Er zijn nummers die een tijdperk niet alleen soundtracken, maar het ook een beetje veranderen. ‘Buffalo Stance’ van Neneh Cherry is zo’n nummer. Toen het eind 1988 uitkwam, klonk er iets dat de hitlijsten nog niet eerder hadden gehoord: een zwangere vrouw die rapte, zong en tegelijk een houding neerzette die geen enkele categorie paste. Hiphop, dancepop en freestyle vermengden zich tot een plaat die binnen enkele maanden wereldwijd de hitlijsten veroverde. Wat begon als een overgebleven B kant van een vergeten single, groeide uit tot een van de meest invloedrijke popmomenten van de late jaren tachtig. Dit is het verhaal achter dat nummer, de vrouw die het zong, en alles wat er voor en na kwam.
Neneh Cherry
Neneh Mariann Karlsson werd op 10 maart 1964 geboren in Zweden, als dochter van een Sierra Leoonse percussionist en een Zweedse kunstenares. Voordat ze veertien was, kreeg ze ook een stiefvader die haar leven blijvend zou vormen: de gerenommeerde jazztrompettist Don Cherry. Ze groeide op tussen Stockholm en New York, in een huishouden waar muziek, kunst en een onconventionele levensstijl de norm waren.
Op haar veertiende verliet ze school en verhuisde ze naar Londen, waar ze zich onderdompelde in de bruisende punk en postpunkscene. Ze zong korte tijd mee met groepen als de Slits en de Nails, voordat ze zich aansloot bij Rip Rig + Panic, een band die experimentele jazz, funk en punk combineerde tot iets volstrekt eigenzinnigs. In diezelfde periode werkte ze ook mee aan het New Age Steppers project van dub producer Adrian Sherwood.
Het was in deze Londense underground scene dat Cherry in contact kwam met de Buffalo beweging, een invloedrijk modecollectief onder leiding van stylist Ray Petri, en waar ze fotograaf en muzikant Cameron McVey ontmoette. Die relatie, zowel persoonlijk als creatief, zou uiteindelijk de basis leggen voor haar solocarrière. Tegen het einde van de jaren tachtig stond Cherry, inmiddels moeder en op het punt een tweede kind te krijgen, klaar om die eigenzinnige artistieke bagage om te zetten in een debuutalbum dat de popmuziek zou opschudden.
Buffalo Stance
‘Buffalo Stance’ vindt zijn oorsprong niet in 1988, maar jaren eerder. In 1986 nam Cherry een rap in voor de B kant van ‘Looking Good Diving’, een single van het duo Morgan McVey, bestaande uit fotograaf Jamie Morgan en Cameron McVey. Die B kant, getiteld ‘Looking Good Diving with the Wild Bunch’, bleef destijds vrijwel onopgemerkt. De single zelf, geproduceerd door het beroemde Stock Aitken Waterman productieteam, wist de hitlijsten niet te bereiken.
Drie jaar later, toen Cherry aan haar eigen debuutalbum werkte, werd dat vergeten fragment nieuw leven ingeblazen. Producer Tim Simenon, bekend van zijn project Bomb the Bass, en geluidstechnicus Mark Saunders namen de oorspronkelijke rap en bouwden er een compleet nieuw, gelaagd geluid omheen. Er kwamen samples bij van onder meer Malcolm McLaren en de Rock Steady Crew, een gitaarlijn die aan de stijl van Johnny Marr deed denken, en de kenmerkende, opzwepende synthesizerfiguur die het nummer zijn onmiskenbare climax gaf.
De titel verwijst naar de eerder genoemde Buffalo beweging, en naar de houding die daarbij hoorde: zelfverzekerd, met gekruiste armen, de blik schuin opzij. Cherry omschreef de kern van het nummer als een soort tegengeluid tegen materialisme en oppervlakkigheid, een pleidooi voor vrouwelijke kracht en eigenheid in plaats van status. Die boodschap, verpakt in een productie die hiphop, dancepop en freestyle moeiteloos samensmolt, bleek precies aan te sluiten bij een generatie die klaar was voor iets nieuws.
Het nummer werd eind november 1988 uitgebracht als de eerste single van het album Raw Like Sushi en groeide uit tot een wereldwijde hit. In het Verenigd Koninkrijk piekte het op de derde plaats, in de Verenigde Staten bereikte het eveneens de top drie van de Billboard Hot 100 en in Nederland wist het zelfs de nummer één positie te behalen. Ook op de Amerikaanse dance chart ging de single naar de eerste plaats. Decennia later werd het nummer nog altijd erkend als een mijlpaal: in 2023 plaatste het muziekblad Billboard ‘Buffalo Stance’ in zijn lijst van de vijfhonderd beste popnummers aller tijden.
Vergeleken met de rest van de hitlijsten van dat moment, gedomineerd door de gladde synthpop van de Stock Aitken Waterman fabriek en de laatste stuiptrekkingen van de new wave, klonk ‘Buffalo Stance’ verrassend rauw en straat. Waar tijdgenoten als Kylie Minogue en Rick Astley voor een gepolijst popgeluid gingen, bracht Cherry een scherpere, hiphop geïnspireerde energie de mainstream in, iets wat destijds alleen groepen als Salt N Pepa met een vergelijkbare overtuigingskracht deden. Tegelijkertijd deelde het nummer een sample geworteld experimenteerdrift met de opkomende Bristolse scene rond de Wild Bunch, het collectief waaruit later Massive Attack zou voortkomen, en waarmee Cherry nauw verbonden was.
Robyn
Meer dan drie decennia na de release kreeg ‘Buffalo Stance’ een verrassende nieuwe interpretatie. In 2022 bracht de Zweedse zangeres Robyn een eigen versie van het nummer uit, geproduceerd samen met Dev Hynes en met een gastbijdrage van rapper Mapei, die de kenmerkende rap van Cherry voor haar rekening nam.
De cover kwam tot stand rond het moment dat Cherry de eremedaille Icon Award ontving tijdens de NME Awards, en werd gepresenteerd als een eerbetoon van de ene Zweedse popicoon aan de andere. Waar het origineel leunt op een rauwe, sample gedreven hiphopbasis, transformeerde Robyn het nummer tot een gladdere, Scandinavisch getinte popproductie, met behoud van de herkenbare melodische lijnen en de zelfverzekerde boodschap van het origineel. De twee artiesten kenden elkaar al decennia en omschreven de samenwerking als een familiaire, bijna symbolische overdracht van de ene generatie op de andere.
Raw Like Sushi
‘Buffalo Stance’ vormde de opening van Cherry’s debuutalbum Raw Like Sushi, dat in juni 1989 verscheen. Het album werd opgenomen in verschillende Londense studio’s, waaronder de gerenommeerde Abbey Road studio’s, en bracht een bonte mix van genres samen: hiphop, new jack swing en R&B liepen er moeiteloos in elkaar over, aangevuld met piano, koperblazers, gitaren en zelfs go-go percussie.
Thematisch liet het album zich sterk leiden door Cherry’s eigen leven op dat moment: haar ervaringen met moederschap, haar opvoeding en de manier waarop ze als jonge vrouw haar plek in de wereld probeerde te vinden. Nummers als ‘Manchild’ en ‘Kisses on the Wind’ verkenden opgroeien en persoonlijke groei, terwijl tracks als ‘The Next Generation’ een oproep deden tot multiculturele saamhorigheid. Leden van de Bristolse Wild Bunch, onder wie de latere Massive Attack producer Robert Del Naja en DJ Mushroom, leverden bijdragen aan verschillende nummers, wat het album een geluid gaf dat de trip hop stroming van de jaren negentig al aankondigde.
Raw Like Sushi werd zowel commercieel als kritisch een succes en bereikte de derde plaats in de Britse albumlijst, grotendeels dankzij het momentum van ‘Buffalo Stance’. Het album wordt tegenwoordig nog altijd gezien als een van de meest eigenzinnige en vooruitstrevende popplaten van het einde van de jaren tachtig, een plaat die genregrenzen negeerde op een moment dat de meeste popmuziek juist steeds voorspelbaarder werd.
Manchild
Als tweede single van Raw Like Sushi volgde in mei 1989 ‘Manchild’, een aanmerkelijk trager en meer ingetogen nummer dan zijn voorganger. Het was, opvallend genoeg, het allereerste nummer dat Cherry ooit schreef, gecomponeerd op een eenvoudig Casio keyboard met een autoakkoordfunctie.
Het nummer werd mede geschreven door Robert Del Naja, beter bekend als 3D van Massive Attack, en gearrangeerd met bijdragen van Nellee Hooper, destijds actief bij Soul II Soul. Waar ‘Buffalo Stance’ overduidelijk hiphop georiënteerd was, leunt ‘Manchild’ op weelderige strijkarrangementen en een meer verstilde, kwetsbare toon. Thematisch richt het nummer zich op onvolwassenheid bij mannen, een tegenhanger van de zelfverzekerde vrouwelijke houding die in ‘Buffalo Stance’ centraal stond. Het nummer werd eveneens een aanzienlijke hit en bevestigde dat Cherry meer in huis had dan een eenmalig succesnummer.
Wat ‘Buffalo Stance’ uiteindelijk zo bijzonder maakt, is niet alleen het geluid zelf, hoe fris en onverwacht dat destijds ook was, maar de manier waarop het een heel klein moment van toeval omzette in iets blijvends. Een verloren B kant, een toevallige ontmoeting met een Londens modecollectief, een zwangerschap die niet werd weggestopt maar juist werd omarmd op het podium van Top of the Pops: alles kwam samen in drie en een halve minuut pop die grenzen tussen genres, generaties en continenten liet vervagen.
Meer dan drie decennia later wordt het nummer nog altijd gedraaid, gecoverd en herontdekt, van clubavonden tot de speellijsten van een nieuwe generatie luisteraars. Dat een nummer met zo’n ongepolijste oorsprong is uitgegroeid tot een tijdloze klassieker, zegt misschien wel het meest over de kracht van Neneh Cherry zelf: een artiest die nooit paste in een hokje, en daar juist haar grootste kracht van maakte.
