In januari 1983 verscheen er een single die in de Britse hitparade binnen drie weken naar de hoogste positie stormde. De openingstoon, een langgerekte noot van zanger Limahl die begon als een stemopwarming en per ongeluk op de plaat belandde, was het begin van één van de meest herkenbare popliedjes van het decennium. ‘Too Shy’ van Kajagoogoo was geen geleidelijke doorbraak, maar een explosie. De plaat bereikte nummer één in het Verenigd Koninkrijk, stond vijf weken bovenaan in Duitsland, veroverde de eerste positie in België en Ierland, en klom in de Verenigde Staten tot de vijfde plek in de Billboard Hot 100. Voor een debuutsingle van een onbekende band uit Leighton Buzzard was dat een prestatie van formaat. Maar achter dat glanzende succes schuilde een verhaal van toeval, ambitie, interne spanningen en een onvermijdelijke val.
Kajagoogoo
Het begon eind jaren zeventig in Leighton Buzzard, een stadje in Bedfordshire in het hart van Engeland. Vier jonge muzikanten, gitarist Steve Askew, bassist Nick Beggs, toetsenist Stuart Croxford Neale en drummer Jez Strode, richtten een band op die ze Art Nouveau noemden. De naam verried hun artistieke aspiraties, al had de muziek die ze maakten weinig te maken met de verfijnde esthetiek van de belle époque. Het was een rauwe, experimenterende groep die opereerde op de grens van new wave en avant-garde, en waarvan een vroeg nummertje, ‘The Fear Machine’, slechts een paar honderd exemplaren verkocht.
In 1981 besloot de band een zanger te zoeken via een advertentie in de muziekpers. Na een reeks audities viel de keuze op Christopher Hamill, een jongeman met een opvallend voorkomen en een stem die paste bij de sierlijke maar energieke muziek die de band voor ogen had. Hamill koos een podiumpseudoniem door zijn achternaam te herspellen: een anagram van Hamill werd Limahl. Het was een naam die even speels was als de muziek die de band begon te schrijven.
De nieuwe bandnaam was even eigenzinnig. Kajagoogoo, ontleend aan de geluiden die baby’s maken, klinkt absurd, maar bleef hangen, en dat was precies de bedoeling. De groep wilde opvallen in een tijdperk dat al overladen was met bombastische rocksterren en kille elektronische experimentatoren. Ze kozen voor kleur, voor frisheid, voor een soort vrolijke onbeschaamdheid.
De doorbraak naar de professionele muziekwereld verliep via een toevallige ontmoeting. Limahl werkte als ober in de Embassy Club in Londen, een legendarische ontmoetingsplek voor de crème de la crème van de Britse popmuziek. Op een avond in 1982 was Nick Rhodes van Duran Duran aanwezig. Rhodes raakte geïnteresseerd in de band, vroeg om een demotape en droeg die over aan EMI Records. Het label tekende Kajagoogoo in juli 1982. Rhodes zou samen met producer Colin Thurston, die ook de eerste twee albums van Duran Duran had geproduceerd, het debuutalbum van de band begeleiden. De connectie met Duran Duran was niet toevallig: in 1983 was die band op weg de grootste ter wereld te worden, en Rhodes nam die glans mee naar zijn nieuwe protégés.
De band bewoog zich moeiteloos in het tijdperk van de nieuwe romantiek, de beweging die in het begin van de jaren tachtig het Britse poplandschap domineerde. Bands als Duran Duran, Spandau Ballet, Culture Club en ABC maakten muziek die even goed klonk op de dansvloer als in de hitparade, en die net zo goed oogde als klonk. Kajagoogoo had dezelfde ingrediënten: flamboyante kapsels, gekleurde outfits, een videoclip die op MTV kon concurreren met die van hun tijdgenoten, en een muziekstijl die synthpop, new wave en een snufje funk combineerde.
Too Shy
Het nummer ‘Too Shy’ was in de kern een samenwerking tussen Nick Beggs en Limahl. Beggs had thuis, in zijn flat in een sociale huurwoning, gespeeld met een basriff en een refrein dat al vorm had gekregen: de herhaling van “too shy, shy, hush hush, eye to eye” had iets meezingbaars dat onmiddellijk bleef hangen. Limahl vond de tekst in zijn ruwe vorm te omslachtig en schreef flink bij, waarna het nummer zijn definitieve vorm aannam.
Dat de single überhaupt uitgebracht werd, was niet vanzelfsprekend. EMI International aarzelde aanvankelijk en had een voorkeur voor een ander nummer dat ze vrolijker en toegankelijker vonden. Ook de intro zorgde voor discussie: die begon te lang. Maar het was juist die intro, de langgerekte openingsnoot van Limahl die eigenlijk bedoeld was als stemopwarming, die het nummer zijn karakter gaf. Producer Colin Thurston stelde voor de opname te bewaren en te kijken hoe het voelde. Het bleek een ingeving van formaat.
De productie van ‘Too Shy’ paste perfect in het geluid van 1983. Strakke, elektronisch geprogrammeerde drums gaven het nummer zijn stevige ruggengraat. De synthesizers van Stuart Neale gaven het een glanzend, futuristisch karakter. En dan was er de prominente basgitaar van Nick Beggs, een instrument dat in de new wave doorgaans op de achtergrond bleef maar hier naar voren trad als een van de meest herkenbare elementen van het nummer. De combinatie van die slinkse basriff en de aanstekelijke melodielijn zorgde voor een nummer dat zowel op de radio als op de dansvloer functioneerde.
De muziekwereld van begin 1983 was klaar voor ‘Too Shy’. In diezelfde periode scoorden bands als Culture Club met ‘Do You Really Want to Hurt Me’ en ‘Church of the Poison Mind’, en Duran Duran zelf volop in de hitparades aanwezig. De new wave had de popmuziek grondig veranderd: het ging niet meer alleen om gitaren en drums, maar om beelden, stijl en de manier waarop een plaat er in een videoclip uitzag. ‘Too Shy’ had een clip die op MTV veelvuldig werd gedraaid, waardoor de single ook in de Verenigde Staten doorbrak, een markt die voor veel Britse bands van die generatie cruciaal was.
De hitlijstprestaties waren indrukwekkend voor een debuut. In het Verenigd Koninkrijk stond het nummer twee weken lang op nummer één en werd het het dertiende bestverkochte nummer van het hele jaar 1983. In Duitsland domineerde de single vijf weken lang de top van de lijst. In 2006 plaatste VH1 ‘Too Shy’ op de 27e plek in de lijst van de honderd grootste songs van de jaren tachtig. Decennia later dook het nummer op in films als ‘The Wedding Singer’ en ’24 Hour Party People’, in de televisieserie ‘Gilmore Girls’ en in de Netflix-film ‘Black Mirror: Bandersnatch’, wat de blijvende herkenbaarheid van de plaat bevestigde.
Midnite String Quartet
Niet alleen de popmuziek had baat bij het meeslepende karakter van ‘Too Shy’. De Midnite String Quartet, een ensemble dat zich specialiseert in het bewerken van popmuziek voor strijkers, bracht een instrumentale coverversie van het nummer uit. Het kwartet is bekend van vergelijkbare bewerkingen van rocknummers en popklassiekers, waarbij de nadruk ligt op het behoud van de melodische kracht van het origineel in een nieuwe, akoestische context.
Wat opvalt aan een strijkersbewerking van ‘Too Shy’ is hoe goed de melodische structuur van het nummer standhoudt als alle elektronische elementen worden weggehaald. De basriff, die in het origineel zo’n centrale rol speelt, vertaalt zich verrassend goed naar cello. Het refrein, dat in de popmuziekcontext al door zijn eenvoud werkt, klinkt in een kwartetversie bijna klassiek van opbouw. Het toont aan dat de songwriting achter ‘Too Shy’ solider was dan de vluchtige new waveverpakking soms deed vermoeden.
White Feathers
Op 18 april 1983, drie maanden na de release van ‘Too Shy’, verscheen het debuutalbum van Kajagoogoo. Het was opgenomen in de studio’s van Chipping Norton in Oxfordshire en Utopia in Londen, geproduceerd door Nick Rhodes en Colin Thurston. Het album bevatte tien nummers en bood een breder beeld van wat de band in huis had dan de single alleen had laten zien.
White Feathers produceerde naast ‘Too Shy’ nog twee Top 20-singles in het Verenigd Koninkrijk: ‘Ooh to Be Ah’, dat de zevende plek bereikte, en ‘Hang on Now’, dat op de dertiende positie eindigde. Het album zelf piekte op de vijfde plek in de Britse albumlijst, een uitstekend resultaat voor een debuut. In Nederland bereikte het album de zevende positie.
Het instrumentale titelnummer ‘Kajagoogoo’ op het album werd door regisseur John Hughes gebruikt als openingsthema voor zijn film ‘Sixteen Candles’ uit 1984, een populaire tienerkomedie die de tijdgeest van het midden van de jaren tachtig goed weergeeft en die de naam Kajagoogoo een extra laag van culturele herkenning gaf in de Verenigde Staten.
Na de grote aandacht voor de band via het VH1-programma ‘Bands Reunited’ in 2003 besloot EMI het album opnieuw uit te brengen op cd in het Verenigd Koninkrijk, inclusief acht bonustracks. Die heruitgave introduceerde White Feathers bij een nieuwe generatie luisteraars en bevestigde de status van het album als een tijdscapsule van het vroege jaren-tachtiggeluid.
Big Apple
Terwijl het succes van White Feathers en ‘Too Shy’ de band naar de top voerde, begonnen er achter de schermen scheuren te ontstaan. Limahl en de rest van de band verschilden van mening over de muzikale koers. Halverwege 1983 namen de overige leden van Kajagoogoo het besluit Limahl te ontslaan, een stap die door de zanger zelf als verraad werd ervaren. Nick Beggs, die al eerder zanger was geweest in de voorganger van de band, nam de zangpartijen over.
Dat de band na het ontslag van Limahl toch nog een vierde Top 20-hit scoorde, is opmerkelijk. ‘Big Apple’, uitgebracht op 5 september 1983 als eerste single van het tweede album Islands, bereikte de achtste plek in de Britse hitlijst en presteerde ook sterk in Europa, met een eerste positie in IJsland, een zevende in Zwitserland en een tiende positie in Nederland. De muziekclip werd opgenomen in New York, wat de titel letterlijk verankerde.
Het geluid van ‘Big Apple’ was bewust anders dan dat van ‘Too Shy’. Waar de debuutsingle glansde van energie, was ‘Big Apple’ koeler, meer ritmisch gedreven, met een slankere productie die de synthpopglitter van de voorgangers inruilde voor iets dat neigde naar de funk en jazz die de band op Islands verder zou verkennen. Het toonde aan dat Kajagoogoo meer was dan een eendagsvlieg, al kon niets het succes van hun debuut evenaren.
De geschiedenis van Kajagoogoo illustreert een patroon dat in de popgeschiedenis vaker terugkeert: de debuutsingle als een perfecte storm van timing, productie en geluk, gevolgd door de vraag of dat moment herhaalbaar is. ‘Too Shy’ was meer dan een hit. Het was een kristallisatiepunt van een era, een moment waarop de Britse new wave haar eigen spiegelbeeld tegenkwam in een plaat die tegelijkertijd speels en gepolijst was, danbaar en melodisch sterk, vluchtig en toch onvergetelijk.
Limahl zou na zijn ontslag solo verdergaan en in 1984 zijn grootste internationale succes boeken met ‘The NeverEnding Story’, de titelsong van de gelijknamige film van regisseur Wolfgang Petersen. Nick Beggs groeide na Kajagoogoo uit tot een gerespecteerd sessiemuzikant en bassist, die samenwerkte met artiesten als Steven Wilson, Anthony Phillips en Tears for Fears. De overige bandleden gingen ieder hun eigen weg.
In 2008 kwamen Kajagoogoo, inclusief Limahl, opnieuw samen voor een reünie. Een jaar later bracht EMI de compilatie ‘Too Shy: The Best of Kajagoogoo & Limahl’ uit, met twee nieuw opgenomen nummers. Die reünie was misschien geen verrassing. Want popgeschiedenis vergeet haar hoogtepunten niet, en ‘Too Shy’ is zo’n hoogtepunt: een plaat waarvan de eerste noot al voldoende is om een heel tijdperk terug te halen.
