Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums achterblijven. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
Lenny Kaye – Goin’ Local
Met ‘Goin’ Local’ presenteert Lenny Kaye zijn eerste echte soloalbum, een plaat waarin de gitarist en schrijver terugkijkt op een leven vol muzikale ervaringen zonder te vervallen in nostalgie. Bekend als gitarist van Patti Smith Group gebruikt Kaye zijn brede kennis van rock, folk en Amerikaanse rootsmuziek om een verzameling nummers neer te zetten die persoonlijk en bedachtzaam klinkt. Liedjes als ‘Little Wings’, ‘Uncle Sam’s House’ en ‘Ponderosa’ laten een muzikant horen die vooral op zoek is naar verhalen, sfeer en karakter. De productie houdt de aandacht bij de teksten en het gitaarspel, waardoor de plaat soms bewust sober blijft. Dat werkt niet overal even sterk, want enkele composities missen de scherpte die Kaye in zijn beste momenten laat horen. Toch heeft ‘Goin’ Local’ een duidelijke identiteit en bewijst het album dat ervaring nog altijd tot interessante muzikale keuzes kan leiden. Het is geen plaat die probeert de geschiedenis te herschrijven, maar wel een eerlijk portret van een artiest die zijn eigen weg blijft volgen. (William Brown) (8/10) (Yep Roc)

Nia Archives – Emotional Junglist
Met ‘Emotional Junglist’ zet Nia Archives een volgende stap in haar ontwikkeling als muzikant die jungle en drum-’n-bass combineert met invloeden uit pop, R&B en alternatieve muziek. Het album volgt op ‘Silence Is Loud’ en laat een artiest horen die haar geluid verder openbreekt zonder haar elektronische basis los te laten. De plaat beweegt tussen energieke breakbeats en meer persoonlijke momenten waarin liefde, verlies en onzekerheid centraal staan. Nummers als ‘Feelingz Go Numb’, ‘Around Tha Bend’ en ‘Dance With Me 2Nite’ tonen haar gevoel voor melodie en ritme, terwijl samenwerkingen met Jorja Smith op ‘Get Me Down’ en Sampha op ‘Tender’ extra kleur toevoegen. De productie is zorgvuldig opgebouwd en geeft ruimte aan zowel dansbare passages als kwetsbare teksten. Soms maakt de toegankelijkere popbenadering de ruwe randjes van haar eerdere werk minder zichtbaar, maar de muzikale identiteit blijft overeind. ‘Emotional Junglist’ is een volwassen album waarop Nia Archives haar eigen richting binnen de moderne jungle verder vormgeeft. (Elodie Renard) (8/10) (Island)

Robert Laidlow – Reality Eaters
Met ‘Reality Eaters’ presenteert Robert Laidlow een ambitieus debuutalbum waarin klassieke muziek, technologie en wetenschappelijke ideeën samenkomen. De componist gebruikt thema’s als kunstmatige intelligentie, natuurwetten en de grenzen van menselijke creativiteit als uitgangspunt voor drie omvangrijke werken: ‘Gravity’, ‘Silicon’ en ‘Warp’. Vooral het pianoconcert ‘Warp’ laat horen hoe Laidlow complexe concepten weet te vertalen naar een muzikale vorm die toegankelijk blijft. De uitvoering door onder meer de BBC Philharmonic, het Piatti Quartet en pianist Joseph Havlat geeft de composities een heldere en krachtige uitstraling. Toch vraagt het album veel van de luisteraar. De ideeën achter de muziek zijn indrukwekkend, maar de soms lange structuren en intellectuele benadering zorgen ervoor dat de emotionele impact niet overal even sterk naar voren komt. Laidlow kiest duidelijk voor vernieuwing en onderzoek in plaats van eenvoudige melodische herkenning. Dat maakt ‘Reality Eaters’ vooral interessant voor luisteraars die openstaan voor hedendaagse klassieke muziek met een technologische invalshoek. Het album toont een componist met een duidelijke visie, maar had op enkele momenten meer balans tussen concept en muzikale directheid kunnen gebruiken. (William Brown) (8/10) (NMC Recordings)

Onségen Ensemble – A Tale
Onségen Ensemble is een Fins progressief collectief. Dit bestaat uit een vaste kern, en daarnaast iedere keer uit andere muzikanten. Hierdoor hoor je op ieder album andere stemmen, instrumenten en perspectieven. Zo ook op ‘A Tale’, het vijfde album, blijven de intuïtieve geluiden. Dit thematische album gaat over vrede. Delen van de (woordeloze) zang klinken dromerig of liefelijk, op deze momenten is de muziek meestal kalm. Bovendien zijn de tracks soms spiritueel van klank, waardoor er een relaxte hippie sfeer ontstaat. Dit gevoel wordt versterkt wanneer je het gevoel hebt dat je naar klankschalen luistert. Op andere momenten zijn met name de instrumentale stukken wat luider en sneller, dan zitten er vrij veel herhalingen in. Aan de ene kant kan het je in een flow brengen, aan de andere kant zijn de herhalingen wat veel. Af en toe is het geluid “groezelig”; hierdoor komt de bijzondere combinatie van muziekinstrumenten en/of zang minder goed tot zijn recht. ‘A Tale’ weet me niet constant te boeien. Toch is het heel divers aan instrumenten, en er zijn bijzondere melanges van klanken. (Esther Kessel-Tamerus) (6/10) (Karisma Records)

Michael Arbenz featuring Florian Arbenz and Atom String Quartet – J.S. Bach Suite III
Als er één genre is dat dankbaar gebruik maakt van of zelfs misbruik maakt van Johann Sebastian Bach, dan is het wel de jazz. Dat gaat terug tot 1959, als Jacques Loussier zijn ‘Play Back No. 1’ uitbrengt, waarin hij de thematiek van Bach leent, steevast gevolgd door een jazzimprovisatie. Chick Corea noemde Bach ooit een van zijn grootste inspiratiebronnen. Luister maar eens naar zijn ‘Children’s Songs’. Het is dus een beproefd recept, maar daarmee doen we Michael Arbenz echt tekort. De kracht van dit ‘J.S. Bach Suite III’ zit in het feit dat de componist niet wordt gekopieerd of zelfs letterlijk geciteerd. Dit is geen letterlijke bewerking van de derde suite voor orkest. Arbenz, op drums bijgestaan door broer Florian, voegt er tal van elementen aan toe. De stukken worden dialogen tussen de jazz van Arbenz en de orkeststukken die worden gespeeld door het Atom String Quartet. Natuurlijk herken je Bach, maar je wordt ook voortdurend verrast door de swing, de moderne melodieën en de hoogstaande improvisaties die naadloos aansluiten op de klassieke stukken. Bach dreigt al snel hoogdravend te worden, maar Arbenz slaagt erin de composities toegankelijk te houden en simpelweg ‘lekker om naar te luisteren’. Een meer dan geslaagde poging om Bach en jazz bij elkaar te brengen. (Jeroen Mulder) (8/10) (Michael Arbenz)

