Allison Russell bouwt al jaren aan een oeuvre waarin gemeenschap en verbinding centraal staan, en met ‘In The Hour of Chaos’ zet ze die lijn radicaal door. Op 10 juli verschijnt haar derde soloalbum, en het is meteen haar meest collectieve werk tot nu toe.
De in Montreal geboren zangeres, met Schotse en Grenadaanse wortels, bouwde haar reputatie op via bands als Po’ Girl en Birds of Chicago, en via het collectief Our Native Daughters, waarin ze samenwerkte met onder meer Rhiannon Giddens. Als soloartieste brak ze door met het donkere, autobiografische ‘Outside Child’ in 2021, en won ze met ‘The Returner’ uit 2023 de Americana Award voor album van het jaar. Tussen die albums door speelde ze Persephone in de Broadway-productie van ‘Hadestown’, opende ze voor Hozier, en bouwde ze een netwerk van bevriende muzikanten op dat nu de ruggengraat vormt van haar nieuwe plaat.
Tien van de elf nummers op ‘In The Hour of Chaos’ bevatten minstens één gastmuzikant, en dat is geen toeval. Russell noemt het album zelf een collectieve songsuite, een reactie op de polarisatie en vervreemding die ze om zich heen voelt. Opener ‘Rainbows’ zet de toon zonder gasten, maar vanaf ‘No Springtime’, met Joy Oladokun en Julie Williams, wordt duidelijk dat dit album leeft van de dialoog tussen stemmen. Op ‘Cold April’, met Kara Jackson, Denitia en het kinderkoor Explore! Pop Choir, klinkt geen berusting maar een oproep: muziek als herstel, als tegenwicht tegen de kilte van het moment. ‘Really Real’, met Norah Jones, is een van de rustigere momenten op de plaat, waarbij twee heel verschillende stemmen elkaar verrassend goed aanvullen. ‘Chaos Theory’, met Kyshona en Sara Watkins, brengt meer beweging en een vioollijn die het nummer een onrustige energie geeft die precies bij de titel past. Slotnummer ‘Good Omens’, met Ahya Simone, sluit de plaat af op een noot van voorzichtige hoop, zonder in goedkope troost te vervallen.
Het risico van een album met zoveel gasten is versnippering, maar dat gevaar wordt hier vermeden. Russell functioneert als regisseur van het geheel, en elk nummer voelt als een eigen bedrijf binnen hetzelfde toneelstuk in plaats van een lukrake verzameling duetten. Dat heeft alles te maken met de constante productie van Dim Star, die de plaat een samenhangend geluid geeft ondanks de wisselende bezettingen, en met Russells eigen songwriting, die nooit ondergeschikt raakt aan de gasten die ze uitnodigt.
Wat ‘In The Hour of Chaos’ vooral bewijst, is dat Russell haar rol als verbinder binnen de Americana- en folkscene serieus neemt. Waar ‘The Returner’ nog draaide om haar eigen weg naar heling, verschuift de focus hier naar het collectief. Dat maakt het album minder persoonlijk indringend dan haar vorige werk, maar wel breder van klank en warmer van toon.
Met deze plaat bevestigt Allison Russell haar positie als een van de belangrijkste stemmen binnen de hedendaagse Americana, iemand die verbinding niet alleen bezingt maar ook daadwerkelijk vormgeeft. (8/10) (Fantasy Records)
