Kurt Wagner heeft met Lambchop al ruim drie decennia bewezen dat een band niet twee keer hetzelfde album hoeft te maken. Vanuit Nashville ontwikkelde Lambchop zich van een relatief traditionele countryformatie tot een project waarin americana, soul, elektronica, folk en experimentele pop elkaar voortdurend raken. Na ‘The Bible’ uit 2022 kiest Wagner op ‘Punching The Clown’ echter opnieuw voor een opvallend sobere aanpak. Het album verschijnt op 21 augustus via City Slang en Merge en werd grotendeels in slechts drie dagen opgenomen in de April Base-studio van Bon Iver in Wisconsin.
De aanleiding voor de plaat was een toevallige ontmoeting met een oude gospelopname op de radio. Wagner raakte gefascineerd door ‘lined out singing’, een oude vorm van religieuze samenzang waarbij een voorzanger de tekst regel voor regel inzet en een groep die vervolgens overneemt. Dat idee vormt de basis van het album. De bezetting is daarom ongewoon klein: Wagner op zang, Andrew Broder op gitaar, Justin Vernon van Bon Iver op banjo en een koor onder leiding van Blake Morgan.
‘Just West Of Nicollet’ opent de plaat zonder grote gebaren. De gitaar en banjo laten veel ruimte rond Wagners karakteristieke, bijna gesproken zang. Die ruimte blijkt meteen belangrijk. Waar Lambchop op eerdere albums geregeld experimenteerde met elektronische bewerkingen en studiotechniek, staat hier vooral het lied centraal. ‘A Doctor In The House’ werkt volgens hetzelfde principe, maar krijgt door de samenzang een andere lading.
‘Weakened’ is een van de sterkste momenten. Het nummer werd als eerste voorproefje uitgebracht en laat goed horen hoe Wagner het gospelidee naar zijn eigen muzikale wereld vertaalt. De stemmen vormen geen traditionele achtergrondzang, maar worden een zelfstandig onderdeel van de compositie. ‘Stella’ gaat nog verder in die richting. Gitaar en banjo bewegen bijna behoedzaam onder het koor, terwijl Wagner een droomachtige tekst zingt.
Het titelnummer ‘Punching The Clown’ is korter en directer. Daarna volgen ‘White People’ en ‘The New World Wave’, waarin de sobere aanpak steeds meer vanzelfsprekend begint te voelen. De muziek klinkt eenvoudig, maar dat betekent niet dat er weinig gebeurt. Juist de kleine verschuivingen in de zang, de samenzang en de instrumentatie krijgen hier betekenis.
‘Andrew Jackson Asshat’ zorgt vervolgens voor een scherpere tekstuele toon. Wagner heeft nooit de behoefte gehad om zijn maatschappijkritiek in grote slogans te verpakken en ook hier blijft hij dicht bij zijn eigen stijl. ‘Afterburner’ en ‘Cigar’ houden de arrangementen klein, terwijl ‘To Do’ opnieuw laat horen hoe veel effect een zorgvuldig geplaatste stem kan hebben. Met ‘No Chicago’ eindigt de plaat zonder behoefte aan een grote finale.
‘Punching The Clown’ is daardoor vooral een album over beperking. Wagner haalt bijna alles weg wat niet noodzakelijk is en ontdekt binnen die beperking opnieuw mogelijkheden. Het resultaat is intiem, soms geestig en regelmatig ontroerend. De aanwezigheid van Justin Vernon is interessant, maar hij overschaduwt Lambchop nergens. Het is vooral de interactie tussen banjo, gitaar, stem en koor die de plaat zijn eigen karakter geeft.
Voor wie Lambchop vooral kent van de elektronischere albums kan ‘Punching The Clown’ in eerste instantie eenvoudig lijken. Wie langer luistert, ontdekt juist hoeveel aandacht er in die eenvoud zit. Wagner heeft geen grote productie nodig om spanning op te bouwen. Hij vertrouwt op zijn liedjes, zijn stem en de ruimte tussen de noten. Dat maakt ‘Punching The Clown’ tot een ingetogen maar overtuigend nieuw hoofdstuk in een inmiddels indrukwekkend oeuvre. (Cian Murphy) (9/10) (City Slang/Merge)
