Er zijn artiesten van wie je na jaren van stilte eigenlijk al bijna had opgegeven, maar die je dan toch weer volledig weten te verrassen. Boards of Canada is zo’n geval. Het Schotse duo Mike Sandison en Marcus Eoin verdween na ‘Tomorrow’s Harvest’ uit 2013 nagenoeg van de aardbodem. Geen interviews, geen concerten, geen nieuws. Gewoon weg. En terwijl de wereld doorraasde, groeide de legende rustig verder in de stilte.
De aankondiging van ‘Inferno’ was dan ook meteen een evenement op zich. Fans ontvingen begin 2026 onverwacht VHS-banden in de brievenbus, in steden overal ter wereld doken mysterieuze posters op met het vertrouwde hexagonale logo van de band, en een website die jaren had geslapen lichtte ineens weer op met de woorden “nobody home.” Het is precies het soort theater dat je van dit duo verwacht, en het werkt nog altijd. Mysterie is bij Boards of Canada nooit loze marketing, maar altijd onderdeel van het geheel.
Dan het album zelf. ‘Inferno’ is geen zachte terugkeer. Wie hun kenmerkende warme nostalgie verwachtte, die bewolkte, bijna ontroerende sfeer van gelaagde synthesizers en vervaagde herinneringen, krijgt iets wat harder en donkerder is. Denk minder aan de dromerige kanten van ‘Music Has the Right to Children’ en meer aan de onheilspellende ondertonen van ‘Geogaddi’, maar dan verder doorgetrokken. De titel zegt het eigenlijk al.
De opening is even vertrouwd als misleidend. ‘Introit’ duurt amper 36 seconden en bestaat uit wervende synths die je meteen het gevoel geven dat je thuis bent. En dan slaat ‘Prophecy At 1420 MHz’ in als een koude douche: gitaren en ritmes die snijden in plaats van strelen, een scherpte die je van dit duo niet gewend bent. Toch zit er in die melodie nog altijd die typische BoC-melancholie, dat gevoel van iets wat je niet precies kunt benoemen maar wat je onmiddellijk herkent.
Opvallend is hoe prominent stemmen op dit album zijn geworden. Altijd aanwezig als textuur, maar nu regelrecht naar de voorgrond geschoven. ‘Father and Son’ is het meest extreme voorbeeld, een nummer dat volledig is opgebouwd uit gemanipuleerde stemfragmenten die in elkaar vlechten op een manier die tegelijk fascinerend en ronduit griezelig is. Het staat ver van de rest van hun discografie en dat is misschien precies waarom het blijft hangen.
Gelukkig heeft het album ook rustigere momenten. ‘Acts of Magic’ en ‘Deep Time’ bieden de broodnodige ademruimte, en ‘Into the Magic Land’ heeft iets post-rockachtigs dat verrassend goed uitpakt. Het album sluit af met ‘I Saw Through Platonia’, een ingetogen uitloper waarbij het geluid langzaam wegzakt en een menselijke hartslag overblijft als laatste sample. Het is een slim slotbeeld: na al dat religieuze en occulte gedoe is het het lichaam, iets wat iedereen kent, dat als anker dient.
‘Inferno’ is niet het album om even tussendoor te draaien. Het vraagt wat van je. Maar wie de tijd neemt, ontdekt een plaat die laat zien dat Boards of Canada in dertien jaar stilte niet heeft stilgestaan. De wachttijd was lang. Het was het waard. (Norman van den Wildenberg) (9/10) (Warp Records)
