Het is een van de meest gehoorde disconummers aller tijden, een song die dansende benen dwingt en grijnzende gezichten produceert zodra de eerste maten klinken. Maar achter ‘Blame It on the Boogie’ schuilt een verhaal dat rijker, grappiger en tegelijk pijnlijker is dan de zonnige melodie doet vermoeden. Want de man die dit nummer schreef en als eerste opnam, is niet de wereldberoemde Michael Jackson. Het is een Engelsman uit Yorkshire, die in de zomer van 1978 verwikkeld raakte in een van de meest bizarre toevalligheden uit de popmuziekgeschiedenis: een strijd tussen twee artiesten die toevallig dezelfde naam droegen.
Mick Jackson
Michael George Jackson werd op 2 november 1947 geboren in Münster, West-Duitsland, als zoon van een Britse vader die er gestationeerd was, maar hij groeide op in Yorkshire, Engeland. Als tweede van vier kinderen in een muzikaal gezin, waar vader piano speelde en broers en zussen regelmatig samen musiceerden, was zijn weg naar de muziek al vroeg uitgestippeld.
In de late jaren zestig richtte hij samen met zijn broers Pete en Dave en vriend Elmar Krohn de band Jacko op, waarmee hij zijn schouders zette onder de bloeiende soul- en R&B-scene in Noord-Engeland. De band speelde eindeloos veel liveshows, verfijnde het geluid stap voor stap, en evolueerde mee met de tijdgeest: van soul naar de opkomende discobeat. Het was die solide basis van jaren podiumervaring die Mick Jackson later in staat stelde om als soloartiest een eigen geluid te ontwikkelen.
Zijn eerste solosingle, ‘You Turn Me On’ uit 1975, werd opgenomen in München, midden in de hoogtijdagen van de Euro-disco. Een pikant detail: zijn toenmalige producer liet hem aanvankelijk op de hoes vermelden als ‘Nick Jackson’, klaarblijkelijk uit vrees voor verwarring met Mick Jagger. Uiteindelijk brak Mick Jackson door onder zijn eigen naam, maar een nog grotere naamsverwarring stond hem nog te wachten, van een heel andere orde.
Blame It on the Boogie
Het nummer begon als een droom. Mick Jackson schreef ‘Blame It on the Boogie’ samen met zijn broer Dave en drummer Elmar Krohn, maar in zijn hoofd klonk het van meet af aan als een plaat voor Stevie Wonder. De song had dat feel-good gehalte, die aanstekelijke energie die Wonder zo goed aanstond. Het idee om Wonder de song aan te bieden bleef echter een wensdroom: zijn platenlabel Global Records in München vroeg Mick om het nummer zelf op te nemen.
Dat deed hij in 1977, geproduceerd door componist Sylvester Levay, de man die later wereldberoemd zou worden als schrijver van tv-themamuziek. Het resultaat was een strak, dansbaar disconummer met een directe tekst over de macht van de groove: als je maar niet kunt stoppen met dansen, ligt de schuld bij de boogie. De song past naadloos in het muzikale klimaat van die jaren, waarin disco de dansvloeren van New York tot München domineerde en artiesten als Chic, Donna Summer en Gloria Gaynor de toon zetten. ‘Blame It on the Boogie’ bewoog zich in datzelfde territorium maar had door zijn Brits-Europese productie een iets andere, warmere klankkleur dan de gladde Amerikaanse studioklank.
In de vroege maanden van 1978 werd de plaat gepresenteerd op het internationale muziekvakbeurs Midem in Cannes. Wat er daarna gebeurde, grenst aan het ongelooflijke. Iemand uit de entourage van The Jacksons was aanwezig op Midem en was zo onder de indruk van het nummer, én van de toevallige naamovereenkomst met zijn werkgevers, dat hij heimelijk een bandopname maakte en die mee naar de Verenigde Staten nam. The Jacksons namen het nummer in razend tempo op, zodat hun versie voor die van de Engelsman zou verschijnen.
De twee versies kwamen in september 1978 met slechts één dag verschil op de markt. In het Verenigd Koninkrijk zorgde dit voor wat de muziekpers destijds bestempelde als de ‘Battle of the Boogie’: twee artiesten met vrijwel dezelfde naam, twee versies van hetzelfde nummer, verschenen op bijna hetzelfde moment. Radio One draaide de versie van The Jacksons, terwijl Capital Radio de voorkeur gaf aan Mick. In de eerste week van Top of the Pops stond Mick Jackson; de week daarna The Jacksons. De NME noemde de versie van Mick Jackson ronduit superieur; Melody Maker prikte abusievelijk The Jacksons aan als de schrijvers van het nummer.
De Mick Jackson-versie bereikte nummer 15 in de Britse hitlijsten en nummer 61 in de Amerikaanse Billboard Hot 100. Niet slecht voor een onbekende singer-songwriter uit Yorkshire. In de jaren die volgden zou de juridische nasleep van het Midem-incident Mick Jackson echter geen royalty’s opleveren, ondanks het feit dat hij de onbetwiste componist was.
The Jacksons
Terwijl Mick Jackson zijn slag probeerde te slaan, hadden The Jacksons dringende redenen om ‘Blame It on the Boogie’ te laten slagen. De broers waren na hun vertrek bij Motown overgestapt naar Epic Records, maar hadden daar al vijf opeenvolgende singles zien mislukken. De druk om terug te keren naar de hitlijsten was groot, en ‘Blame It on the Boogie’ bood precies de opwaartse, energieke discoklank die daarvoor nodig was.
Hun versie van het nummer was strakker, uptempo en had een meer uitgesproken funk-randje dan het origineel. Waar Mick Jacksons versie warmer en soulvoller klonk, kozen The Jacksons voor een aanpak die beter paste bij de dansbare energie van de grote discoclubs. Het was ook de eerste single waarvoor de broers volledig zelf de productie in handen hadden, zonder externe producers als Gamble en Huff. De single bereikte nummer 8 in het Verenigd Koninkrijk, waar hij liefst vijftien weken in de hitlijsten stond, en nummer 54 in de Amerikaanse Billboard Hot 100, met een derde plek in de R&B-charts als mooiste bijvangst.
De echte doorbraak voor The Jacksons op het ‘Destiny’ album was uiteindelijk de opvolgsingles ‘Shake Your Body (Down to the Ground)’, die de Top 10 wist te bereiken. Maar ‘Blame It on the Boogie’ was de vliegwiel die het album op gang bracht en de groep weer op de kaart zette. Het nummer bleef decennialang een vaste waarde in hun liveset en verwierf de status van anthem op elk dansfeest waar de plaat werd gedraaid, wereldwijd.
Destiny
‘Blame It on the Boogie’ was de openingssalvo van het album ‘Destiny’, dat The Jacksons in november 1978 uitbrachten via Epic Records en CBS Records. Het was een bijzonder album om meerdere redenen. Het was de eerste keer in de carrière van de groep dat de broers volledige artistieke controle hadden over hun eigen materiaal. Na jaren onder de leiding van Motown-architecten en later de Philadelphia soul-producenten Gamble en Huff, schreven en produceerden ze nu vrijwel alles zelf.
Het album werd opgenomen in meerdere studio’s in de omgeving van Hollywood en San Fernando Valley in Californië en liet een groep horen die zich muzikaal had bevrijd. Naast ‘Blame It on the Boogie’ bevat ‘Destiny’ ook ‘Shake Your Body (Down to the Ground)’, een co-compositie van Michael en broer Randy die uitgroeide tot een van de krachtigste nummers uit hun catalogus. Het album piekte op de elfde positie in de Billboard Pop Albums chart en bereikte de derde plek in de Billboard Black Albums chart. In de jaren na de release verzamelde het meer dan vier miljoen verkochte exemplaren wereldwijd.
‘Destiny’ werd gepromoot met een uitgebreide wereldtournee die een jaar lang duurde, en het markeerde het begin van een periode waarin The Jacksons bewezen dat ze ook zonder het strakke keurslijf van Motown in staat waren tot grote popmuziek.
Weekend
Dat Mick Jackson meer in zijn mars had dan één goed nummer, bewees zijn opvolgsingles ‘Weekend’, geschreven samen met bassist Tommy Mayer. De single verscheen in 1979 en bereikte nummer 38 in de Britse hitlijsten, waarmee Jackson de gevreesde status van eendagsvlieg wist te ontlopen. Ironisch genoeg verscheen ‘Weekend’ op exact hetzelfde moment in de hitlijsten als de tweede single van The Jacksons, ‘Destiny’. De twee platen kwamen op dezelfde dag binnen op respectievelijk de 38e en 39e plek, en beide ‘Michael Jacksons’ verschenen diezelfde week in Top of the Pops.
De song over het verlangen naar ontspanning na een werkweek werd later gecoverd door de Amerikaanse band Wet Willie, bij wie het nummer in 1979 zelfs de 29e positie bereikte in de Billboard Hot 100, een resultaat dat het origineel in de Verenigde Staten nooit had behaald. ‘Weekend’ bleef acht weken in de Britse hitlijsten staan, net als ‘Blame It on the Boogie’, en het stond op het debuutalbum van Mick Jackson, dat eveneens de titel ‘Weekend’ droeg en werd opgenomen in de Union Studios in München.
De geschiedenis van ‘Blame It on the Boogie’ is er een van toevallige samenloop, gedeelde roem en wat krom gelopen rechtvaardigheidsgevoelens. Mick Jackson schreef een meesterwerk, zag het nummer ontvoerd worden en moest toezien hoe een andere artiest met dezelfde naam er de vruchten van plukte. En toch: zijn versie bleef bestaan, werd gekoesterd door liefhebbers, en werd later opgenomen in Broadway-musicals en talentenshows als The X Factor en The Voice.
Mick Jackson trok zich na zijn actieve jaren als artiest terug in de wereld van productie en songwriting, bouwde zijn eigen opnamestudio en bleef componeren, meer dan driehonderd songs in totaal. The Jacksons van hun kant groeiden uit tot een van de meest invloedrijke popgroepen van hun generatie, mede dankzij het momentum dat ‘Blame It on the Boogie’ in gang had gezet.
Een parel, kortom, geslepen door toeval, toewijding en een tikkeltje bitterzoete pech. Maar ook een bewijs dat de beste songs geen eigenaar kennen: ze behoren uiteindelijk toe aan iedereen die ze hoort en er niet meer van los kan komen.
