvre, vanuit het label dat hij in 2020 zelf oprichtte.
Wie Oddisee live heeft gezien, weet dat dit album geen verrassing kan zijn. Vorig jaar tijdens de jubileumshow van ‘The Good Fight’ in de Brusselse AB Club stond Heno. al op het podium, samen met toetsenist Mad Keys uit St. Louis. De chemie viel toen al op. Dat wat daar in embryonale vorm te horen was, krijgt op ‘From Takoma With Love’ zijn definitieve uitdrukking.
Het knappe van deze plaat zit in de melange. Oddisee rapt alsof hij licht boven de beat zweeft, dromerig, bijna afstandelijk. Heno. doet precies het omgekeerde: down to earth, recht op de grond, met een licht nasale vibe die elke beat meteen terug in zijn sporen dwingt. Zet die twee tegen elkaar af op ‘MIMS’, de eerste single, en je hoort waarom dit werkt: een lush, jazzy productie, een tegenstribbelend orgeltje, die typische gritty Oddisee-feel, en dan de bouncing flow van Heno. die er een geheel ander register tegenover zet. Het is geen confrontatie, het is een gesprek. En dat gesprek loopt over twaalf tracks door zonder dat de spanning ook maar één keer wegvalt.
‘Hard To See’ is een autobiografische coming-of-age-rap zonder spijt en met goudeerlijke terugblik, gedragen door een dwingende jazzy groove. ‘Say More’, met Mad Keys op de gastlijst, is silky seventies-jazz met een lik olie in het haar, gladgestreken tot het moment dat Heno. binnenkomt en zijn flow de track wel volgbaar maakt maar nooit voorspelbaar. Dat is de kunst: oorwurmpjes en kleine riffjes onder een Oddisee die het, zoals altijd, komt verlichten. Bij ‘Right Steps’ kantelt de track halverwege met een beat-switch en wordt de toon militant: ‘Land of the free and the home of the brave, when it be the land that was seized and controlling the slaves.’ Geen aanklacht in de marge maar in het hart van het couplet. ‘Good Habits’ bewijst hoe sterk een hiphoptrack mag zijn als je hem terugbrengt tot het wezenlijke: een spaarzame beat, lichte percussie, een hyperend gitaarrifje. Een handtekeningmoment.
Het album draagt zijn agenda zonder ophef. In de credits staat zwart op wit ‘Free Palestine, Free Tigray, Free Sudan, Free Congo’. Op ‘Round The Way’ rapt Oddisee over zijn vader die in Soedan janjaweed-milities overleeft. Op ‘Woe Is Me’ opent Heno. met de regel dat hij op zijn zesde werd geboeid omdat undercovers hem voor een dealer aanzagen. Het persoonlijke en het politieke delen op deze plaat hebben dezelfde regel, omdat ze in Takoma Park altijd al diezelfde regel deelden.
Eén ‘Say More’ extra, of één onverwachte beat-omkering die je zonder waarschuwing openbreekt, en deze recensie was de negen gepasseerd. Daar zit het verschil. Oddisee zal nooit de A-status bereiken die zijn techniek rechtvaardigt: daarvoor is dit te veel kunst en te weinig vermaak. En dat is, eerlijk gezegd, ook het mooie eraan.
Dit is een hiphopalbum zoals ze nog maar zelden gemaakt worden. Het is het beste werk van Oddisee tot dusver, beter dan ‘The Good Fight’, en daarmee meteen één van de mooiste hiphopalbums van 2026 tot nu toe. Wie de voorganger ‘En Route’ al een opmaat naar iets groters vond, krijgt hier het volgroeide bewijs. (8/10) (Outer Note Label)
