Steve Berry’s ‘Het geheim van De’ Medici’ past naadloos in het genre van de historische thriller waarin feit en fictie voortdurend door elkaar lopen. Het boek leunt zwaar op verifieerbare historische gebeurtenissen, personen en plaatsen, aangevuld met een fictieve laag die het geheel richting een complotgedreven verhaallijn duwt. Die combinatie is typisch voor dit genre en wordt door Berry in de basisvaardigheid toegepast, al schuurt het resultaat soms tegen overdaad aan. Het is het 19e boek in de ‘Cotton Malone’- serie.
Het verhaal volgt Cotton Malone, die opnieuw wordt meegesleept in een internationale zoektocht waarin het verleden van De’ Medici en de macht van het Vaticaan centraal staan. Berry maakt zichtbaar gebruik van historische bronnen en feiten die in veel gevallen controleerbaar zijn, en verweeft die met een fictieve zoektocht naar verborgen documenten en geheime verbanden.
Die aanpak geeft het verhaal een zekere geloofwaardigheid en rijkdom. De Renaissance, de politieke structuren van Florence en de invloed van de De’ Medici-familie worden breed uitgemeten en vormen een stevig fundament onder het plot. Tegelijkertijd wordt dat fundament regelmatig belast door een overvloed aan details die niet altijd direct bijdragen aan de voortgang van het verhaal.
Een duidelijk kenmerk van dit boek is de grote hoeveelheid historische informatie. Berry lijkt soms elke mogelijke context, naam en gebeurtenis te willen meenemen, wat leidt tot een tekst die rijk is aan kennis maar niet altijd even strak in het verhaal blijft zitten. Die informatie is op zichzelf vaak interessant en feitelijk correct, maar het effect is dat bepaalde passages aanvoelen als uitstapjes die de spanning onderbreken in plaats van versterken. Hierdoor verliest het verhaal af en toe focus en wordt het tempo ongelijkmatig.
Berry schrijft toegankelijk en gestructureerd, met korte hoofdstukken en een duidelijke spanningsopbouw. Toch is ‘Het geheim van De’ Medici’ niet altijd even consistent in ritme. De opeenstapeling van buitenlandse namen, locaties en historische termen kan de leesbaarheid beïnvloeden, vooral wanneer deze niet direct relevant zijn voor de kern van de scène.
In sommige passages lijkt Berry te streven naar een stijl die doet denken aan de gelaagde historische romans van Umberto Eco, waarin kennis en fictie in elkaar overvloeien. Die ambitie is voelbaar, maar niet volledig gerealiseerd. Waar Eco vaak controle houdt over complexiteit door filosofische en thematische samenhang, neigt Berry hier en daar naar een meer versnipperde presentatie van informatie.
Cotton Malone blijft vooral een functioneel middelpunt van het verhaal. Hij beweegt door het plot als gids door een netwerk van historische en politieke intriges. De nadruk ligt duidelijk op het verhaal en de historische context, minder op karakterontwikkeling of emotionele diepgang. De spanning is aanwezig, maar wordt regelmatig onderbroken door informatieblokken die de vaart uit het verhaal halen. Daardoor wisselen sterke, filmische momenten zich af met meer uitleggerige passages.
‘Het geheim van De’ Medici’ is een vermakelijke historische thriller die duidelijk laat zien waar Steve Berry sterk in is: het combineren van historische feiten met een fictief complot dat de lezer door Europa en de geschiedenis voert. Tegelijkertijd werkt de overvloed aan historische details en namen niet altijd in het voordeel van het verhaal. Het resultaat is een interessant boek dat bij vlagen intrigerend is, maar ook onsamenhangend kan aanvoelen en na het dichtslaan niet lang blijft hangen. (6,5/10)
Uitgever: HarperCollins
ISBN: 9780061231420
